Levensverhaal anno 2001

Levensverhaal, opgetekend ten behoeve van een gesprek met een psycholoog rondom de scheiding.

Vader Antoon Overtoom werd geboren in 1907 en groeide op als middelste zoon van drie jongens. Zijn vader overleed aan TBC toen Antoon 7 jaar was. Antoons moeder was een krachtige vrouw die met ferme hand het gezin en het leven bestierde. Er was armoede en weinig persoonlijke warmte. Antoon ging na de lagere school aan het werk bij drukkerij De Spaarnestad in Haarlem waar hij tot zijn dood zou blijven. Vele jaren trouwe dienst. Een lintje bij zijn 40-jarig jubileum. Antoon had, evenals zijn broers, talent op het gebied van toneel en zang. Hij richtte een koor op op de Spaarnestad en besteedde een deel van de baas z’n tijd aan dergelijke activiteiten. Hij was ook een bevlogen spreken en hield menige speech bij jubilea. Antoon hoorde zichzelf ook graag praten en kon aardig op drift raken op de golven van zijn eigen emoties. Hij weet het mooi te zeggen, zag je menigeen denken, maar of het nog met de werkelijkheid klopt. .. ?

Antoon kon goed zingen (kathedraal Haarlem) en kunstfluiten op zijn vingers. Het was een charmante man die menig meisjeshoofd op hol wist te brengen.

Antoon is niet goed in staat geweest om naar tevredenheid intieme relaties op te bouwen, ook niet met zijn vrouw met wie hij in 1933 trouwde. Zij kregen zes kinderen, vier jongens en twee meisjes. Ook twee miskramen. Tijdens de oorlog deed hij regel- en controle werk voor de buurt in het kader van de veiligheid. Na de oorlog was hij de oprichter van Herwonnen Levenskracht. Hij had veel power en was heel inspirerend voor opbouw-klussen.

Antoon heeft vermoedelijk diverse buitenechtelijke kontakten gehad, zeker één duidelijke relatie, waarbij hij vermoedelijk ook een kind had. Dit kind zou de naam dragen van en even oud zijn als mijn, inmiddels overleden, 10 jaar oudere broer.

Antoon kreeg een CVA in 1962. lk was toen 12 jaar. Acht jaar later, in 1970 een tweede CVA welke dodelijk afliep.

Antoon was geen makkelijke vader. Hij was erg normatief, kon weinig warmte geven en ontvangen. Een formele man die het vooral voor de buitenwereld allemaal mooi wilde laten overkomen. Antoon was een devoot mens, godsvruchtig, streng, normatief, afstandelijk. Sterk zijn en hard werken stond voor hem voorop. In de kern bedoelde hij het goed, meen ik achteraf, alleen was dat op dat moment niet voelbaar. Hij heerste met regels, scherpe kritiek en boosheid. Hij kon nooit sorry voor welke misstap of wat dan ook zeggen. Dat was jammer want o.a. daardoor werd hij meer en meer geminacht door zijn kinderen.

Antoon werd toenemend onredelijker en agressiever na de eerste CVA en ging onder behandeling bij een psychiater. Deze psychiater gaf mijn zusje en mij op een avond dat wij in nood zaten te verstaan dat wij ons beter koest konden houden, anders kreeg vader een 2e bloeding en waren wij verantwoordelijk voor zijn dood.

Dat koest houden hield nog eens extra alle emoties onder tafel en leidde bij mij tot haat. lk was een puber en had dus een goede reden om mijn vader te mogen haten. Dat is achteraf. lk wenste hem dood en 1970 was in die zin het jaar van de eindstreep. lk was hem eindelijk kwijt. Later zou door allerlei confrontaties de haat verzachten en ombuigen in begrip, acceptatie en mededogen voor mijn vader.

Moeder, Jos Overtoom – Bijrij werd haar hele leven zowat Sientje genoemd, dus dat doen we hier dan ook maar.

Sientje werd geboren in 1908 in Leiden en had nog twee broers en twee zussen. Zij was geloof ik de op één na (zus) de jongste. Vader had een leerwinkel/schoenmakerij. Het waren zware tijden. Crisis. Vader ging aan de drank en het huwelijk van haar vader en moeder liep op de klippen. Sientje had een strenge moeder en een stevige oudere zus. De broers drukten hun snor. De één verdween tijdig en voorlange tijd naar Indië, de ander werd stil en dacht er het zijne van. De zussen hadden redelijk contact. Sientje was een heel knap en lief meisje. Ze was muzikaal, speelde piano en zong graag. Ze was ook wat blasé, zoals dat vroeger ook werd genoemd. Ze was lief, hartelijk, speels en heerlijk naïef. Ook een doorzetter, moedig, sterk, devoot, godsvruchtig. Maria en de heilige Antonius waren favoriet. Niet voorgelicht zijnde werd ze zwanger van haar eerste kind, een zoon, waarbij man en vrouw konden constateren dat ze het dus goed hadden gedaan… Zo moest je vrijen om een kind te krijgen. Ze verhuisden naar een groter huis, in een betere buurt, dat zij krap konden betalen.

 

Sientje hield erg van gezelligheid. Later kon ze in ons gezin regelmatig stellig zeggen: gezellig hè jongens! Waarbij je de anderen zag kijken: waar haalt ze het vandaan?? Een warme deken tegen de klippen op soms.

Sientje had weinig ambities. Stond voor alle kinderen en haar man klaar met raad en daad.

Deed het huishouden goed, ging ongezien goed met het schaarse geld om.

Sientje had weinig tot geen diepe kontakten. lk denk dat de pastoor en daarmee biechtvader de enige is die de intieme kwesties met haar besprak.

Sientje wist wat voor man zij had getrouwd en heeft daar zo haar verdriet van gehad. Zij heeft een andere man laten lopen voor deze. Die andere man was toch meer een echte vriend en dat is zo gebleven. Niet actief, maar in haar hart en na de dood van Antoon. Sientje leed veelal (zichtbaar) in stilte, te zien aan de stille tranen tijdens de kerkdienst.

‘Elk huisje heeft zijn kruisje’ en ‘geef nooit op’, zijn de kreten die het beste bij haar passen. Vermeld moet worden dat Sientje was belast met erfelijke doofheid. Zij werd zelf doof toen zij oud was. Eén zus van haar, de jongste, was doof vanaf haar 7e jaar.

Van de zes kinderen van Sientje werden/zijn er vijf doof of dover aan het worden. Dat gaf in het gezin de nodige prikkels.

Ron
lk ben geboren in Haarlem in 1950 als jongste van zes kinderen. Mijn oudste broer heb ik nooit thuis meegemaakt, hij zat in het klooster. Mijn derde broer ging ook. lk zal toen 7 zijn geweest. Om hiermee maar aan te geven dat ons gezin voor mij actief bestond uit ouders, een 12 jaar oudere zus, een 10 jaar oudere broer en een 2% jaar oudere zus. Twee broers kregen elke week een brief en tekeningen en schreven zelf plichtmatig terug.

lk was een lief en speels jochie. Was goedlachs en had humor. Mijn moeder was gelukkig met me, dat voelde ik wel. Tussen mijn vader en mij herinner ik me geen warmte. Vader was er vaak ook niet. Ook als hij wel in huis was. We speelden nooit samen. Hij controleerde me meer.

Mijn opa van moeders kant woonde een tijdje bij ons thuis en overleed in 1953. lk herinner me dat het sterkst omdat ik niet bij de begrafenis mocht zijn. Vanuit een lagere school waar ik samen met mijn zus was gestald konden we wel de stoet zien. Boos waren we, door het lint.

In 1956 overleed mijn klasgenootje Nolly, overreden tijdens de intocht van Sinterklaas. Hij zou een belangrijke aanwezige afwezige blijven in mijn leven. Zijn moeder ontmoet ik nog. Het was thuis regelmatig huiselijk en warm, gezellig. De mindere prettige emoties als boosheid en verdriet werden toegedekt. leder ‘leed’ in stilte in zichzelf. Moeder was de stroomlijner en vaders wil was wet. Ruzies ontstonden veelal onder het eten.

De band met mijn oudste broer, Ton, was letterlijk en figuurlijk afstandelijk. Nu is dat wisselend. Als hij niet in de rol van de wijze oudste broer kruipt kan hij een fijne en trouwe kameraad zijn.

De band met mijn oudste zus, Ans, is wat afstandelijk. Zij lijkt zakelijk maar is in werkelijkheid en gevoelig mens. Zij heeft haar portie in dit leven wel gehad en heeft haar eigen plan getrokken, zoals altijd. Tussen vader en haar was er een gigantische kloof. E.e.a. hing o.a. samen met seksuele intimiteit. Geen incest, maar gluren door spleetjes. Uiterst onveilig en gênant. De band met mijn 10 jaar oudere broer Ruud was er een van samen dollen. Gevoelens delen kon Ruud niet binnen ons gezin. Hij ging zijn weg. Hij kon vaders trots zijn (Goeie voetballer (spits) van vaders club, pa voorzitter) en leek moeders lieveling. Hij kon het heel bont maken, zijn lieve knuffels naar moeder en zijn humor trokken de zaak weer recht.

Ruud werd sportleraar. lk heb me door Ruud in de steek gelaten gevoeld omdat hij geen gevoelsmatig contact wilde en soms wel zijn gevoelens op mij uitleefde, zogenaamd in het spel. Ruud is overleden toen hij 55 was, 8 jaar geleden, door een embolie in de kransslagader tijdens een dotteroperatie. Weggerukt dus. De eerste van de hele volgende generatie.

 

De band met José, de zus boven mij, is intiem en kameraadschappelijk en is meestal zo geweest. Wel meiden en jongens-dingen gescheiden beleefd. We deelden de ellende en zorg rondom vader. José kon er heel ontdaan van zijn en is in haar leven regelmatig onstabiel en ontredderd geweest. Nu, na haar scheiding, maakt zij het sociaal maatschappelijk goed, maar worstelt zij voort met emotionele en lichamelijke intimiteit en zelfvertrouwen.

José was, zeg maar, symbiotisch aan moeder verbonden. Moeders dood bracht daar uiteindelijk verandering in.

Met mijn derde broer, Frans, heb ik een heel prettig en rustig kontakt. Hij kan goed luisteren bemoeit zich nergens mee, laat je in je waarde, toont respect en we hebben samen schik, ook om de anderen als die zich druk maken ergens over.

Ton en Frans zijn trouwens beiden voor hun wijding uitgetreden en zijn respectievelijk psycholoog en geschiedenisleraar geworden. Dat uittreden hakte er wel even in hoor. Beiden getrouwd, Frans bewust geen kinderen.

Mensen die invloed hadden in mijn leven? Opvallend vind ik dat ik van elke meester en juf van de lagere school kan benoemen wat ze voor me hebben betekent.

Klas 1: rondborstige welkome troostende hartelijke moeder

Klas 2: uitkijken, als je haar ziek maakt ben je daar schuldig aan (Thema in mijn leven)

Klas 3: popie jopie macho leraar, een hoop kouwe drukte, maar wel om bang van te zijn. Klas 4: ingetogen gespeelde vroomheid, maar in werkelijkheid een gemene vent. Hij was mijn a.s. zwager, had verkering met Ans. Meester daar en zwager thuis. Gelukkig ging het uit met die hufter. Niemand wilde naar me luisteren naar hoe gemeen hij op school was tegen alle kinderen en ook tegen mij.

Klas 5: wollig maar geen echte interesse, behalve dan in mijn zus nu het toch uit was met de meester van klas 4. Ja, zus was een mooie krachtige blondine.

Klas 6: de hoofdmeester. Streng, gevoelsmens maar geen echt contact.

Samengevat heb ik mij gedurende mijn hele schoolleven bij zeer veel leraren niet op mijn gemak gevoeld. lk ben met veel en ook veel heftige gevoelens alleen en eenzaam geweest. lk heb manieren gevonden om gevaren te ontwijken. Aardig zijn, interesse tonen voor de menselijke aspecten van de leraar, ziek melden, je anders voordoen dan je je voelt, dan je bent, introvert worden, van alles.

Van mijn ouders uit was er geen echte interesse voor mijn schoolprestaties. Als ik nu mijn rapporten bekijk dan ziet elke pedagoog/opvoeder/leraar waar de dip-periode zit. Niemand heeft daar iets mee gedaan naar mij toe. Geldt voor de lagere en de middelbare school.

In de tijd van de middelbare school speelde de CVA van mijn vader. lk doubleerde in de 1 e klas. lk zal er niet om gevraagd hebben, maar er was ook niemand die een extra hand naar me uitstak. Ben daar nu achteraf heel boos om. Het kind in mij is niet gehoord en in de steek gelaten, in de kou blijven staan. lk had behoefte aan erkenning, begrip en troost. lk wilde erbij horen, bij de klasgenoten, deed wel eens iets stoers en werd dan vreemd aangekeken. lk deed kinderlijk voor mijn leeftijd, dat voelde ik toen en kan er nu woorden aan geven. lk keek op tegen stoere binken, de jongens met losse tientjes in hun zakken. lk was een waardeloze voetballer voor een blauwe maandag, ik was een vergeetachtige misdienaar voor een paar maanden. Uiteindelijk werd ik goed in muziek en daarmee veroverde ik mijn eerste vriendschappen. lk werd betekenisvol.

lk ging bij een koor als organist bij het combo, vrienden geworden. Nog een vriend aan overgehouden sinds 1968 ! lk kon en kan goed zingen, ging gitaar spelen en daarmee werd ik wel gezien. Dat deed me ook goed. Het compenseerde veel. lk kan improviseren, heb een absoluut gehoor, maak eigen teksten en muziek, dus alle gevoelens kunnen wegstromen en hun plek vinden. Dat geldt nu ook voor schilderen en andere creatieve hobby’s.

 

 

lk ben a-politiek, ben niet georiënteerd op maatschappelijke processen, ben niet thuis in het geldwezen. lk ben een romanticus, een schepper/dromer. Vorm dof materiaal om tot goud, kan behoorlijk inspireren.

lk pak de draad van schrijven weer op:

Even aan de hand van de vragenlijst:

lk heb me ongemakkelijk gevoeld met m’n lange lijf. lk had op school wel vrienden, maar keek vooral tegen hén op. Later heb ik ervaren dat er ook naar mij werd opgekeken. Daar heb ik stilletjes van van genoten toen. Nu zoek ik dat niet meer. Nu gaat het vooral om binnenkant-bevestiging.

Leve de Muziek!

Leve de muziek

Het is 17 september 1959. José is jarig. Ze heeft een verlanglijstje. Daarop prijkt éen wens: van pianoles af.

Op de dag zelf staat José op voor pianoles. De piano-juf, mevrouw Smolders, is in aantocht, staat zo voor de deur. Het is een mevrouw van in de vijftig. Het donkerbruine haar in een strakke permanent op haar hoofd geplakt. De bel gaat. Mijn moeder laat mevrouw binnen, schenkt haar een kop thee in en laat haar het verlanglijstje  van José zien. Mevrouw kijkt wat beteuterd en realiseert zich dat het dan ophoudt.  Ze is even stil en vervolgt dan: ‘Is het niks voor jou, Ron?’  En zo begint het. En wel meteen. M’n eerste les gaat van start.  17 september 1959! Ik zou het 6,5 jaar doen.

We zijn wat jaren verder. Vermoedelijk september 1966.

Ik krijg een nieuwe overbuur- jongen, Marsstraat 66. Edwin van Dellen.  Edwin staat opeens bij ons aan de voordeur. Ík ben Edwin, woon aan de overkant. ‘Hee, jij speelt toch piano? ‘ Ik beaam dat. ‘Klassiek’, zegt Edwin met iets van schamperte in zijn stem, als van ‘op jouw leeftijd? Doe je toch niet?’ ‘Ik speel drums’, zegt hij. ‘Ken je deze LP al?’  Hij laat me de LP van de Beatles zien: Revolver. ‘Als je dat nou eens leert spelen dan kunnen we samen muziek maken? ‘

Ik beluister de LP een paar keer en leer, door luisteren en naspelen, hoe de melodie en de begeleiding gaan. Ik ontdek voor het eerst dat ik ‘absoluut gehoor’ heb. Ik  luister en ‘weet’ op een gegeven  moment in welke toonsoort iets staat en welke akkoorden er bijkomen. Ik leer muziek via een heel andere invalshoek kennen. Niet alleen maar via noten op een vel papier.  Het lukt ons, Edwin en mij. We spelen The Beatles! Het drumstel van Edwin mag regelmatig van mijn moeder in onze huiskamer opgesteld worden. Dat is wel een feestje! Mama geniet van harte mee en komt met koekjes en drinken. Echt genieten.  Al rap ga ik, zonder verlanglijstje, van pianoles af. Een nieuw tijdperk is begonnen.

Later, op de Kweekschool in Beverwijk, is Gerard Vermeulen mijn klasgenoot. Ik de overblijfruimte staat een piano. Ik durf daar maar weinig te spelen, want daar is ene Jaap. Een schriele vent met een kop rood haar. En Jaap is erg goed en speelt iedereen eruit. Dan wordt er wat gelachen om andere ‘mindere’ spelers. Dus ja, beetje schuw ben ik daarmee wel.

Maar ja, er komt een optreden van de schoolband waar Gerard in zit en de pianist kan niet en Jaap wil niet. Best goeie muzikanten. De dwarsfluitist bijvoorbeeld speelt officieel in de band The Bintangs.  Gerard vraagt Ron en Ron zegt ja. Het spelen gaat ronduit kloten. Ik zweet me een rotje. Gerard brult akkoorden mijn kant op, maar ‘akkoorden’ zeggen mij nog niet veel. En ik ken de nummers helemaal nog niet voldoende. Gelukkig, een half uur, overleefd.

Die akkoorden komen wel gauw in beeld. Op de kweekschool zit ook ene Bernadette van Buggenum. En die ken ik van het koor Haarlem Noord waar ik sinds kort ook lid van ben. Bernadette is er éen van een tweeling. Met haar broer Jos zingt en doet zij regelmatig een solo-lied in de kerkviering. Zij is goed. Zij weet dat helaas ook 😉.   De kweekschool heeft een kapel en daar mag bescheiden muziek gemaakt worden. Daar leer ik van Bernadette gitaar spelen en dus ook akkoorden. En opeens begrijp ik de logica van de muziek, de composities. Ik hóor wanneer het klopt, wanneer het stroomt,  waar een akkoord om welk volgende akkoord vraagt. Natuurlijk spelen we The House of the Rising Sun’ want daar leer je veel akkoorden door spelen. Maar we spelen ook luisterliedjes. Donna Donna. Hush a bye.

En ik ga zingen en zingen. En ik componeer m’n eerste eigen liedjes.

Muziek maken doe ik bij de Liduina Tieners, een kinderkoor van de kerk. Samen met Theo Henrichs, Gé van der Veldt, Herman Ottenhof, Hans Invernizzi, Frank Zomerdijk, Koos Boon (dirigent),  Nico Knape ( muzikaal begeleider). Piet Schuitemaker, onze gitarist, is bij een bedrijfsongeval op zijn werk omgekomen(1971). Ik heb veel plezier aan hem beleefd en veel van hem geleerd. Ook het ‘trompetten’ door je lippen straks te houden en er tussendoor te toeteren.  De vader van Herman kwam daarna en speelde geweldig Hawaii-gitaar.

Met de band passen we op op de kinderen van Fenny Schuitemaker en we schrijven en componeren daar samen de Kerstmis 1971 muziek. Het is ook uitgevoerd met Kerst 1971.
En zo lopen er wat lijnen van muziek door mijn leven.

Waarvoor kom ik nog?

Waarvoor kom ik nog?

Het is een doordeweekse dag en ik geef de training Belevingsgerichte Zorg in een verpleeghuis in de Rotterdamse regio. ’s Morgens scholing  in een leslokaal en in de middag meelopen op de verpleegafdelingen.  Doen wat de hand vindt te doen, zeg ik altijd maar.

De nadruk ligt vandaag op het alerter zijn op de taal die mensen gebruiken en hun manier van uitdrukken. Wat ( de richting van) hun ogen vertellen. En dan kijken waarop je aan kunt sluiten en hoe je dat kunt doen. Rapport maken, heeft dat. Een term uit de Franse behangerswereld, waar ‘rapport’ betekent ‘naadloos aansluiten’. Van de ene behangstrook op de andere. Zodat het éen wand lijkt te zijn.  Als je in de communicatie  ‘Rapport’ maakt dan zul je merken dat je contact met iemand vloeiender verloopt. Dat is geen trucje. Het wordt een vaardigheid. Als ik u nu ook nog zeg dat het gegeven of iemand naar links op rechts kijkt ook nog betekenis heeft, dan wordt u misschien zelf nieuwsgieriger naar deze leerstof?

In het verhaal ‘Er wordt hier gestolen!’  worden dat soort technieken iets beschreven.

Verzorgenden vinden het eerst wat ingewikkeld. Sowieso dat je moet nadenken voor je wat tegen iemand (terug-)zegt. Maar als de winst duidelijk wordt, dan raakt de verzorgende enthousiast.

Mevrouw staat voor het raam en kijkt wat naar buiten. In plaats van de standaardvraag die Sonja geneigd is te stellen: ‘Ha, hoe is het nu met u?’ vraagt ze nu:  ‘ Wat ziet u allemaal daarbuiten?’ Mevrouw wijst en begint meteen te vertellen.
Mijnheer slaat zijn ogen neer en kijkt naar beneden. Teken van denken en voelen. Dus: ‘Gaat het?’  En dan zegt hij: ‘Ik mis haar zo…’ En dan zegt zij: ‘Ze was ook uw alles’
Andere mijnheer zegt, in reactie op een nieuwslezer op tv:  ‘Dat klinkt niet best!’ en de verzorgende leert te reageren: ‘Wat zou u liever horen? ‘ En meteen vertelt mijnheer wat voor nieuws hij liever had gehoord. En dan volgt er een gesprek over de behoefte aan vrede.
Kleine instrumenten, grote gevolgen. Contact.

 

‘Goedemiddag. U geeft hier trainingen begrijp ik? Over contact maken? Mag ik u iets vragen?’  Zij is de echtgenote van een mijnheer die ik al geruime tijd over de gangen heb zien ‘benen’ en zij komt bij hem op bezoek.

Natuurlijk kan ze me vragen stellen, graag zelfs. En ze vertelt me over haar man. Dat hij architect is geweest en zelf ook in de bouw gewerkt heeft als ondernemer.  Prachtige bouwwerken op zijn naam heeft staan.  En nu is hij dementerend.  Wat een schrik, wat een verdriet.

‘Het ergste is dat hij me niet meer herkent. Ik kom hier haast elke dag. Ik vind het van mezelf afschuwelijk dat ik me soms afvraag: voor wie doe ik dit nog? Maar dat gebeurt me. Ik ben zijn vrouw, ik hou zielsveel van hem, maar als hij me niet meer herkent ….waarvoor kom ik dan nog?’

En ze vertelt me hoe haar bezoek verloopt.  Haar man ‘beent’ volkomen stuurs over de gangen van de afdeling. (Dat beeld ken ik, want dat heb ik vandaag inderdaad zo gezien. Een grote man, met witte verwarde haardos, die met behoorlijk verwilderde ogen over de gangen loopt. Nou, ‘beent’. Alsof hij iets of iemand dringend zoekt. )
‘Ja, en dan ziet ie me opeens, zegt niks, keert zich weg van me of keert om, loopt in éen ruk naar zijn kamer, gaat op bed liggen en….valt in diepe slaap!!’  Zij kijkt me verdrietig, wanhopig, radeloos aan.

We kijken elkaar aan. Ik bied mijn hand aan en zij legt haar hand in de mijne.
Ik ben er even stil van en zeg haar dan: ‘Gôh, wat een herkenning….’.
Niet-begrijpend kijkt ze me aan. En dan valt het kwartje.

‘ U bedoelt…..U bedoelt dat hij me herkent en dan….’ Ze snikt. ‘Zou het echt?’

In mijzelf weet ik dat dan zeker. Het klopt daar helemaal.
We bespreken daarna samen over hoe het is dat alles zo verandert en dat je dan zomaar als zijn ‘Rustpunt’ gaat fungeren. Als je dat op kunt brengen.

Nu mevrouw weet dat zij op haar man dit effect heeft, dat zij voor hem Het Rustpunt is, kan zij voor zichzelf de afweging maken of ze ‘daarvoor wil komen’.

Wat er waarschijnlijk voor haarzelf nodig is is dat mevrouw haar eigen verwachtingen en wensen bewust wordt. En die serieus neemt. Zij zal ermee moeten leren leven dat haar man haar dat niet meer kan geven? Herkend worden, lieve dingen tegen je zeggen.

Iets als dementie keert levens finaal ondersteboven. Soms komt er onder een brokstuk weer iets bijzonders tevoorschijn om op voort te borduren. Je moet het zien.
De Parel in de Pijn.

DE HELE VERZAMELING Het uiteindelijke verhaal

Het is eind maart 2026 en ik stap voor de zoveelste keer uit de Familie-app. Ik heb al langer onprettige, vaak intense fysieke sensaties met betrekking tot de communicatie in deze app. Voor mij is het zo dat de oude gezinsstructuren, en dito stromingen van allerhande gevoelens van alle participanten, zich nog steeds en voortdurend in het app-verkeer doen gelden. Lijnen van sym- en antipathie, dominantie en (sub-) agressiviteit, afijn, alle smaken zijn vertegenwoordigd. Er is regelmatig oprechte hartelijkheid en soms is hartelijkheid de verpakking en vermomming van andere, minder plezante, boodschappen.

Het lastige is dat er een soort code is om dat soort belevingen niet in de openbaarheid te brengen en openlijk aan te kaarten. Het lijkt er ook wel op dat niet iedereen in de gezinsstructuur, en in de app, er problemen mee heeft. Ook hier lijkt ‘Het is nou eenmaal zo’ opgeld te doen en is het gewoon iets dat ‘ je je niet zo aan moet trekken, het is ‘die en die’ maar. Dus ja…. Ik trek me vaker terug uit de app, terwijl ik dus ook periodes lustig mee doe. Een aantal deelnemers weet dat ook en krijgt vermoedelijk de indruk dat ik er dan tijdelijk weer eens uitstap als ik me teveel erger. En weer terugkom. Zo gaat het namelijk steeds.

Dit keer niet. Het is 22 maart 2026.

29 maart 2026. Het is zondagmiddag. Ik ben bij Astrid thuis en zit me op te winden over de communicatie met broers en zussen. Ik word er misselijk en opstandig van. Dat ‘niet aantrekken en van je laten afglijden ‘ lukt mij dus niet.   Er zit, zo ontdek ik, een hele lijn in mijn leven van dingen ervaren aan, en met, mensen en er het zwijgen toe moeten doen, voor de lieve vrede of een ander zogenaamd groter lijkend belang dan openheid en oprechtheid. Ik ervaar ook dat er anderen zijn die daar goed in gedijen en nooit tot stoppen of herstel worden gebracht.. Omdat ze het niet zouden kunnen helpen, toch niet veranderen, zielig zijn, whatever. Ik krijg er last van dat er niemand is die voor mij in de bres springt als het te gortig wordt. En ook dat is een thema voor me. Ja, ik wil soms worden gered. En beschermd. Iemand die voor me opkomt als een ander me maar wat graag nivelleert, schamper over me doet, me kleineert, mijn pijn of verdriet bagatelliseert en zelf wentelt in kinderlijk zelfmedelijden. Er is soms een weldadige herkenning bij mijn oudste zus, die het ook moet ontgelden af en toe.
Maar het hoeft ook niet hoor, dat redden. Want ik kan alles zelf en heb, als het moet, niemand anders nodig. Dat weet ik en dat is echt zo. Ik ben mezelf goed gezelschap. Ben niet zielig. Ook ik heb buien van zelfmedelijden en weet dat ik die gelukkig om kan zetten, al reflecterend, in zelf-medeleven. En steun heb ik nu wel in mijn leven. Ook ongevraagd. En ik ben gaan leren zien van wie ik dat wel zou willen,  maar niet meer mag verwachten. Dat betekent dan wel emotionele afstand.

Zo wordt mij gaandeweg (gaande mijn weg) helder wat ik moet doen of laten, om weer ‘Heel’ te worden.

Zo ook deze zondagmiddag. Ik neem een besluit, pak mijn telefoon en boek een huisje voor een week in Friesland. Meteen de volgende dag kan ik terecht.

Maandagmorgen in Lemmer de tas ingepakt, de laptop mee en weg.

Ergens in die tijdsspanne, ik ga het nu niet concreet na want zo precies hoeft het niet- maak ik een nieuwe familie-app, getiteld ‘Het Gezelschap’ met iedereen erin behalve mijn oudste broer. (Toch: 25 maart) Ieder die dit leest mag de conclusie trekken. Een app-groep waarin we elkaar vanzelfsprekend met respect bejegenen en waarvan ik de beheerder word. Door mij bedoeld dat men er van op aan kan dat, als er niet respectvol gecommuniceerd wordt, ik daarop zal inspingen. Iets dat ik heb gemist in al die jaren familie-app.

In mijn huisje aangekomen die maandag installeer ik me.

Ik heb foto’s meegenomen waarvan ik weet dat ze me zullen helpen om in de context te komen en te blijven waar ik deze dagen moet zijn.  Ik maak een wandeling in de omgeving en ga aan de slag.
Ik heb als doel dat ik mijn jongere leven in kaart wil brengen.
Ik heb als kind zo-heel-veel gevoeld en wil helder krijgen waar ik allemaal in gezeten heb en bij betrokken ben geraakt. Veel weet ik al zelf wel en kan ik duiden of invoelen. Opeens kom ik op het kloeke idee om broers en zussen in te schakelen en hen te vragen mij te helpen. Zikj waren er immers onderdeel van. Ik vraag ze eerst naar hun bereidheid tot medewerking en stuur op hun ‘ja’ ,en hun complimenten voor mijn actie, een aantal persoonlijke vragen. Mijn oudste broer doe ik niet. Ik zou niet weten hoe ik dat zou moeten inkleden en voor mij kan hij ook even de pot op. Ik ben te boos en walg van zijn gedrag. Ik heb er nog geen macht over hoe ik dit zou moeten aanvliegen zonder dat hij of ik verder over de kling zal worden gejaagd.

Van de zussen Ans en José en broer Frans krijg ik meteen al antwoorden.
In alle openheid, zo voelt dat. Het begint meteen die week al te stromen en bij zus Ans druppelt dat door tot in juli 2026.

Ik proef aan de informatie, laat het binnenkomen,
verbind het éen met het ander.
In alle rust. Ik heb en geef het alle tijd.

Astrid en ik stelden het samen vast.
Ik ben getraumatiseerd in dit stuk verleden. En ik ben steeds door kunnen gaan en doorgegaan. Heb ook al veel verwerkt en anders kunnen doen dan eerst, ben een wijzer en heler mens geworden, gevoelsmatig rijker daarmee ook. Maar hier zit nog iets. En wat is dat dan? En hoe kan ik er anders mee omgaan? En wat zal ik moeten accepteren als onveranderlijk?  Niemand kan immers een ander veranderen. Je kunt alleen (je)zelf veranderen.

De meeste informatie verrast me niet en is eerder een bevestiging van wat ik ervaren had en al wist. Met behulp van broer en zussen verzamel ik de feitelijke gebeurtenissen en plaats die in een schema, compleet met jaartallen. Dat vind je ergens onderaan.
Wat dat sowieso voor mij oplevert is de realisering van hoe jong ieder was toen bepaalde dingen plaatsvonden in het gezin Overtoom. Zo jong en dan al….. etc.

Een feit is dat een verhaal Feiten heeft en Belevingen. Een schema laat de feiten zien.  Dat zijn wellicht de bouwstenen van een verhaal. Maar zij zijn niet het verhaal. Het verhaal is iets van vlees en bloed, van beleven, ervaren, voelen.

Ik ervaar dat ik heel vaak niet werd gezien. Me niet gezien voelde. In de steek ben gelaten. Me in de steek gelaten voelde. Eenzaam en verlaten. Dat de meegaandheid die ik in me heb er is omdat ik die in me heb, als kwaliteit, maar dat ik die ook heb leren inzetten als instrument om óf voor mezelf, óf voor een ander, óf voor de algehele sfeer, de ‘lieve vrede’, niet nog meer trammelant te willen veroorzaken. Daarmee werd mij ook tekort gedaan en deed ik mijzelf te kort.
En er is meer. Ik heb veel verdriet in mijn moeder ervaren. En ik ben dat al vroeg mee gaan helpen tillen en heb m’n best gedaan haar voor verdere pijn en verdriet te behoeden. Parentificatie, heet dat ofiicieel. Je vervroegd belasten met eigenlijk voor een volwassene bedoelde zorgtaken.
Daarom had ik o.a. de pest aan sfeerverpestende acties van o.a. mijn vader. Gezien de afstand tot die vader en mijn onmacht daar anders mee om te gaan, mondde dat uit in haat. Ik gooide op zolder dart-pijljes in de foto van mijn vader. Ik vond in zus José wel een medestander. José en ik hebben, allebei op onze eigen manier, angst ontwikkeld  en op onze eigen manier een vorm gevonden om door te kunnen gaan met leven. José kan bijvoorbeeld helemaal naar worden van het toeter-geluid waarmee mijn vader zijn neus snoot. Haar latere man deed dat precies zo, en dat was niet makkelijk.  Een onaardige leidinggevende van mij liep op zijn harde zolen tik-tak de opleidingsschool waar we werkten in, in het ritme en met het geluid dat ik van mijn vader kende, …brrrr …daar komt ie….
Mijn vorm naar mijn vader werd haat. Zo creeërde ik afstand. Want de confrontatie aangaan dat zou het hele gezin – wat er thuis van over was tenminste- bezuren en het kon Pa de kop kosten qua gezondheid. Daar was ik voor gewaarschuwd en ik zou dan daaraan schuldig bevonden kunnen worden. En voor het ‘So what’ waren we echt te jong.

Dit is niet meer dan een tip van de sluier. Wel een stevige tip, hoor. Maar er is meer.

Ik ben deze crisis anno 2026 weer dankbaar. Zo wordt me eens te meer duidelijk, zie het labyrint:  zaken die in het licht willen worden gezet – omdat je nog heler mag worden- kloppen aan je deur. Het is aan mij om de deur te openen en aan het werk te gaan met wat zich daarachter bevindt. Om in het licht te zetten. Weg uit de schaduw van waaruit het soms ontwrichtend werk doet in m’n leven. Niet omdat het dat wil, maar omdat dat nou eenmaal zo werkt als het het licht niet te zien krijgt, vermeden wordt, verzwegen, weggezet, ontkend, wat dan ook. En eenmaal in het licht gezet dan komt ook duidelijker in beeld wat het nodig heeft. En wat je doen kunt. En dat dan ook doen. Leren doen. En wat niet kan, dat kan dan ook echt niet. En dan volgt dat je je niet moet verzetten tegen de werkelijkheid. Dan rest ons de acceptatie en de bijkomende overgave en mogelijk het resterend verdriet.

 

 

 

In ‘Prelude’ zijn het verhalen van de periode voorafgaand aan die van mijn beroep als leraar en later trainer in de zorg.  Het zijn deze verhalen die mij hebben gevormd.

Het zijn verhalen over mijn jeugd, van bij ons thuis, hoe sommige situaties voor mij verliepen en welke indruk ze op mij maakten. Hier en daar pijnlijk, en naar wat ik achteraf vast kan stellen, heb ik vaker eenzame momenten gekend. Niet dat dat er nu nog veel toe doet. Alleen is het, nu ik alles zo beschrijf, wel een ontmoeting met mezelf als jochie en geef ik aan mezelf terug hoe ik het zo in mijn leven ervaren en gedaan heb. Ik ben me er van bewust dat anderen het beroerder kunnen hebben gehad, het is dan ook geen klaagzang, tenminste, het is niet zo bedoeld. Dat het mij gevormd heeft, dat is het.

Ik ben een gelukkig mens. Zo ervaar ik mezelf al langer. Een lieve vriendin/vrouw als levensgezel, drie mooie volwassen zoons, en ik weet me rijk met aan aantal creatieve hobby’s zoals muziek maken, beelden boetseren en schilderen. Verhuisd naar een knus huis in Lemmer, dat me past als een behaaglijke jas.

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

1950 Ik kom ter wereld op 15 maart 1950 in de Marsstraat 127 in Haarlem en ben dan het zesde kind van het gezin Overtoom-Bijrij. Het is vijf jaar na de oorlog.
Ans( 1937), Ruud (1939), Frans (1944) en José (1947) wonen ook in de Marsstraat.

 


We zijn een katholiek gezin dus ik word gedoopt. Ton is mijn ‘peter’ en tante Truus, jongste zus van moeder, is mijn ‘meter’. Dat speelde verder in mijn leven geen enkele rol van betekenis. Het was meer traditie.

Mijn vader werkt als kantoorbediende bij Uitgeverij de Spaarnestad in het centrum van de stad. Hij is daar als 16 jarig jochie begonnen. Daarvoor liep hij o.a. krantenwijken.

Hij is geboren op 16 augustus 1907, Assendelverstraat 24 rood in Haarlem. Hij was de middelste van drie jongens:  Jan, Antoon, Jaap.  Hun vader overleed in 1914 aan tuberculose. Antoon, mijn latere vader dus, was toen 7 jaar. Dat was een moeilijke tijd. Hoe kwam je rond? Er bestonden nog geen uitkeringen. Bikkelhard werken allemaal. Jan werd uiteindelijk bakker. Jaap werd zelfstandig verzekeringsagent bij Bollerman & Overtoom. Antoon ging bij de Spaarnestad. Jan heeft daar later ook gewerkt, evenals hun tweeling Henry en Jos. Ook Ans werkte daar later. Goeie werkgever blijkbaar 😉

Mijn moeder werd geboren in de Soetestraat 2 Haarlem, als tweede dochter van schoenmaker Bijrij. Het gezin bestond uit Henk, Coba, mijn latere moeder Sientje (Jos, Trui waren haar andere namen…), Piet en Truus. Truus had al vroeg last van de erfelijke doofheid. Ze was 7 jaar, meen ik, toen ze doof was. De Soetestraat 2 in Haarlem werd in de jaren ’70  omgebouwd tot moskee.

Wat ik me herinner is dat Annie Bonarius in de Soetestraat woonde en dat deze Annie heel mooi piano kon spelen en dat mijn moeder vaak op haar stoep zat te luisteren. Mijn moeder was ook erg muzikaal en zou later veel zingen en zelf ook piano spelen.

Verder klonken elke avond ‘de Damiaatjes uit de klokketoren van de Bavo op de Grote Markt. Mijn moeder vond dat een lieflijk geluid, dat zij altijd hoorde bij het slapen gaan. Vandaar dat ik die Damiaatjes-tonen altijd speel als ik met Astrid ‘Als liefde’ speel op de piano. Ik eindig het stuk ermee, om mijn moeder te herdenken.

Beide gezinnen hadden het niet breed. In het gezin Overtoom ontbrak de vader. In het gezin Bijrij had vader een schoenmakerij/leerlooierij aan huis. Lange openingstijden, wat vrienden en veel drank. Vader en moeder scheidden. Moeder Bijrij, ‘opoe’  is in de Wouwermanstraat 45 gaan wonen. Ze was stokdoof. Ze gebruikte soms zo’n toeter als gehoorhulp.  Ze was een (ge-)harde vrouw. Ik herinner me haar nog wel in dat huisje, we ‘moesten’ er wel eens op bezoek natuurlijk. Later heeft tante Truus daar gewoond meen ik, met haar doofstomme man Nico de Goede. Ik herinner me dat, omdat Truus de fluitketel had laten verbranden in die keuken en doodsbenauwd was voor de komende reactie van man Nico. Dat waren nog eens tijden….Nico is later ontslagen. Hij werkte in een naaiatelier en gooide een schaar naar collega’s waarvan hij dacht dat ze het over hem hadden… Hij was sowieso achterdochtig.
Hij heeft mij wél leren schilderen. Ik maakte onder zijn hoede mijn eerste olieverf schilderijtje, hoewel hij meer met argusogen naar Truus en mijn moeder keek die iets verderop in de huiskamer aan het praten waren. Achterdocht…

Oma Overtoom heeft later korte tijd bij ons gewoond en is bij ons thuis overleden. Ik herinner me dat ze ’die zuster niet meer wilde ! (dat was mijn vader) en dat ze steeds tegen de muren tikte of bonkte als ze iemand nodig had.  Ik kwam eens thuis van school toen oom Jan in de gang stond. Ik zei dat ik voor oma had gebeden tijdens de schoolmis die ochtend. ‘Dat heb je dan goed gedaan, Ronnie. Oma is vanmorgen overleden.’ 😉

Mijn moeder en vader hebben elkaar al vroeg leren kennen. ‘Kijk, daar heb je die jongen van Overtoom’ schijnt mijn moeder te hebben gezegd toen ze mijn vader de krantenwijk zag lopen, met zijn kranten. Niet wetende dat het later haar man zou zijn. Zo vertelt zij het op de door haar ingesproken opname / cd die er is van haar levensverhaal. Helaas maar een kort stukje.

Bekend is ook dat er nog een jongen gek op haar was. Auke Snooij. Zij vond hem ook erg lief, maar ja, hij wilde geen kinderen en dus viel hij af. We hebben ons wel eens afgevraagd wat dat voor haar zou hebben gedaan, als hij wel…Maar ja, dan waren we daar niet bij geweest natuurlijk 😉 Mama heeft hem na de dood van Pa nog wel een keer ontmoet.

Ik heb ergens een foto van een Zeppelin die over Haarlem vaart. Die heeft mijn vader genomen vanaf het dak van Vroom en Dreesman. Hij had het speciaal gevraagd aan de chef van mama of hij dat dak op mocht, en dat mocht!

Mijn moeder werkte dus bij Vroom en Dreesman, het warenhuis. Bij de afdeling garen en band?
Zij stopte met werken toen zij trouwden in 1933, dat was toen zo….

In mijn geboortejaar zijn Ans ( 1937), Ruud (1939), Frans (1944) schoolgaand en José (1947) is nog thuis. Mijn oudste broer Ton (1936), woont dan niet meer thuis. Hij gaat in 1949, als twaalfjarige, het klooster in en zit in een van de huizen van  Don Bosco.

Het gezin was kort daarvoor verhuisd van de Dutrystraat 52  Haarlem naar de Marsstraat 127 in Haarlem.  Betere buurt, mooier en groter huis. Pa kon het maar krap betalen. Aan de ene kant woont de familie Ligtvoet, later Bonsel. Aan de andere kant de familie Mathôt. Met die familie hebben we heel wat gedonder gehad.

Ik ‘doe’ het goed, gezien de uitslagen van de metingen bij het Consultatiebureau.

(Grappig om alvast te weten dat ik de verloskundige die mij ‘gehaald’ heeft later tegenkom op de verloskamers van St. Joannes de Deo, waar ik de A-Opleiding tot Verpleegkundige doe. Zij wist het nog. ‘Ik heb jou nog gehaald’, zei ze. Ik vergat helaas te vragen hoezo ze dat nog wist 😉 )

We zijn een katholiek gezin dus ik word gedoopt. Ton is mijn ‘peter’ en tante Truus, jongste zus van moeder, is mijn ‘meter’. Dat speelt verder in mijn leven geen enkele rol van betekenis. Het leverde in ieder geval nooit extra kadootjes of zo op 😉. Het is meer traditie.

Mijn opa, vader van mijn moeder, woont in 1952/1953 even bij ons in. De enige herinnering aan hem die ik heb, ik ben dan drie jaar oud, is dat hij in een luie stoel zit, en ik daarbij op de grond, en dat zus José binnenkomt waarop opa reageert: Zo, juffrouw Druk!!’   ( misschien al wat ADHD? Maar dat werd toen nog niet als zodanig erkend )

Zelf heb ik uit die periode geen nieuws. Ik verwacht dat het gezin draaide zoals een jong gezin draaide.

 

 

1953  Te jong

Ik ben drie jaar als mijn opa, de vader van mijn moeder, overlijdt. Hij woont al een tijdje bij ons in huis en hoewel het een nurkse, stille man is, mag ik hem graag. Het is voor mij niet duidelijk waarom hij bij ons woont. Daar ben ik dan ook drie voor. Ik herinner me geen duidelijke aanwezigheid door hem in ons gezin. Hij ís er en zít, in de luie stoel, en observeert waarschijnlijk de drukte – voor hem dan- om zich heen.

Opeens is hij niet meer in beeld. Achteraf weet ik dat hij naar het Marine Hospitaal is gebracht en daar heel naar heeft geleden aan maagkanker.

Opa was een stille man, introvert zeggen we nu. En stug. Zijn zoon, de jongere broer van mijn moeder, oom Piet, heeft veel van hem weg. Ik weet nog goed dat ik toch graag naast zijn stoel op de grond zat, dat voelde stabiel en veilig.

De dag van de begrafenis in de kerk van Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten in Haarlem-Noord worden mijn twee jaar oudere zus José en ik achtergelaten in een lokaal van de kleuterschool, voor de duur van de uitvaart. Men vindt ons te jong om daar bij te kunnen zijn. Achteraf denk ik dat men mij te jong vond en mijn zusje José met mij mee liet gaan, waardoor het verblijf in dat lokaal me minder zou opvallen. In ieder geval waren we daar samen ’te gast’ in een klas met kleuters. Wat een pech voor de familie, die dacht zonder ons opa ten grave te kunnen dragen: de supergrote ruit van het lokaal biedt een pontificaal uitzicht op de kerkdeur van waaruit opa richting begraafplaats wordt gebracht. En ja hoor. Opeens zwiept die kerkdeur open en daar verschijnen de dragers met de kist. Opa!!! Ik zie mijn vader, moeder, ooms en tantes, mijn broers en oudste zus, iedereen loopt daar! En ik? En wij? En ik? Wat! De hel breekt los en José en ik gaan  staan rammen op die ruit. En …..dat haalt niets uit. Woedend ben ik en wat voel ik me belazerd, al is dat niet de vertaling van een driejarige.( Ik haal het gevoel nog steeds heel gemakkelijk terug).  Ik ben er van overtuigd dat als José en ik gewoon bij de uitvaart waren geweest dan was er punt 1 niets gebeurd, behalve dat we af en toe ‘sssst’ te horen hadden gekregen, en ‘zit stil’, en punt 2, belangrijker, dan was die woede, dat ‘er niet bij mogen horen’ – gevoel, en belazerd worden, niet zo diep in de groeven van mijn ziel terecht gekomen.

Opa wordt begraven op het kerkhof bij de Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten-kerk, onze parochie-kerk. We bezoeken de jaren erna vaak zijn graf. Een paar jaar later, december 1956, wordt mijn vriendje van school, Nolly Rootlieb, vlakbij hem begraven en voor mij ontstaat er iets tussen die twee. Opa waakt over hem. Zo beleef ik dat.

1956:  In de gezinssituatie verandert er iets: Frans gaan naar seminarie. Hij is dan 12 jaar. Hij schrijft me daar nu over:
‘In 1956 ging ik naar de Salesianen. Het leek me wel mooi om pater te worden. Maar ook omdat er gevoetbald kon worden. Ik ging in ieder geval niet weg om thuis te ontvluchten. ‘

Het was de tweede zoon die naar het seminarie ging. Als katholiek gezin had je dan een aardige bijdrage gedaan aan de kerk. Binnen ons gezin was het de gewoonte dat er elke week een brief werd geschreven aan de kloosterlingen en zij ook naar de Marsstraat. Dat heeft een lijvig archief opgeleverd dat broer Ton heeft aangelegd, beheerd, en naar ik meen gedigitaliseerd. Weinig gezinnen zijn op die manier vereeuwigd.

Dat Frans naar het seminarie ging viel me eigenlijk amper op. Ik denk ook dat Frans vooral zijn eigen gang ging. Ik herinner me wel het spelen met mannetjes, cowboys en indianen, een heus fort en een schip, maar dat kan ook van later geweest zijn.

Jose geeft nu, 2026, wel aan dat ze het vertrek van Frans als verdrietig heeft ervaren, omdat ze daarmee haar grote broer kwijt was.

 

1956  De lagere school

Het is 2023 als Frans, José en ik naar Haarlem gaan. We doen jaarlijks met elkaar een Stedentocht. Bezoeken gedenkwaardige plekken, een museum, eten gezellig ergens en praten onderling wat bij over hoe het ons nu gaat. Deze keer is het Haarlem, waar een groot deel van onze gezamenlijke geschiedenis ligt. We lopen in Haarlem-Noord en gaan langs onze Lagere Scholen of wat er al of niet van over is. Elk van ons heeft verhalen en herinneringen aan zijn of haar school. Op een gegeven moment komen we langs de Kardinaal de Jongschool. Het gebouw staat er nog en doet nu dienst voor een ander soort opleiding. Omdat het een doordeweekse dag is zouden we naar binnen kunnen en ik krijg die vraag van José, maar iets in mij wil dat helemaal niet. Het voelt onaangenaam. Het bezorgt me een oud, verdoofd gevoel. Zo van: ik heb daar nooit willen zijn.

Er zijn een paar foto’s uit die tijd, maar super weinig. Ik herinner me een foto dat ik met een klasgenootje in het zand voor de in aanbouw zijnde school zit te spelen. Het is Rudi Walkotte en we zitten allebei in de tweede klas bij juffrouw Gemke. Dat moment staat ook in mijn geheugen gegrift, waarschijnlijk ook met hulp van die foto. Ik herinner me dat Rudi een verdrietige sfeer om zich heen droeg. Zijn vader was overleden. Het zal rond 2015 geweest zijn dat ik ene Ruut Walkotte op Facebook tegenkom. Ik maak kontakt met hem en stuur hem de foto. Hij is het. Wij zijn het. We hebben nog steeds kontakt via Facebook. Erg leuk. Hij woont zijn hele leven lang al in Haarlem, in dezelfde straat als vroeger. Hij werd postbode.

Verder herinner ik me Jan Kooper, een vriendje van me weliswaar, maar ook dat hij mij ongenadig behoorlijk in mijn maag stompte toen hij mij blijkbaar irritant vond. Ik zal het verdiend hebben.

De Zwarte Pieten op het dak van de noodbouw, waarbij ik toch echt een blanke hand in die zwarte zandschoen zag, potverdorie!

Hoofdmeester Houthuijsen die jarig was en elke klas rond ging om kadootjes op te halen en waarbij ik het gewaagd had wat luciferkoppen in de kado-sigarettten te steken. Hij kwam later in de klas verhaal halen en wilde weten wie dat op z’n geweten had. Toen ik uiteindelijk mijn vinger opstak zag ik de zogenaamd boze, maar vooral verbaasde blik in zijn ogen. Achteraf reflecterend en fantaserend denk ik dat hij het meest verbaasd was dat dat brave, wat kleurloze, jongetje Overtoom dat ‘gedurfd’ had. Dat had hij niet verwacht.

Een sterke herinnering is het verhaal rondom Nolly Rootlieb. Eén van mijn vriendjes van de eerste klas. We zaten toen op de Bavo-school. Komt ie:

Het is september 1956 en ik ga op school, de St.Bavo Lagere school in Haarlem, waarvan ik later besef dat mijn broers, Ton, Ruud en Frans, me daar voorgingen.
Mijn juf is mevrouw Kampmeier. Een kleine, rondborstige, vriendelijk ogende moeke.
Ze is heel geruststellend, aardig en betrouwbaar. Ik voel me bij haar op m’n gemak.
In november wordt Nolly Rootlieb, een roodharig jochie uit mijn klas, overreden bij het oversteken van de Rijksstraatweg, als daar de stoet van Sinterklaas aan komt rijden.
Hij overlijdt.

We zijn allemaal erg aangeslagen en geschrokken. Nolly krijgt een ‘engelenmis’. Daaraan voorafgaand gaan we met de hele klas in een stoet naar zijn huis in de Vogelenbuurt. Hij ligt opgebaard, links in een hoek van de huiskamer, en ik zie zijn moeder rechts staan. Rood haar en heldere blauwe ogen. Zo blauw als ik die later zou zien in de film van de Titanic.
Wat ik toen nog niet kon vermoeden is dat ik haar later zou opzoeken. Daarover later meer.

Nolly wordt begraven op het kerkhof van de O.L. Vrouw van Zeven Smarten kerk in Noord, en hij ligt vlak bij mijn opa Bijrij, vader van mijn moeder, die in 1953 overleed.

Door het toenemende aantal kinderen na de oorlog in Haarlem Noord wordt er een nieuwe school gebouwd, de Kardinaal de Jongschool aan de Jan Gijzenkade. Een heel stel jongens van de St.Bavo Lagere School moeten over naar die school. Ronnie Overtoom ook. Ik vind het geen fijne overstap. We belanden in de noodbouw, want de echte school is nog niet klaar.  De juf van de eerste klas gaat niet mee. Er is niks vertrouwds. Meester Houthuijsen is het schoolhoofd. Een forse, lange, vaak boos-kijkende man met een kop zwart haar en grote tanden.

Ik denk dat we in het begin van de tweede klas even een inval-juf hebben gehad. Op een gegeven moment komt meester Houthuijsen de klas in en hij spreekt ons ernstig toe. Hij vertelt ons dat we juffrouw Gemke krijgen. Juffrouw Gemke is lange tijd ziek geweest en komt nu weer terug. En wee ons gebeente als wij haar weer ziek zullen maken…..!!! Dan zwaait er wat, dat kan je aan de meester met z’n boosaardige ogen wel zien. Juffrouw Gemke wordt gepresenteerd. Zo te zien is er niet veel voor nodig om haar ziek te maken: een grijze, grauwe, magere vrouw met ook al grijsgrauwe spillebeentjes, een veel te grote bril op het vaalbleke hoofd en enkele lokken dun grijs haar. Ik zit op de eerste rij voorin, vlakbij haar, het is dus oppassen geblazen.
We komen het jaar heelhuids door. Maar ik leer daar de boodschap: je wordt mede-verantwoordelijk gehouden voor de gezondheid (en mogelijke versnelde dood?) van een kwetsbare oudere, dus: dimmen! Inhouden! Aanpassen!

Ik heb op school geen leuke jaren. De derde klas is voor meester Thom Snijders. Een bravoure-mannetje, die het vooral leuk vindt om zijn stoel op de lessenaar te zetten en zo zijn volk te overzien en te imponeren. Hij kan wel aardig voorlezen, maar ik zit al in mijn schulp sinds het begin van de tweede, bij Gemke, en ik kom daar zo ook niet meer uit.

Vierde klas. Ton Stevens. Een klootzak van de eerste orde. Hij gooit borstels en krijtjes naar z’n leerlingen en kan heel gemeen doen en kijken. Hij trekt je aan je oren voor de klas en dat is behoorlijk pijnlijk. Mij spaart hij ook niet. Ik schrijf per ongeluk ‘trug’ in een opstel, in plaats van ‘terug’, en word voor de klas voor lul gezet. Doordeweeks is hij mijn meester en in het weekend is hij mijn a.s. zwager. Ja Ans, mijn knappe oudste zusje,  is favoriet bij sommige meesters op school. Ze gaat zo’n drie jaar met me mee zowat: Snijders bla bla vindt haar erg aardig, Stevens wordt haar verloofde en Loek Garsten, meester van klas 5, informeert regelmatig en blozend bij me en, naar hoe ik de signalen nu als volwassen man kan interpreteren, hij lijkt verkikkerd te zijn op haar, maar ja, ze valt op Stevens. Garsten was best een aardige en warme man. Keuzes…

In de door mij bewaarde schoolrapporten kun je lezen dat het mij minder goed gaat vanaf begin klas 4. Ik heb niet de indruk dat het ook maar iemand is opgevallen en dat het vragen opgeroepen heeft over de positie waar ik in zat. Niemand heeft zich waarschijnlijk afgevraagd in hoeverre het gepast is om de verloofde van mijn zus mijn schoolmeester te laten zijn en of ik daar last van had de ja of de nee.

Het gegeven dat Stevens tegelijk verloofde en meester was kan zelfs door mijn ouders als ‘heel voornaam’ zijn beleefd. Een meester was niet niks.
Zijn aanwezigheid bij ons in huis voelde unheimisch. Hij kon, om te demonstreren dat hij ook wel gewoon met me kon spelen, me achtervolgen op de trap. Ik herinner me zijn blik, ook toen hij mijn afwijzing opmerkte. Verbolgen was hij, koud. Dat mocht ik op school dan weer ontgelden.

Ik herinner me een moment dat ik absoluut niet naar school wil. Mama weet ook niet wat ze met me aan moest en laat me de hele school-ochtend op het muurtje van de bloembak voor ons voorraam zitten. Ik heb daar uren stil in m’n eentje zitten zitten. Maar alles beter dat naar die rotschool moeten.

Ik herinner me dat we op woensdagochtend naar de schoolmis liepen: mama , José en ik. Toentertijd ging je daar ‘nuchter’ naar toe.  Op een lege maag dus, want je ging ter communie. Dan mocht er nog niks anders in je maag zitten.

‘Verdorie’, zegt mama. ‘Heb ik per ongeluk een pepermuntje op vanmorgen.’. Geen communie straks, verdikkeme. ‘Ik heb ook een snoepje op!’ vervolgt José. Met schaamte moest ook ik bekennen dat ik van de suikerpot gesnoept had. Alle drie dus geen Ons Heer in de mond straks. 😉

Klas 5 en 6 kom ik ongeschonden door. Waarschijnlijk omdat ik me ook niet meer laat zien.

Meester Houthuijsen doet de aanbeveling me naar de Ambachtsschool te sturen. Leren en werken, een vak leren. Ronnie is handig met dingen. Dat was weliswaar goed gezien, maart mijn moeder dacht er anders over en liet me meer de studie-kant op gaan. MULO. Dankjewel mama. En Papa. Goed gedaan.

Ik heb, kortom, aan de Kardinaal de Jong school geen enkele echt leuke herinnering.

Later, het is dan 2025, als ik de narigheid die ik in mijn leven heb opgelopen, die begon met Gemke, uitspreek tijdens een Haarlem-tocht is de reactie: ‘Ja, dat was toen gewoon zo…had je dan wat anders verwacht van ouders in die tijd?’ Alsof de spanning en het verdriet van toentertijd, die dan nog steeds in me zit, gladgestreken kan worden omdat je het rationeel, en anno nu, wel begrijpt….  Voor mezelf is dit een moment waarop ik het Kind in mij begrijp dat zegt: ik word – alweer- niet gezien. Zulke opmerkingen van anderen worden gemaakt vanuit de ratio, vanuit een rationeel weten dat het toen zo was en niet meer ongedaan kan worden gemaakt. Ik weet ook wel dat het ’toen’ zo was en dat een kind dat niet hoefde te verwachten van zijn ouders, maar daarmee is het nog wel een eenzaam, verdrietig en onbegrepen deel van me.
Het hoeft ook niet opgelost te worden. Maar wel erkend! Met een onderstreping van hoe dat gevoeld zal hebben en soms nog voelt. ‘Klote voor je, eigenlijk. Je was daar verdomd eenzaam.’ Zulke woorden zouden voldoende zijn geweest om een brug te slaan.
Het wordt ook tijd dat ik het Kind in mijzelf zelf zie en er beter voor ga zorgen. Bijvoorbeeld door zorgvuldiger uit te kiezen in welke situatie en aan wie ik het blootgeef.

Er heeft zich in mijn leven een ‘Meer van Eenzaamheid’ ontwikkeld. Van ‘in de steek gelaten zijn ‘, van  ‘niet gezien worden’. Deze periode is daar een belangrijke in. Ik trek me meer en meer trug, o nee, terug. Het is ook geen ramp. Ik denk dat het veel mensen gebeurt. Ik weet ook dat ik geheid wel wegen gevonden heb om mezelf uit te drukken en aan mijn trekken te komen. Maar echt delen wat me werkelijk bezig houdt en mezelf kwetsbaar opstellen bij andere mensen, dat heb ik wel moeten leren. Ik schreef zo’n 150 gedichten in mijn puberteit. Ik gooide ze in een bui van ‘het zal allemaal wel’ allemaal weg. De teneur was een snakken naar liefde en een samensmelten, iets voorstellen, er toe doen, de held willen zijn. Gelukkig was er ook de humor En de taal. Ik kon het meeste vangen in woorden en dat is een groot geschenk gebleken.

 

Herinnering over een eendje.

We houden thuis wel van dieren. Als er iets losloopt en naar ’t schijnt hulp nodig heeft, dan zorgen we daarvoor. Zo ook Ans. Zij neemt een jong eenden-kuiken mee uit het park. De moeder is spoorloos. Het loopt los in onze achtertuin. Thuisgekomen uit school denk ik: ik pak een bak water, dan kan het zwemmen. Ik weet me nog die grote platte bak te herinneren. Ik vul het ding met water uit de keukenkraan en zet de bak op het gras. Ik zoek en roep het eendje. Ik vind het niet. En nog niet. En niet.

Bang geworden til ik de bak weer op. Eendje. Morsdood.

Ophaalbruggen
Mijn vader kon uit het niets opeens boos worden. Wat hij zeker niet op prijs stelde is als ik zijn gereedschap gebruikte. En ik hield van constructies maken, zoals ophaalbruggen. En ja, dat vraagt om hamers en spijkers, etc. Op tijd de boel opruimen voor hij thuis kwam was het beste dat je kon doen.

Nu, achteraf, denk je, goh jammer, we hadden ook samen iets kunnen  maken, of je had me iets kunnen leren. Maar Pa was voorzitter van de voetbalclub en stencilde thuis de clubkrant die we met z’n allen moesten vouwen.  Dat soort zaken had al zijn aandacht.

Pa hield ook duiven. Dat was wel iets om te delen. We hadden ieder onze eigen duif. Mijn duif ‘Ronny’ heb ik dan ook teder in mijn handen gehad. Dat waren dan wel weer leuke momenten.


Naïviteit

Het lijkt misschien iets futiels, deze ervaring. Het is haast niks, bijna te kinderachtig om op te schrijven. Toch maar gedaan. Omdat het éen van de eerste grondige ervaringen is dat ik me belazerd voel door iemand waarvan ik het echt niet verwacht had.

Het is bijna Sinterklaas 1961. Bij ons thuis is dat elk jaar een bijzonder feest. Pakjesavond is steeds supergezellig en spannend. Spannend? Ja, als je in Sinterklaas gelooft. En dat deed ik. Nog. Nog steeds. Nog steeds? Mijn vriendjes in de straat beweerden dat het allemaal niet waar was. Sinterklaas bestond niet, was een verzinsel. Maar, mijn ouders, mijn moeder nota bene, had plechtig gezegd dat Hij bestond. En mijn moeder zegt de waarheid, is betrouwbaar. Altijd. Mijn vriendjes lachten me uit, en uit, en uit. Ik geloofde heilig in mijn moeder!

Na het eten, iedereen zit nog aan tafel, sta ik naast mijn moeder die aan het ‘andere’ hoofd van de tafel zit, (aan de kant van de keuken natuurlijk, hè?…) en vraag haar: “Mama, Sinterklaas, die bestaat toch, hè? Of….niet….? ’ En dan zegt mijn moeder, met hoorbaar ‘ bezwaard gemoed : ’ Nee, Ronnie, Sinterklaas bestaat niet en ….‘ .  Wat ze daar allemaal achteraan zei kwam niet meer binnen. Ik was geschokt. Wat voelde ik me belazerd, en wel door mijn moeder die ik zo had geprezen en verdedigd naar mijn vriendjes. En nu moet ik mijn vriendjes onder ogen komen. Wat zullen ze me belachelijk vinden dat ik als bijna 12-jarige nog steeds gelovig ben.  Afschuwelijk. En mama, is er nog meer dat niet waar is? En waar je me bij in de waan laat? Weet je wat? Ik raak op mijn hoede. Betrouwbare mensen zeggen niet steeds de waarheid als ze denken je met een onwaarheid een plezier te doen. Later zal ik dit fenomeen tegenkomen op de verpleegafdeling, waar men kankerpatiënten niet vertelt dat ze kanker hebben en zullen doodgaan. Om de hoop op herstel niet te verliezen. Herstel….In plaats van mensen te helpen door hun proces van rouw en afscheid van het leven.

Niet dat ikzelf altijd zo’n heilige ben, maar de waarde van ‘waarachtigheid’ zit wel in mij verankerd. De keren in mijn leven dat ik zelf niet waarachtig kan zijn, die zijn er ook. Dan regeert de angst. De angst om iets of iemand te verliezen, te verspelen. Dat is me dan op dat moment blijkbaar nog kostbaarder dan waarachtig zijn. Iets dat ik later in bij mijn scheiding tegenkom. Je wil scheiden van je partner, niet van je kinderen. En dat behelst een levensles.

De momenten waarop ik waarachtig kan zijn en ben, nemen gaandeweg toe. Ik ga dingen zeggen die gezegd moeten worden en die anderen niet zo snel durven zeggen. Ik sta mezelf die lessen maar toe en vergeef me mijn eerdere ‘fouten’. En geniet van de herwonnen vrijheid te mogen en te kunnen zeggen wat mijn waarheid is. Waarachtigheid en eerlijkheid gaan hand in hand. Het gaat er dan nog om om hoe ik iets zeg. Met behoud van respect voor de ander, die meestal ook geen kwaad in de zin heeft. En ik ervaar dat me dat steeds meer is gelukt in mijn leven. Ik heb daarbij goede leermeesters in de personen van Tiny en Frieda, collega’s in Sancta Maria. Zij zijn DE grote wegwijzers in mijn leven geweest.

 

Hersenbloeding
Het is 1962 als ik de Lagere School verlaat, ik ben 12. Ik ga naar de St.Jeroen Mulo. Die zomer wordt de huiskamer thuis verbouwd.  Een bende is het. Schuifdeuren eruit en een haard geplaatst. Wel mooi. Pa werkt zich rot, samen met een kameraad van hem.

Later dat jaar gebeurt het:  papa krijgt een hersenbloeding en we belanden in crisis. Mama wordt weliswaar in van alles bijgestaan, maar toch. Ik moet zeggen dat ik er niet veel herinnering aan heb. Het leven gaat verder. De ritten naar de Valeriuskliniek in Wassenaar, waar Pa enkele maanden verblijft, herinner ik me, maar dat Pa niet thuis was daar heb ik geen vervelende herinnering aan. Ik denk dat ik hem niet miste? De sfeer was in ieder geval ontspannen.

Vader doorstaat de bedreigende situatie en ‘herstelt’ zonder grote ingrepen. Hij kan wel veel minder hebben en de sfeer thuis is regelmatig erg gespannen en onveilig. Er zijn gelukkig ook momenten dat het wel losloopt en gezellig is. Maar er is voortdurende waakzaamheid nodig. In zo’n sfeer doe je je best om het wat stabiel te houden.  Maar ja, er wordt geleefd, gepuberd, van alles, dus ja… Er zijn om de haverklap incidenten thuis. En het gaat er soms hard aan toe. Vader kan soms meppen. Vooral de maaltijd gezamenlijk zijn niet ontspannen.

Het zal 1964 zijn  geweest dat ik samen met zus Jose naar Bloemendaal ga, naar de woning van behandelend geneesheer Dokter Uiterwaal. Het gaat thuis bergafwaarts met Pa. Ruzie, en nog eens ruzie. Het is een dinsdag- of woensdagavond half acht en de dokter kijkt verstoord dat we zijn adres gevonden hebben en nu voor zijn deur staan. We doen ons verhaal en vragen hem om hulp. Hij kijkt ons aan en zegt iets als: ‘Jullie moeten gehoorzaam zijn en je gedragen. Jullie vader kan een tweede bloeding krijgen en dan is dat jullie schuld!’

En daarmee druipen we af en gaan weer naar ‘huis’.

Een dergelijke boodschap, dat ik moet dimmen anders gaat er iemand dood, heb ik eerder gehad. In mij laait een woede op, ik ben me dat niet zo bewust, maar ik ga dit soort mensen haten. Volwassen mensen die iets mankeren en dat ik me koest moet houden, anders ben ik er verantwoordelijk voor dat hen iets overkomt. Dit is de tweede keer van de boodschap: je wordt mede-verantwoordelijk gehouden voor de gezondheid (en mogelijke versnelde dood?) van een kwetsbare oudere, dus: dimmen! Inhouden! Aanpassen! Dat wordt hiermee een thema in mijn leven.

 

Eerste eigen camera.

We hebben er een tijdje voor gespaard, m’n vriendje Jos de Wilde en ik. Naast dat we op dezelfde middelbare school zitten hebben we beiden vaders die op De Spaarnestad werken, een drukkerij/uitgeverij in Haarlem. En die houden een actie. Je kan er tegen gereduceerde prijs een leuke interessante fotocamera kopen. De Lubitel 2. Een Rus! Dus dat gaan we doen. Ons beider vaders gaan dat binnen het bedrijf regelen. Het kan wel even duren. Wij in spanning natuurlijk.

Na een week of twee ontmoet ik een opgetogen Jos. ‘We hebben ‘m, hè!’  Ehm…. We?  Jos had ‘m. Ron nog niet. ’s Avonds aan tafel: ‘Pap? Jos heeft z’n camera binnen. Is de mijne er ook? ‘
‘ Nee, nog niet ’, zegt Pa. Kan gebeuren. De vaders werken waarschijnlijk op een andere afdeling en dan kan de levering ook net even anders lopen, logisch. Wachten. Het was een dinsdag of zo. Woensdag dan? Nee, nog niet, geen camera. Donderdag krijg ik de kriebels, ik heb de camera bij Jos al gezien. Echt te gek! ‘ Pa..?’   ‘ Nee, jongen, nog niet ‘.

Het wordt vrijdag. En dan ga ik snuffelen. Op de slaapkamer van mijn ouders. De linnenkast. Op de tweede plank van boven liggen de doopkaarsen van de kinderen bewaard te worden. Als er ooit iets verstopt wordt dan is het een beetje in die buurt. En waarachtig. Er ligt iets achter, ingepakt in pakpapier. Ongeveer zo groot als mijn nieuwe camera zou moeten zijn. Het zal toch niet? En warempel….het is mijn nieuwe camera. Waarom…waarom ….waarom ligt ie daar? Waarom zegt mijn vader niks?  Waarom liegt ie?
Ik leg de camera weer terug waar ik hem gevonden heb en ga naar beneden. Ik zeg niks, want het is verboden om ongevraagd in de linnenkast te komen.  Tussen de middag als mijn vader thuis komt eten, vraag ik naar de camera. ‘Nog niet, jongen, misschien morgen. ’ Als mijn vader zaterdag van zijn werk komt dan zegt hij dat mijn camera er is en dat we straks het pakje samen open gaan maken.
We zitten wat later samen op een bankje buiten in de achtertuin om de camera uit te pakken. Ik wil hem graag zelf uitpakken en in mijn handen houden. Wat? Ik popel!  Maar mijn vader doet dat ritueel. En mijn vader, sigaar in de mond,  bekijkt op z’n gemak alle knopjes en mogelijkheden van MIJN zelf-betaalde Lubitel 2. Ik wacht tot hij hem eindelijk aan me geeft. Ik word geacht samen met hem blij te zijn, maar ik ben het niet. Ik ben er stil van en trek me terug. Er is weer een bouwsteen toegevoegd aan mijn woede en ontluikende haat.  Zulke zaken uitspreken gebeurde bij ons thuis niet, daar gold een zwaar verbod op. De gevolgen daarvan konden vernietigend uitpakken. Dus laat maar. Ook mijn moeder vertelde ik het niet. Zij deed toch al alle moeite om de sfeer in huis draaglijk te houden.

Ik maakte mooie foto’s met mijn heerlijke camera, waarbij ik veel met Jos in Haarlem op pad ging. Met mijn vader heb ik geen enkele foto gemaakt. Hij vond wel mijn foto van het interieur van de Kathedraal St.Bavo in Haarlem erg mooi. En drukte hem voor zichzelf af. En hield het negatief. Ik zag het niet meer terug, het was kwijt.

Laat maar, stil maar. Gewoon niet meer delen en goed oppassen.

 

Nieuwe schoenen.

Mijn schoenen zijn versleten.  Ik loop voor gek. Nieuwe schoenen kosten gauw 30 gulden. In een tijd waarin we naar de goedkoopste kapper gingen, die het ook nog verboden werd om bij mij een kuifje te knippen (was 5 cent extra), was 30 gulden veel geld. ‘Ik heb het niet, jongen. Je moet nog even op de oude lopen.’ aldus mijn  vader. Ik ben boos, want ik draag een geheim met mij mee. Ik heb iets ontdekt over mijn vader. Hij betaalt geld aan een vrouw om haar te mogen fotograferen. Ik ben de enige die dat weet. Ik heb gesnuffeld in zijn Doka en vond foto’s en brieven. Van ene mijn heer Marsman. Ah, dat is in ieder geval niet mijn vader. Tot het kwartje valt en ik snap dat mijnheer Marsman wel degelijk mijn vader is, omdat wij in de Marsstraat wonen. Ik houd het voor me, ook al omdat ik weet dat mijn gesnuffel niet deugt en ik dat aan niemand wil bekennen. Ik hoor zoiets natuurlijk niet te doen.
Vader mag op een gegeven moment ‘voor de zaak, de Spaarnestad’ op zakenreis naar Den Haag. Ik begrijp niet waarom hij dan zo naar aftershave moet stinken. Dat snap ik beter als ik er achter kom dat die mevrouw in Den Haag woont.
Jaren later is er een incident, vader wordt door mama tussen de middag ‘betrapt’  bij een mevrouw ergens in de stad en verdwijnt met een koffer met kleren. Hij doet ’s avonds 25 gulden door de brievenbus. Ome Jan is er, zijn oudste broer. En Ruud. En het gaat over ons Pa. En dan vertel ik het. Ruud gaat naar zolder en even later ligt alles op de huiskamertafel.

Later mompelt Papa een verwijt naar me, als hij de zoldertrap afloopt en ik daar in bed lig om te gaan slapen.  God, wat ben ik bang. En ik schaam me ook op éen of andere manier en voel ook dat dat niet klopt.
Dat ik er pas heel veel jaar later meer van begrijp en er anders over oordeel, daar ben ik wel blij mee en het leidt, lang na mijn vaders overlijden,  tot meer empathie en rehabilitatie. Toen niet. Er was alleen woede en haat.

In een sessie van de Focustraining in plm. 2020 merkt René Maas fijntjes op: ‘Zo, dus jij hebt je vader verraden’.  Niet zo’n fijne opmerking van deze pstchotherapeut en ik bedenk me twee dingen.  René’s vader is in 1944 in de rug geschoten door foute Nederlanders en hij heeft nog immer intens verdriet om zijn vader. En: ook psychotherapeuten worden oude lullen en zeggen ondoordachte dingen.  Maar het klopt ook: ik heb mijn  vader verraden. Ter vergoelijking: ik was kind, ik was 16, ik voelde me zelf verraden, door mijn vader.

Maar ik snap het. Mijn vader wilde ook wel eens wat. Mijn mama was een preutse vrouw. Trouw en lief, maar preuts tot in haar botten. Papa lijkt meer op die mijnheer in mijn verhaal Beste Baas. Hij lustte er wel pap van. Dus hij zocht zijn weg. Voor hem helaas dat wegen ook weer andere wegen kruisen.

 

Mijn vader was met zijn broers altijd aan het ‘geinen’. Ome Jan, de oudste, acteerde bij en theatergezelschap met als favoriete figuur ‘de dronkaard’. Zo’n lijzige stem kon hij ook opzetten. Jaap was meer van de snelle moppen, met zijn hoge stem. En Pa van alles wat. En maar lachen samen.  Ik denk dat de broers ook steun aan elkaar hadden en sowieso elkaar niet zouden afvallen. Mijn kinderen hadden de ‘Band of Brothers’  na de scheiding van hun moeder en mij. Ook al om elkaar dwars door alles heen altijd te steunen. Ik mag daar wel eens een beetje aan meedoen, maar hoorde er niet echt bij. Logisch.

Links Pa, dan Jan, dan Jaap.

 

Dood en Leven.
Het is 1970. Ik kom met mijn bromfiets achterom en zie dat mijn overbuurman in onze woonkamer zit. Dat kan maar éen ding betekenen, en als ik naar binnen stap en we groeten elkaar, is het eerste dat ik vraag: ‘ Waar-is-ie?’  Even later ben ik met m’n bromfiets op weg naar St .Joannes de Deo, het ziekenhuis. Daar zie ik even later mijn vader. Hij ligt in een bed, omgeven door mijn moeder, ome Jan -zijn oudste broer- en anderen.  Mijn vader kijkt naar me en prevelt iets. Ik wil het niet verstaan, ik weet alleen nog maar dat ik een harde blik in mijn ogen had. Achteraf denk ik dat hij gezegd heeft: ‘Zorg goed voor je moeder’.  Vanuit de overlevering weet ik dat dat ook door zijn vader tegen hem gezegd is toen deze kwam te overlijden.

Vader overlijdt een week later. De neuroloog Uiterwaal is met vakantie geweest en hij komt nét te laat weer de afdeling op. Ik zie nog de teleurstelling in zijn ogen dat hij Pa niet meer open mag maken om eens binnen in dat hoofd te kijken.

Ik ben organist van de Liduina-tieners en met dat koor doen we de uitvaart in de Zeven Smarten.  Ik weet er verder weinig meer van.

Na mijn vader’sdood woon ik samen met mijn moeder in het ouderlijk huis. Ik opgelucht en met een gevoel van ontspanning en ruimte. Zij met verdriet omdat zij hem mist. We verschillen daarmee in onze rouw. Ik voel geen rouw. Mijn moeder en ik, wij laten elkaar daarover met rust, ofwel, we zijn daar samen alleen.
Maart 1971 stop ik met de Pedagogische Academie Da Costa in Santpoort. Daar ben ik beland nadat ik door mijn vader in 1969 van de kweekschool in Beverwijk ben gehaald. Daar was een maandenlange onderwijsstaking en de school lag plat. Op Santpoort pas ik niet. Het is me te braaf allemaal. Mijn vader sterft, ik raak wat aan het dolen en er is niemand op school die zich om mij bekommerd.  Ik word in maart 1971, ik ben dan net jarig en word 21,  op een slinkse manier door de directeur afgeserveerd.  Hij bombardeerde me met hoofdrekensommetjes die ik niet zo snel wist op te lossen, en kon gaan. Een schoolmeester moest nu eenmaal goed en snel kunnen hoofdrekenen.

Thuis prut ik behoorlijk in elkaar en wordt initiatiefloos. Ik beland bij ome Jan, hij is tenslotte mijn voogd (!) en deze raad me aan de computers in te gaan. Geen goed plan, past niet bij mij. Ook pastoor Timmermans van het koor heft ten einde raad zijn handen omhoog. Dan komt de rol van postbode- voor tijdelijk-  om de hoek kijken en ik kan beginnen.

Ik werk vervolgens zes verrukkelijke maanden als postbode in Santpoort-Zuid. Ik loop wijk 10, de hondenwijk genoemd, vanwege de lange oprijlanen en de bijbehorende waakhonden. Er waren toen nog geen brievenbussen per adres.
Mijnheer Scheffer is mijn baas, een aardige man in een blauwe stofjas. Natuurlijk word ik een keer in mijn bil gebeten als ik een lange oprijlaan op loop.  Ik koop bij Soellaart in Haarlem meteen een alarmpistool en dat schiet ik bij elke serieuze dreiging met honden in de wijk af. Nooit problemen.  Er is even een probleempje als een collega het pistool leent, een leren jas aantrekt, een sjaal om zijn hoofd doet en  voorom het postkantoor in loopt en ‘Overval’ brult. Hij krijgt een uitbrander van Scheffer en ik krijg gewoon mijn alarmpistool terug.  Dat zou nu niet meer kunnen. Toen eigenlijk ook niet hoor 😉

Het was een mooie tijd. Bijkomen van alle emoties die er toch waren geweest, werken met een jofele club kerels en verder lopen, lopen, lopen. In al die maanden maar drie dagen regen!
Voor thuis was het ook goed. Mama was trots op me en heeft een keer stiekem met Scheffer naar me staan kijken terwijl ik de post bezorgde.

Al met al heel gezond leven.

Mama kent rector Rutten nog van de Deo en ergens komt de suggestie tevoorschijn dat ik misschien wel de verpleging in zou kunnen gaan. Het is te laat voor een sollicitatie, de procedures zijn al geweest. Rector Rutten doet een goed woordje bij de opleiding en zo kan ik toch nog terecht.

In september 1971  begin ik in ziekenhuis St.Johannes de Deo met de opleiding tot verpleegkundige A. De eerste stap in mijn loopbaan in de zorg. Daar leer ik Jan Mimpen kennen, mijn hoofd Opleiding, met wie ik nog mooie dingen zou gaan beleven.

Mijn moeder begint een nieuw leven, veerkrachtig als zij is. Cursus Engels, cursus boetseren, zingen bij Koor Katholiek Haarlem, reizen maken naar Indonesië en Israël. Sparen en gaan. Een flesje water uit de Dode Zee staat nog altijd bij me in de kast. En wat rood zand uit de Negev-woestijn (waarvan een deel in de doodskist van Jan Mimpen zou belanden. Als je alles van tevoren wist…)
Een geweldige tijd heeft ze.

Ik ga later op kamers in de Nicolaas v.d. Laanstraat in Haarlem bij dominee met emeritaat Oldeman. Hij is dan kunstschilder. Het huis is wat muffig, maar er valt iets van mijn kamertje te maken.  Ik doe de A-opleiding. Ik leer er erg veel, over mijn vak, over het leven, over mijzelf.

 

Doorbraak

Mijn moeder is weduwe en woont nog in ons ouderlijk huis in Haarlem. Ik ben bij haar op bezoek en zo ook mijn broer met vrouw en vrolijke kinderen. We zitten aan tafel, mama heeft eten gemaakt en dat is meestal eenvoudig maar lekker en voedzaam. Mama is hardhorend. Dat zit in de familie, aan haar kant. Mama kan niet alles volgen van wat er aan tafel gezegd wordt. Wanneer zij op een gegeven moment vraagt wat er gezegd wordt dan houdt mijn broer haar behoorlijk voor de gek en zegt totaal iets anders, waarop er door de anderen gegiecheld wordt. Oma wordt voor de gek gehouden, en dat is wel lachen natuurlijk. Dat oma dat voelt en niet weet hoe zich op te stellen en stil wordt, zwijgt, en erover heen gaat met wat anders, tja. En ik ben zo weinig stoer om er ter plekke iets van te zeggen. Slappe knul. Maar het verbaast me ook, het gebeurt zo onverwacht. Ik ben meer met stomheid geslagen dat mijn broer dat doet en zo houdt.
We lullen wat verder. Want echte dingen worden er niet gezegd. En we houden het ‘ gezellig’.

Een week later ben ik bij mijn moeder op bezoek. Ik woon in Nijkerk en dat betekent een behoorlijke autorit. En we praten samen wat, over koetjes en kalfjes. Zo komen we de tijd wel door. We praten wel maar zeggen niks. Ik weet het onderwerp niet meer, maar ergens in dat gebabbel maakt mijn moeder een nogal normatieve opmerking over scheiden of iets dergelijks. Dat komt voor mij dichtbij, want ik ben getrouwd met een eerder gescheiden vrouw. Maar ik maak er geen botsing van, moeder is een oud mens, dus, laat nou maar. En een half uur later ga ik naar huis.

Ik ben in Nijkerk terug en het zint me niet. Als dit het is, dan hebben we niet meer dan een lul-contact. En behalve dat ik dat zonde vind van mijn inspanning, tijd, kilometers maken, vind ik het nog het ergste dat je elkaar dan eigenlijk kwijt bent. Dus ik neem een besluit.

Haarlem. Ik ben weer op bezoek. ‘Mama, ik wil je wat zeggen. Eigenlijk wil ik dat je een keuze maakt. De vorige keer….’en ik vertel haar wat ik aan de vorige keer ervaren heb. ‘En de keuze die ik je wil voorleggen is dat het aan jou is, mama, of ik hier kom om alleen maar te lullen of ik kom hier ook voor echte gesprekken en een echte ontmoeting, maar dan zeggen we ook alles oprecht tegen elkaar. En dan daarnaast lekker lullen, want dan is er ook een fijne basis. Je mag het zeggen. ’

Daarop barst mama in snikken uit en ze vraagt me om asjeblieft echt te blijven praten. Ze zegt dat ze het weet, dat het zo vaak loopt, omdat ze bang is om alleen te blijven. En ze weet dat juist dat haar zo alleen maakt. Dus, kom maar, laten we ons uitspreken.

We hebben nog heel lang goede echte gesprekken gehad. Over alles. Met wederzijds respect, wederzijdse empathie.

Jaren later, toen zij en doof en blind was geworden zitten we samen op een bankje in Finspong, een zorgcentrum voor die doelgroep in Zeist. Tijdens onze gesprekken stel ik regelmatig vragen over vroeger. Er zijn periodes waarvan ik weinig weet wat er feitelijk in ons gezin aan de hand was.  Haar miskramen,  een postnatale depressie en haar opname in een rusthuis, mijn gedwongen verblijf bij een tante in België, mijn vader….  Als ik haar weer eens vraag naar die periode, dan wordt het stil.

Na enige tijd zegt ze: ‘Ron, kunnen we afspreken dat dit jouw laatste vraag is over vroeger….?’ Zij wil er niet meer naar toe terug. Dit was het. Leef de vragen. Nu is nu. Einde verhaal.

‘Dat is goed, mama. Helemaal goed. ‘ En we zijn samen stil. ‘Ik hoor een merel’, zegt ze. En we genoten samen. Een merel staat voor ‘thuis’.

 

 

 

2018: aangetroffen op mijn pc op zoek naar materiaal voor mijn boek. Zou dit niet zo gebruiken, maar gooi het ook niet weg. Bewerken dus.

 

 

 

 

 

 

Machteloos

Het zal iets van herfst 1969 geweest zijn. Opeens zag ik haar op de stoep liggen. Generaal de la Reystraat in Haarlem. Het was al donker aan het worden en ik kon haar eerst niet duidelijk zien. Ik rende naar haar toe, knielde bij haar en wist niet wat te doen. Ik schatte haar midden zestig. Was ze bewusteloos of stervende? Ik schrok: was ze dood? Dwars op de straat was verderop een kruising met de Generaal Cronjéstraat. En daar staken steeds mensen over, winkelend publiek. Ik schreeuwde om hulp en kreeg al gauw in de gaten dat men dacht met een dronken kerel van doen te hebben. Uiteindelijk kwam er iemand omzichtig de straat in naar ons toe en begon anderen te alarmeren. Het was afschuwelijk dat ik niet in staat was  om ook maar iets zinnigs voor deze vrouw te kunnen betekenen. Misschien was ze met reanimatie nog gered? Maar dat kon ik niet. Bij aankomst van de politie bleek dat zij inderdaad was overleden. Waarschijnlijk was zij al dood toen ik haar vond. De politie noteerde mijn naam.

De volgende dag werd ik op school, de Kweekschool in Beverwijk, door de directeur uit de klas gehaald. Er was telefoon. Politie. Ze wilden het verhaal nog even doornemen en men bedankte me voor mijn …  ja. De directeur reageerde, terwijl hij alvast de trap in de school afliep en mij achter liet, wat verschrikt op de toon waarop ik in de hoorn uitsprak: ‘Ja, ik heb haar gevonden en ze was al dood.’ Ik herinner het me nog goed. De koele stelligheid van mijn woorden maskeerden eigenlijk mijn voelen. Ik mocht niet voelen, wilde niet voelen, de schrik, de confrontatie met de dood, mijn onmacht Iets in mij weigerde dat toe te laten. Niet voelen. Doorgaan.

 

 

 

 

 

 

Enkele  – voor mij- leerzame anekdotes.

Via diverse leerzame relaties vestig ik me met de latere moeder van mijn kinderen in Nijkerk.

 

 

ZUIVERHEID

 

 

         INTEGRITEIT

 

 

        LIEFDE

 

 

        TROUW

 

 

       GEDULD

 

 

       PASSIE

 

 

       DEVOTIE

 

 

      MEDEDOGEN

 

 

      INSPIRATIE

 

 

              DOELGERICHTHEID

 

 

             TRANSPARANTIE

 

 

Boek voor het leven

Boek voor het leven

 

Boek Structuur

 

Met dank aan o.a. de volgende personen die in mijn leven een rol van betekenis hebben gespeeld en daarmee hun bijdrage hebben gehad aan mijn verhaal en aan de verhalen die ik kan doorvertellen.

Astrid, Daan, Thijs, Wouter, Marianne, Ton, Riet, Ans, Jos, Ruud, Frans, Jose, Rike, Netty, Sylvia, Monique, Rob, Ide, Bob, Theo, Hanneke, Paul, Ge, Nico, Henk, Paul, Bart, Gea, Nelleke,

 

Thema’;s  Omdenken, Klaslokaal ik woon hier niet en ik weet dus niks van deze buurt

Ik spaar capsules

Stofzuigerslang

 

Daar kom ik niet voor.koorlid overleden.

 

Nolly

Lopen lopen lopen, mijn man herkent me niet, hij valt in slaap als ik er ben.

 

Marleen Karstens

 

 

In ‘Prelude’ zijn het verhalen van de periode voorafgaand aan die van mijn beroep als leraar en later trainer in de zorg.  Het zijn deze verhalen die mij hebben gevormd.

 

 

 

 

 

 

Alles is materiaal

 

Machteloos

Het zal iets van herfst 1969 geweest zijn. Opeens zag ik haar op de stoep liggen. Generaal de la Reystraat in Haarlem. Het was al donker aan het worden en ik kon haar eerst niet duidelijk zien. Ik rende naar haar toe, knielde bij haar en wist niet wat te doen. Ik schatte haar midden zestig. Was ze bewusteloos of stervende? Ik schrok: was ze dood? Dwars op de straat was verderop een kruising met de Generaal Cronjéstraat. En daar staken steeds mensen over, winkelend publiek. Ik schreeuwde om hulp en kreeg al gauw in de gaten dat men dacht met een dronken kerel van doen te hebben. Uiteindelijk kwam er iemand omzichtig de straat in naar ons toe en begon anderen te alarmeren. Het was afschuwelijk dat ik niet in staat was  om ook maar iets zinnigs voor deze vrouw te kunnen betekenen. Misschien was ze met reanimatie nog gered? Maar dat kon ik niet. Bij aankomst van de politie bleek dat zij inderdaad was overleden. Waarschijnlijk was zij al dood toen ik haar vond. De politie noteerde mijn naam.

De volgende dag werd ik op school, de Kweekschool in Beverwijk, door de directeur uit de klas gehaald. Er was telefoon. Politie. Ze wilden het verhaal nog even doornemen en men bedankte me voor mijn …  ja. De directeur reageerde, terwijl hij alvast de trap in de school afliep en mij achter liet, wat verschrikt op de toon waarop ik in de hoorn uitsprak: ‘Ja, ik heb haar gevonden en ze was al dood.’ Ik herinner het me nog goed. De koele stelligheid van mijn woorden maskeerden eigenlijk mijn voelen. Ik mocht niet voelen, wilde niet voelen, de schrik, de confrontatie met de dood, mijn onmacht Iets in mij weigerde dat toe te laten. Niet voelen. Doorgaan.

 

Te klein

Ik was drie jaar toen mijn opa overleed. Hij woonde al een tijdje bij ons in huis en hoewel het een norse, stille man was, mocht ik hem graag.

Op de dag van de begrafenis, vanuit de kerk van Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten in Haarlem-Noord, werden mijn twee jaar oudere zus Jose en ik achtergelaten in een lokaal van de kleuterschool voor de duur van de uitvaart. Men vond ons te jong om daar bij te kunnen zijn. Achteraf denk ik dat men mij te jong vond en mijn zusje met mij mee liet gaan, waardoor het verblijf in dat lokaal me minder zou opvallen. In ieder geval waren we daar samen te gast in een klas met kleuters. Wat een pech voor de familie, die dacht zonder ons opa ten grave te kunnen dragen: de supergrote ruit van het lokaal bood een pontificaal zicht op de kerkdeur van waaruit opa richting begraafplaats werd gedragen. En ja hoor. Opeens zwaait die kerkdeur open en daar verschijnen de dragers met de kist. Mijn vader, moeder, ooms en tantes, mijn broers en oudste zus, iedereen liep daar! Opa!! En ik? En wij? En ik? Wat!?  De hel breekt los en José en ik hebben met onze vuisten staan rammen op die ruit. En …..dat haalde niets uit. De juf hield ons daar vast. Woedend was ik en wat voelde ik me belazerd, al is dat niet de vertaling van een driejarige. Ik vermoed dat als José en ik gewoon bij de uitvaart waren geweest, dan was er waarschijnlijk niets gebeurd, behalve dat we af en toe ‘sssst’ te horen hadden gekregen, en ‘zit stil’, en , belangrijker, dan had die woede, dat ‘er niet bij mogen horen’ -gevoel, niet zo’n diepe groef in mijn ziel gemaakt.

 

Naïviteit

Het lijkt misschien iets futiels, deze ervaring. Het is haast niks, bijna te kinderachtig om op te schrijven.

Het is bijna Sinterklaas 1961. Bij ons thuis is dat elk jaar een bijzonder feest. Pakjesavond is steeds supergezellig en spannend. Spannend? Ja, als je in Sinterklaas gelooft. En dat deed ik. Nog. Nog steeds. Nog steeds? Mijn vriendjes in de straat beweerden dat het allemaal niet waar was, Sinterklaas bestond niet, was een verzinsel. Maar, mijn ouders, mijn moeder, had plechtig gezegd dat Hij bestond. En mijn moeder zegt de waarheid, is betrouwbaar. Altijd. Mijn vriendjes lachten me uit, en uit, en uit. Ik geloofde heilig in mijn moeder!

Na het eten, iedereen zit nog aan tafel, sta ik naast mijn moeder die aan het ‘andere’ hoofd van de tafel zit, (aan de kant van de keuken natuurlijk, hè?…) en vraag haar: “Mama, Sinterklaas, die bestaat toch, hè? Of….niet….? ’ En dan zegt mijn moeder, met hoorbaar ‘ bezwaard gemoed : ’ Nee, Ronnie, Sinterklaas bestaat niet en ….‘ .  Wat ze daar allemaal achteraan zei kwam niet meer binnen. Ik was geschokt. Wat voelde ik me belazerd, en wel door mijn moeder die ik zo had geprezen en verdedigd naar mijn vriendjes. En nu moet ik mijn vriendjes onder ogen komen. Wat zullen ze me belachelijk vinden dat ik als bijna 12-jarige nog steeds gelovig was. Afschuwelijk. En mama, is er nog meer dat niet waar is? En waar je me bij in de waan laat? Weet je wat? Ik raak op mijn hoede. Betrouwbare mensen zeggen niet steeds de waarheid als ze denken je met een onwaarheid een plezier te doen. Later zal ik dit fenomeen tegenkomen op de verpleegafdeling waar men kankerpatiënten niet vertelt dat ze kanker hebben en zullen doodgaan.

Hersenbloeding

Het is 1962, het jaar waarin mijn  vader onderuit ging, geveld door een hersenbloeding. Waarschijnlijk was er lange tijd sprake van verhoogde bloeddruk in combinatie met een te gespannen leven. Met een lange periode van rust komt er redelijk herstel en kan hij weer ‘alles’.

Pa is wel nog meer opvliegend dan daarvoor en dat ontaardt ook in agressief gedrag naar mijn zus en mij. Later dat jaar staan mijn zus en ik op de stoep van vaders neuroloog in Bloemendaal, dr. U.  We vertellen hem dat het thuis soms niet te harden is. Verstoord als hij is dat we hem thuis opzoeken zegt hij: ‘Jullie moeten je een beetje goed gedragen thuis, anders krijgt je vader een tweede bloeding en dan gaat hij dood.’ En dat was het. Een dergelijke boodschap, dat ik moet dimmen anders gaat er iemand dood, heb ik eerder gehad. In mij laait een woede op, ik ben me dat niet zo bewust, maar ik ga dit soort mensen haten. Volwassen mensen die iets mankeren en dat ik me koest moet houden, anders ben ik er verantwoordelijk voor dat hen iets overkomt.

Eerste camera.

We hebben er een tijdje voor gespaard, m’n vriendje Jos de Wilde en ik. Naast dat we op dezelfde middelbare school zitten hebben we beiden vaders die op De Spaarnestad werken, een drukkerij/uitgeverij in Haarlem. En die houden een actie. Je kan er tegen gereduceerde prijs een leuke interessante fotocamera kopen. De Lubitel 2. Een Rus! Dus dat gaan we doen. Ons beider vaders gaan dat binnen het bedrijf regelen. Het kan wel even duren. Wij in spanning natuurlijk.

Na een week of twee ontmoet ik een opgetogen Jos. ‘We hebben ‘m, hè!’  Ehm…. We?  Jos had ‘m. Ron nog niet. ’s Avonds aan tafel: ‘Pap? Jos heeft z’n camera binnen. Is de mijne er ook? ‘
‘ Nee, nog niet ’, zegt Pa. Kan gebeuren. De vaders werken waarschijnlijk op een andere afdeling en dan kan de levering ook net even anders lopen, logisch. Wachten. Het was een dinsdag of zo. Woensdag dan? Nee, nog niet, geen camera. Donderdag krijg ik de kriebels, ik heb de camera bij Jos al gezien. Echt te gek! ‘ Pa..?’   ‘ Nee, jongen, nog niet ‘.

Het wordt vrijdag. En dan ga ik snuffelen. Op de slaapkamer van mijn ouders. De linnenkast. Op de tweede plank van boven liggen de doopkaarsen van de kinderen bewaard te worden. Als er ooit iets verstopt wordt dan is het een beetje in die buurt. En waarachtig. Er ligt iets achter, ingepakt in pakpapier. Ongeveer zo groot als mijn nieuwe camera zou moeten zijn. Het zal toch niet? En warempel….het is mijn nieuwe camera. Waarom…waarom ….waarom ligt ie daar? Waarom zegt mijn vader niks?  Waarom liegt ie?
Ik leg de camera weer terug waar ik hem gevonden heb en ga naar beneden. Ik zeg niks, want het is verboden om ongevraagd in de linnenkast te komen.  Tussen de middag als mijn vader thuis komt eten, vraag ik naar de camera. ‘Nog niet, jongen, misschien morgen. ’ Als mijn vader zaterdag van zijn werk komt dan zegt hij dat mijn camera er is en dat we straks het pakje samen open gaan maken.
We zitten wat later samen op een bankje buiten in de achtertuin om de camera uit te pakken. Ik wil hem graag zelf uitpakken en in mijn handen houden. Wat? Ik popel!  Maar mijn vader doet dat ritueel. En mijn vader, sigaar in de mond,  bekijkt op z’n gemak alle knopjes en mogelijkheden van MIJN zelf-betaalde Lubitel 2. Ik wacht tot hij hem eindelijk aan me geeft. Ik word geacht samen met hem blij te zijn, maar ik ben het niet. Ik ben er stil van en trek me terug. Er is weer een bouwsteen toegevoegd aan mijn woede en ontluikende haat.  Zulke zaken uitspreken gebeurde bij ons thuis niet, daar gold een zwaar verbod op. De gevolgen daarvan konden vernietigend uitpakken. Dus laat maar. Ook mijn moeder vertelde ik het niet. Zij deed toch al alle moeite om de sfeer in huis draaglijk te houden.

Ik maakte mooie foto’s met mijn heerlijke camera, waarbij ik veel met Jos in Haarlem op pad ging. Met mijn vader heb ik geen enkele foto gemaakt. Hij vond wel mijn foto van het interieur van de Kathedraal St.Bavo in Haarlem erg mooi. En drukte hem voor zichzelf af. En hield het negatief. Ik zag het niet meer terug, het was kwijt.

Laat maar, stil maar. Gewoon niet meer delen en goed oppassen.

 

 

 

Nieuwe schoenen.

Mijn schoenen zijn versleten.  Ik loop voor gek. Nieuwe schoenen kosten gauw 30 gulden. In een tijd waarin we naar de goedkoopste kapper gingen, die het ook nog verboden werd om bij mij een kuifje te knippen (was 5 cent extra), was 30 gulden veel geld. ‘Ik heb het niet, jongen. Je moet er nog even op lopen.’ aldus mijn  vader. Ik ben boos, want ik draag een geheim met mij mee. Ik heb iets ontdekt over mijn vader. Hij betaalt geld aan een vrouw om haar te mogen fotograferen. Ik ben de enige die dat weet. Ik heb gesnuffeld in zijn Doka en vond foto’s en brieven. Ik hield het voor me, ook al omdat ik wist dat mijn gesnuffel niet deugde en ik dat aan niemand wilde bekennen. Ik hoorde zoiets natuurlijk niet te doen.
Jaren later is er een incident, vader wordt ‘betrapt’, en dan vertel ik het.
Dat ik er pas heel veel jaar later meer van begrijp en er anders over oordeel, daar ben ik wel blij mee en het leidt, lang na mijn vaders overlijden,  tot meer empathie en rehabilitatie. Toen niet. Er was alleen woede en haat.

 

Dood en Leven.
Het is 1970. Ik kom met mijn bromfiets achterom en zie dat mijn overbuurman in onze woonkamer zit. Dat kan maar een ding betekenen, en als ik naar binnen stap en we groeten elkaar, is het eerste dat ik vraag: ‘ Waar-is-ie?’  Even later ben ik met m’n bromfiets op weg naar St.Joannes de Deo, het ziekenhuis. Daar zie ik even later mijn vader. Hij ligt in een bed, omgeven door mijn moeder, ome Jan -zijn oudste broer- en anderen.  Mijn vader kijkt naar me en prevelt iets. Ik wil het niet verstaan, ik weet alleen nog maar dat ik een harde blik in mijn ogen had. Achteraf denk ik dat hij gezegd heeft: ‘Zorg goed voor je moeder’.  Vanuit de overlevering weet ik dat dat ook door zijn vader tegen hem gezegd is toen deze kwam te overlijden.

Na zijn dood woon ik samen met mijn moeder in het ouderlijk huis. Ik opgelucht en met een gevoel van ontspanning en ruimte. Zij met verdriet omdat zij hem mist. We verschillen daarmee in onze rouw. Ik voel geen rouw. Mijn moeder en ik, wij laten elkaar daarover met rust, ofwel, we zijn daar samen alleen.
Maart 1971 stop ik met de Pedagogische Academie Da Costa in Santpoort. Daar ben ik beland nadat ik door mijn vader in 1969 van de kweekschool in Beverwijk gehaald. Daar was een staking en de school lag plat. Op Santpoort pas ik niet. Het is me te braaf allemaal. Mijn vader sterft, ik raak wat aan het dolen en er is niemand op school die zich om mij bekommerd.  Ik word in maart 1971, ik ben dan net jarig en word 21,  op een slinkse manier door de directeur afgeserveerd.

Ik werk vervolgens zes verrukkelijke maanden als postbode in Santpoort. Ik loop wijk 10-de hondenwijk genoemd, vanwege de lange oprijlanen en de bijbehorende waakhonden. Mijnheer Scheffer is mijn baas, een aardige man in een blauwe stofjas. Natuurlijk werd ik een keer in mijn bil gebeten. Ik kocht bij Soellaart in Haarlem meteen een alarmpistool en dat schoot ik bij elke serieuze dreiging met honden in de wijk af. Nooit problemen mee gehad. Er was even een probleempje toen een collega het pistool leende, voorom het postkantoor in liep en ‘Overval’ brulde. Hij kreeg een uitbrander van Scheffer en ik kreeg gewoon mijn pistool terug.

Het was een mooie tijd. Bijkomen van alle emoties die er toch waren geweest, werk in een jofele club kerels en verder lopen, lopen, lopen. Voor thuis was het ook goed. Ik weet dat mijn moeder een keer met mijnheer Scheffer om een hoekie in de wijk is wezen kijken. Al met al heel gezond even.

In september 1971  begin ik in ziekenhuis St.Johannes de Deo met de opleiding tot verpleegkundige A. De eerste stap in mijn  loopbaan in de zorg.

Mijn moeder begint een nieuw leven, veerkrachtig als zij is. Cursus Engels, cursus boetseren, zingen bij Koor Katholiek Haarlem, reizen maken naar Indonesië en Israël. Sparen en gaan. Een flesje water uit de Dode Zee staat nog altijd bij me in de kast. Een geweldige tijd heeft ze.

Ik ga later op kamers in de Nic. vd Laanstraat in Haarlem bij dominee met emeritaat Oldeman. Hij is nu kunstschilder. Het huis is wat muffig, maar er valt iets van mijn kamertje te maken.  Ik doe de A-opleiding. Ik leer er erg veel, over mijn vak, over het leven, over mijzelf.

Enkele  – voor mij- leerzame anekdotes.

 

 

 

 

 

Via diverse leerzame relaties vestig ik me met de latere moeder van mijn kinderen in Nijkerk.

 

Doorbraak

Mijn moeder woont nog in ons ouderlijk huis in Haarlem. Ik ben bij haar op bezoek en zo ook mijn broer met vrouw en vrolijke kinderen. We zitten aan tafel, mama heeft eten gemaakt en dat is meestal eenvoudig, maar lekker en voedzaam. Mama is hardhorend. Dat zit in de familie, aan haar kant. Mama kan niet alles volgen van wat er aan tafel gezegd wordt. Wanneer zij op een gegeven moment vraagt wat er gezegd wordt dan houdt mijn broer haar behoorlijk voor de gek en zegt totaal iets anders, waarop er door de anderen gegiecheld wordt. Oma wordt voor de gek gehouden, en dat is wel lachen natuurlijk. Dat oma dat voelt en niet weet hoe zich op te stellen en stil wordt, zwijgt, en erover heen gaat met wat anders, tja. En ik ben zo weinig stoer om er ter plekke iets van te zeggen. Slappe knul. Maar het overvalt me en verbaast me ook, het gebeurt zo onverwacht. Ik ben meer met stomheid geslagen dat mijn broer dat doet en zo houdt, er plezier aan beleeft blijkbaar.
We kletsen wat verder. Want echte dingen worden er niet gezegd. En we houden het ‘gezellig’. Zoals altijd.

 

Later ben ik bij mijn moeder op bezoek. Ik woon in Nijkerk en dat betekent een behoorlijke autorit. En we praten samen wat, over koetjes en kalfjes. Zo komen we de tijd wel door. We praten wel, maar zeggen niks. Ik weet het onderwerp niet meer, maar ergens in dat gebabbel maakt mijn moeder een nogal normatieve opmerking over scheiden of iets dergelijks. Dat komt voor mij dichtbij, want ik ben getrouwd met een eerder gescheiden vrouw. Maar ik maak er geen botsing van, moeder is een oude vrouw nu, dus, laat nou maar. En een half uur later ga ik naar huis. Maar ’t zit me niet lekker.

Ik ben in Nijkerk terug en het zint me niet. Als dit het is, dan hebben we niet meer dan een kletspraatjes-kontakt. En behalve dat ik dat zonde vind van mijn inspanning qua tijd, kilometers maken, vind ik het nog het ergste dat je elkaar dan eigenlijk kwijt bent. Dus ik neem een besluit.

Haarlem. Ik ben weer op bezoek. ‘Mama, ik wil je wat zeggen. Eigenlijk wil ik dat je een keuze maakt. De vorige keer….’en ik vertel haar wat ik aan de vorige keer ervaren heb. ‘En de keuze die ik je wil voorleggen is dat het aan jou is, mama, of ik hier alleen maar kom om wat te kletsen of kom ik hier ook voor echt goede gesprekken en een echte ontmoeting, maar dan zeggen we ook alles oprecht tegen elkaar. En dan daarnaast lekker kletsen, want dan is er ook een fijne basis. Wat kies je?’

Daarop barst mama in snikken uit en ze zegt me dat ze graag echt wil praten. Ze zegt dat ze het weet, dat het zo vaak loopt, omdat ze bang is om alleen te blijven. En ze weet dat juist dat haar zo alleen maakt. Dus, kom maar, laten we ons uitspreken.

We hebben nog heel lang goede, echte gesprekken. Over alles. Met wederzijds respect, wederzijds aan- en invoelen.

Jaren later, zij is doof en blind geworden zitten we samen op een bankje in Finspong, een zorgcentrum voor de doelgroep van doof/blinden in Zeist. Tijdens onze eerdere gesprekken stelde ik regelmatig vragen over vroeger. Er zijn periodes waar ik weinig van weet wat er feitelijk toen in ons gezin aan de hand was, terwijl ik wel de effecten moet hebben gevoeld.  Haar miskramen,  een postnatale depressie en haar opname in een rusthuis, mijn verblijf bij een tante in België, mijn vader die met andere vrouwen….  Ik vraag haar weer eens naar die periode uit mijn vroegste jeugd, en het word plotseling stil naast me.

Na enige tijd stilzwijgen zegt ze: ‘Ron, zullen we afspreken dat dit jouw laatste vraag is over vroeger….?’ Zij wil er niet meer naar toe terug. Dit was het.
Leef de vragen. Nu is nu.
Einde verhaal.

‘Dat is goed, mama. Helemaal goed. ‘ En we zijn samen stil. ‘Ik hoor een merel’, zegt ze. En we genieten samen.

Vragen aan en reacties van José

 

[21:32, 27-03-2026] Jose Overtoom: Hoi Ron, even een berichtje naar jou. De hele week ben ik druk geweest met schilderen en vandaag was Arjan bij me. Nu is alles weer rustig. Pootjes op de bank en een lekkere kop koffie. Ik heb nagedacht over de nieuwe appgroep, maar voor mij hoeft het niet. Ik schrijf me dus uit. Je kunt me altijd appen op de persoonlijke app natuurlijk he?

En Astrid zit nog in de andere app dus kun je via haar nog info krijgen denk ik. Groetjes van mij👍

[16:41, 29-03-2026] Ron Overtoom: Is prima hoor.

Ik ga morgen rechtstreeks naar Lemmer, heb schilderen en moet wat voorbereiden. We horen van mekaar. Groetjes 👍

[18:02, 29-03-2026] Jose Overtoom: Leuk vooruitzicht! Lekker bezig. Tot horens, he?👩‍🎨

 

[12:15, 31-03-2026] Ron Overtoom: Hoi.

Momenteel ben ik een paar dagen op retraite ergens in een huisje in Friesland met de bedoeling om een aantal dingen over mijn leven uit te zoeken. Ik probeer wat chronologie aan te brengen en sferen helder te krijgen bij voor mij belangrijke omstandigheden waarvan ik deel uitgemaakt heb.

Dat roept wat vragen op waarbij een antwoord van jou behulpzaam kan zijn. Maar alleen als je dat voor mij wil doen.

Dus de vraag is of ik je wat vragen mag appen en ook later als er nog iets bij me opkomt dat voor mij belangrijk blijkt te zijn.

Groetjes, Ron.

 

[12:20, 31-03-2026] Jose Overtoom: Goed van je dat je dat aangaat. Respect.

Je mag me wat vragen appen en ik zal proberen naar eer en geweten daar antwoord op te geven.

Komende donderdag ga ik naar Nootdorp om op te passen bij Fenna en Evelien.

Arjan is dan met Ilse in Kopenhagen.

 

[12:22, 31-03-2026] Ron Overtoom: Dank. Komt eraan als ik ze heb verzameld. 👍

[12:35, 31-03-2026] Ron Overtoom: Hoe heb jij het weggaan van Frans richting Salesianen indertijd beleefd? (1956)

Hoe heb jij de terugkeer naar de Marsstraat van Ton gevoelsmatig beleefd, voor jezelf en qua effecten bij de thuiswonende gezinsleden?

Jij met jouw goede feitelijke geheugen weet ws bijvoorbeeld nog de kamerverdeling in huis van rond die tijd?

Zomaar een opkomende vraag opeens:

Ton Stevens bij ons aan tafel en binnen ons gezin? Heb je daar herinnering aan?

Wanneer ging jij uit huis? En eventueel: wat waren toen de omstandigheden in de Marsstraat? Wat liet je achter je?

Weet jij wanneer Ruud uit huis ging? Was dat naar de Vergierdeweg ? Hoe was dat?

 

[12:55, 31-03-2026] Jose Overtoom: Ik zal ze vanaf bovenaan beginnen te beantwoorden.

Frans ging het huis uit en ik heb er met hem toen niet over gesproken. Tenminste geen herinneringen aan het delen van gevoelens of gedachten met hem. Ik weet dat mama het er moeilijk mee had. Het was ‘een eer’ als er een kind naar het seminarie ging dus op die manier gezien iets moois. Mijn beleving was het gemis van hem in het dagelijks leven, maar ook de ruimte die mama nu voor ons twee had. Frans was als kind een rustige jongen die niet veel aandacht opeiste…zo wie zo. Ook ikzelf ging mijn eigen gangetje.. niet zo rustig trouwens… Ik heb een ander karakter.

De terugkeer van Ton heb ik heel vervelende herinneringen aan. Hij heeft in die jaren bij de Salesianen een leven geleid dat voorspelbaar, met veel regels en voorschriften geleid werd. Ik vermoed dat hij daardoor een heel vervreemd gevoel en voorstelling had over het gezinsleven.  Hierdoor ontstonden er conflicten, omdat hij vond dat jij en ik teveel mochten en te weinig leefregels kregen.

Mama ging daar gelukkig niet in mee. Hij had daar moeite mee…bedoelde het goed, maar was vervreemd van de maatschappij.

Ik herinner me niets van conflicten tussen Ton en Pa. Die zullen er vast geweest zijn, maar dat heb ik niet opgeslagen.

[13:14, 31-03-2026] Jose Overtoom: Wij trokken zo nu en dan samen op, maar konden ook op ons zelf zijn. Ik herinner me het spelen in de teil, buiten op het plaatsje. Het spelen op het landje. Met de mannetjes en de auto’s op het kleed spelen, het kleien met de kilo klei die pa weleens meenam. En toen we wat ouder werden, het muziek maken op de trap. Stiekem tv kijken door het raampje.

Ik herinner me tussen ons geen laaiende ruzies. Nou ja … Ik heb je wel van de schommel geduwd… heb daar zelf geen bewuste herinnering aan, maar is me  steeds verteld. Jij had een gat in je hoofd.

Wat ik wel moeilijk ( en nu begrijpelijk) vond is; dat jij een vriendengroep kreeg waar je muziek mee maakte thuis en dat ik niet mee mocht doen… was daar vaak verdrietig om.

Over de kamerindeling is veel te vertellen. Het veranderde steeds. Als ik voor mezelf praat. Ik heb op alle kamers geslapen. Zelfs op de badkamer!

 

[13:36, 31-03-2026] Ron Overtoom: Je gaat goed! Dankjewel.  Neem ook de tijd. Het helpt mij om hier te zijn en het eens uit te stallen en echt grondig te ervaren.  Foto’s om te helpen voelen. Je zou mij een plezier doen met de foto van jou met Frans naast mij, achtertuin, verkleed.  Maar rustig aan hè. Groetjes.

 

[15:23, 31-03-2026] Jose Overtoom: De kamerverdeling rond die tijd… pff. Pa had het kleine kamertje eerst als foto kamer. Daar mocht ik nooit inkomen. Als baby sliep ik op de ouder slaapkamer. Daarna verhuisde ik in een ledikantje naar zolder. Aan de rechterkant waar later dat kastje van oma stond. Toen jij een peuter was , denk ik dat jij daar kwam te liggen . Ik kreeg een matras op de grond waar later het kamertje van pa was op de plek waar die grote houten boekenkast is gekomen. Wij zijn nog eens samen in het huis van de Marsstraat geweest en mochten binnen kijken bij die nieuwe bewoners. Toen vond ik nog de tijdschriftplaatjes van babies en tweelingen die ik met plaksel op de kalkmuur had geplakt. Het was er superdonker en best  een gekke plek om te slapen. Later sliep ik met Ans op de voor slaap kamer in een oranje kleurige twijfelaar( daar zakten we samen door) en kreeg een eigen bed tegen de muur van het kleine kamertje onder het boekenkastje. Daarna naar de badkamer met het bed tussen de badcel  en het raam. Ken de foto nog van H P op de bloembak…

Toen pa die afgetimmerde kamer op zolder had gemaakt sliep ik dus op de badkamer. Ans had verkering en sliep op de voorslaapkamer. Haar uitzet in de kledingkast… Ruud heeft toen op het kleine kamertje gelegen in die tijd. Herinner me nog de  stalen vliegtuigen aan de muur en een bannier met” remove before flight “ erop en hij zat ook in dienst rond deze tijd.

Ans en Jos zijn in nov 1963 getrouwd. Ik denk dat Ruud toen naar de grote kamer ging en ik naar het kleine kamertje. Ik weet nog van de posters die ik op het behang had geprikt met kopspelden…

In 1965 is Ruud met Margot op de Vergierdeweg vader en moeder geworden van Brigitte en wij tweeën peter en meter.

Ik verhuisde naar de voor slaapkamer en had daar vanaf mijn zestiende verjaardag een rotan stoeltje jij sliep toen in het kleine kamertje. Dat weet ik nog, omdat je me hielp om met een laken weer naar binnen te klimmen naar mijn slaapkamer. 😊

Toen Ton bij ons terugkwam in de Marsstraat waren Ans en Ruud al de deur uit, dacht ik. En waarschijnlijk sliep hij op de grote voorkamer. De periode tussen 1962-1965 is er veel gebeurd thuis.  De huiskamer doorgebroken, De ziekte van pa en een half jaar in de Ursulakliniek opgenomen. Ans en Jos getrouwd. Miskraam van een tweeling bij Ans, Ruud werd vader, we waren niet welkom op zijn bruiloft.

En in die tijd kwam Ton dus weer thuis. Het was voor ons jongsten een emotioneel lastige tijd.  

Ik weet dat ik nu heb verteld waar ikzelf sliep.

De jongens sliepen meestal op zolder, maar hoe en waar, dat weet ik niet zo goed….misschien dat jij je dat beter kunt herinneren aan de hand van dit verhaal?

 

[16:14, 31-03-2026] Jose Overtoom: Een paar foto’s door de tijd…

[16:28, 31-03-2026] Jose Overtoom: Ton Stevens vond ik niet aardig of zo. Ik voelde bij hem een dubbele bodem…een man die ik niet kon vertrouwen. Ik moest niets van hem hebben.

[16:36, 31-03-2026] Jose Overtoom: Dat ik uit huis ben gegaan had ermee te maken dat ik me onveilig voelde, ruzie met pa had. Hij me controleerde, bespiedde en veel ‘ hoe hoort het’ commentaar had en Ik dacht dan … dat moet jij zeggen …

Het is mijn huis….zolang je nog niet volwassen bent en onder mijn dak woont doe je het zoals ik zeg ! Dat waren zijn woorden vaak.

Ik besloot dus meteen na mijn eenentwintigste op kamers te gaan in de Bloemhofstraat. Mama was super verdrietig. Jij vond het ook heel erg om nu alleen met je twee ouders thuis te wonen. Het was van mij dus een vlucht naar de vrijheid en ik had Ton al he.

[16:41, 31-03-2026] Jose Overtoom: Ruuds bericht was een donderslag bij heldere hemel. Margot zwanger, niet getrouwd… de schande… er moest dus getrouwd worden, daar mochten wij niet bij zijn van de moeder van Margot. Weer erg verdrietig voor ons thuis. Wanneer Ruud precies op de Vergierdeweg is gaan wonen weet ik niet zeker. Het kán zijn nadat hij de baby bom liet barsten thuis of na zijn trouwen..

[16:43, 31-03-2026] Jose Overtoom: Ik hoop dat ik je hiermee op weg geholpen heb. Liefs van mij😉

[17:56, 31-03-2026] Ron Overtoom: Dankjewel voor de moeite en is er meer, dan hoor ik dat graag. Het helpt me om de context, waarin ik opgegroeid ben, van meer kanten belicht te krijgen. Liefs ook😊

[18:29, 31-03-2026] Ron Overtoom: Ik ben bij jou nog wel benieuwd of je specifieker kunt zijn mbt het naar het ouderlijk huis terugkomen van Ton. Hoe was dat voor jou persoonlijk? Kreeg je sympathie, voelde je sympathie? Ik vermoed namelijk dat hier één van de kernen zit waardoor wij anders naar Ton staan. Maar misschien ook niet.

Dankjewel weer.

[18:30, 31-03-2026] Jose Overtoom: Ben net terug van een flink ommetje en Lot is lekker aan het smikkelen.

[18:32, 31-03-2026] Jose Overtoom: Over de terugkomst van Ton… daarin zit niet de opgebouwde sympathie. Ik vond hem super belerend en hij was toch zeker mijn vader niet…. Twee van die betweterige mannen…pfff

[18:33, 31-03-2026] Ron Overtoom: Goed zo, je wandeling.  Ik was in Drachten maar die leuke winkelstraat is zo leuk niet meer.

[18:38, 31-03-2026] Jose Overtoom: Ik voel sympathie naar iedere broer en zus. Soms heeft iemand een luisterend oor nodig en ik denk dat ik dat zou kunnen zijn. Naar alle eer en geweten geef ik mijn mening hoe ik erover denk. Hopelijk met het respect voor ieders zijn. Ook ik heb het weleens slecht gehad en was blij als er iemand voor me was. Jij hebt me ook regelmatig opgevangen en bent een luisterend oor geweest.

Vanmiddag heb ik veel zitten appen met jou en met Ton. Allebei heel verschillende onderwerpen en invalshoeken.  Ik zal nooit dit gesprek delen met Ton en vice versa. Bij deze … daar kun je van opaan.

[18:42, 31-03-2026] Jose Overtoom: Toen Ton in de Marsstraat kwam wonen was hij niet lief en aardig tegen mij hoor. Hij was bijvoorbeeld boos dat ik niet netjes at en vond dat mama dat van me moest eisen. Dat deed ze dus niet en toen is hij met zijn bord naar boven gegaan , want dan wilde hij niet naast me zitten… Ik vond dat natuurlijk prachtig!🤪

[18:43, 31-03-2026] Ron Overtoom: Geweldig, wat een leuke anekdote 😅

[18:47, 31-03-2026] Jose Overtoom: Ben je soms bezig met je memoires schrijven daar in dat huisje?

[18:48, 31-03-2026] Ron Overtoom: Misschien een beetje lastige vraag.

Wanneer of waardoor is Ton zo lief gaan doen tegen jou? Want de indruk die ik heb is dat je compleet de lieve José voor Ton bent en voor mij is zijn bejegening naar mij niet veranderd sinds 1965, onderhouden doordat hij erg afgunstig lijkt op hoe ik mijn leven leef.

[18:49, 31-03-2026] Ron Overtoom: Ik onderzoek momenteel dit deel van mijn leven. Daar zitten beschadigingen.

 

[19:00, 31-03-2026] Jose Overtoom: Ton zijn liefde voor mij zit bij hem heel diep en dat komt in eerste instantie niet door mij …

Ik heb het natuurlijk nooit gevraagd of besproken met hem. Wat ik vroeger uit zijn verhalen heb gevoeld is ; dat toen hij bij de Salesianen kwam en thuis alles moest achterlaten er een schattig blond klein meisje was die hij achter moest laten. Ik denk dat dat kleine kind niets van hem eiste en hij dat heel fijn vond. Maar dat is mijn idee hoor. Ik heb voor de rest van mijn leven geprobeerd aandacht te hebben voor zijn werk, zijn leven, zijn zorgen en zijn moeite met sommige ideeen. Een soort sparring partner bij al zijn vragen. Waarschijnlijk voelt hij zich veilig als we contact hebben … mondeling of schriftelijk. Meer heb ik niet gedaan. Het is wederzijds respect of zo.

[19:05, 31-03-2026] Jose Overtoom: Jouw relatie met Ton is van het begin af aan zo anders. Hij wás er niet toen jij geboren werd en zag je niet opgroeien. Heeft dus ook geen band opgebouwd. Nog een gekke gedachte van mij die ik niet hard kan maken maar me wel voor kán stellen.. jij mocht wel in de Marsstraat wonen en hij niet. Hij is vervangen.. Vergezocht misschien, maar het kwam zomaar in me op.

[19:06, 31-03-2026] Ron Overtoom: Geen gekke gedachte.

[19:06, 31-03-2026] Jose Overtoom: Wel een pijnlijke voor alle partijen. Het was even onder ons een gedachte..

[19:32, 31-03-2026] Jose Overtoom: Als ik met Ton communiceer dan geef ik aandacht aan de dingen waar ik wat mee kan. De negatieve probeer ik zo min mogelijk te benadrukken. Die zijn pijnlijk voor hem en hij is daar nog niet klaar mee en voor. Ik geef mijn mening hoe ik het zou doen en zeg hem dat het helemaal zijn eigen keus is hoe hij iets aanpakt of wat zijn mening is. Dat lijkt me respectvol.

 Ik laat het verder niet bij me binnenkomen , het zijn zorgen van hem en niet van mij.

Thuis op de bank kan ik wel eerlijk toegeven dat hij een oude gefrustreerde persoon is en dat ik ook boos en verongelijkt zou kunnen reageren , maar dat lost echt niets op. Dat weet hij zelf ook best en ook daar heeft hij moeite mee. 

 

Jij hebt het erover dat hij afgunstig is over hoe jij je leven leeft. Dat zou best kunnen kloppen, maar wat zegt dat over joú… niks toch? Jij bent jij en doet het prima.

Ton heeft iets willen betekenen en nalaten om de wereld beter te maken of zo. Boeken geschreven, onderzoeken gedaan. De genealogies van de familie uitgeplozen. Veel voor de Salesianen gedaan om alles te behouden voor de geschiedenis van de congregatie.  En wat hij eigenlijk wilde is validatie van zijn medemens. Gezien worden en gerespecteerd worden.

Kom ik even terug op jou…. Dat is wat jij ook van hem zou willen… respect en validatie om wat je doet om wie je bent. Het is eigenlijk hetzelfde verhaal op een ander vlak. Dat doet jullie beiden zeer.. maar ja hoe los je dat op.

Mijn idee: geef jezelf credits voor je werk, je gaves, het leven dat je leeft. En als er negatieve dingen terug komen zegt dat niets over jou, maar iets van degene die dat heeft gezegd.  Je hoeft het je niet  aan te trekken. Bent goed zoals je bent. Volgende keer beter. Volgens mij geeft dat rust in je lijf.

Loslaten en omdenken heb ik ooit eens van jou gehoord…💕

[19:41, 31-03-2026] Jose Overtoom: Ik hoop dat je wat hebt aan mijn verhaal. ‘k Heb gewoon opgeschreven wat Ik dacht met de intentie je te helpen bij alle vragen.

Liefs hoor☕️ en toen was er koffie met koek… of twee😘

 

 

[19:43, 31-03-2026] Ron Overtoom: Dank voor je moeite. Dat is een wat korte reactie vergeleken met jouw hoeveelheid tekst, maar welgemeend.

Even de rust. Liefs ook en fijne avond 👍😘

[19:44, 31-03-2026] Jose Overtoom: Okido😘

Vragen aan en reacties van Frans

Fr[23:48, 22-03-2026] Ron Overtoom: Hoi. Ik heb de familieapp verlaten. Ik

Ik neem bedenktijd wat ik verder wil. Ik wil eventueel een app met Ans, Frans, José en Astrid. Eventueel Hélène en Jos. Wie dat niet wil, helemaal oké.

Zoals ik schreef, ik neem bedenktijd.  Ik wil zo niet verder.

Hartelijke groet, Ron.

 

[10:38, 23-03-2026] Frans Overtoom: Ik snap het Ron. We houden contact. Ik heb nu een gesprek met de psych. Groetjes👍

[10:55, 23-03-2026] Ron Overtoom: Succes👍

[15:16, 26-03-2026] Frans Overtoom: Hoi Ron. Als ik het goed zie, dan heb jij de familie-app verlaten vanwege opmerkingen van Ton. Daarna heb je een nieuwe app gemaakt waarin je als leden de hele familie inclusief de schoonfamilie hebt gezet, maar alleen Ton en Riet niet. En de beheerder (jij dus) bepaalt wie erbij mag komen.

Jij had zo iets al in deze app (zie hier boven: zondag) gesuggereerd. Toen ik dat maandag las had ik geen tijd om inhoudelijk te reageren. Ik had ook verwacht dat je nog contact op zou nemen vóór je een volgende stap zou zetten.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik de genomen stap niet zo prettig vind. Het lijkt erop dat de nieuwe app bedoeld is om Ton te weren. Ik snap jouw motief hiervoor, maar ik vind het niet prettig om hier aan mee te doen. Ik heb nog twee broers en die blijven allebei mijn broers, ook al kunnen we elkaar soms irriteren. En die horen dus ook allebei in onze familie- app. En 1 familie-app vind ik voldoende. Ik ga dus geen berichten plaatsen in de nieuwe app. Dat is zeker niet tegen jou bedoeld. We kunnen  altijd contact houden via deze privé-app. Ik hoop dat je begrip hebt voor mijn mening. Dit bericht gaat alleen naar jou. Als jij hierop wilt reageren? Graag!

 

[17:33, 26-03-2026] Ron Overtoom: Ha Frans. Dank voor je app.

Het ligt voor mij net even anders, hoewel jouw vertaling goed zou kunnen passen als je alleen de feiten neemt.

Ik heb de familieapp verlaten. Ik voel me er niet veilig in en heb genoeg van de shit, naar mij, naar Ans. De laatste opmerkingen van Ton waren niet de aanleiding, ze waren de laatste druppel.  Ik verdraag het niet langer dat Ton zijn, voor mijn beleving, toxische manier van communiceren ongebreideld en on-gecorrigeerd, door de brievenbus mikt. Ik verdraag het niet. Ik word boos, onpasselijk, last van m’n hart, en een hele rits verschijnselen meer, ik kan het niet meer handelen en ik wil het daarom ook niet meer. Ik kan het niet voortdurend relativeren, dat kost me veel energie en vergalt fundamenteel m’n plezier in dingen.

Je zult het in jouw gesprekken misschien wel eens hebben over gezinssystemen. Daar heeft dit voor mij alles mee te maken.

Ik probeer een stap uit de voor mij ongezonde en onplezierige gezinscommunicatie te doen.

Het is niet van de laatste tijd.  Er wordt al heel lang, naar mijn mening, omzichtig met Ton omgesprongen. En misschien heb ik iets gemist, maar ik lees nooit iets vervelends richting jou of José. Wel naar Ans en wel naar mij. En komt er iets aardigs dan komt dat voor mij onecht, ongemeend en daarmee onbetrouwbaar en ongeloofwaardig over. En dat is voor mij al sinds ik Ton ken, te beginnen met het moment dat hij thuiskomt van de Salesianen.

Ik vind ook dat ik op m’n 76e de opdracht niet meer hoef te volbrengen om dit soort prikkels te moeten kunnen pareren en om steeds met de irritatie, zoals jij dat schrijft, te moeten dealen. Ik word ouder en ik wil rust en harmonie. En wat daar niet bij past duw ik uit mijn leven, als dat kan.

Ik vind wél dat ik voor mezelf mag zorgen door met dié mensen om te gaan die oprecht van me houden en die me echt mijn leven gunnen en echt met me mee kunnen genieten. En dat wederzijds.

Ik wilde een daad stellen. Ik zou een confrontatie met Ton niet schuwen, maar helaas is dat een heilloze weg en die wordt me ook steeds ernstig ontraden en gevraagd dat vooral niet te doen.

Ik wilde een daad stellen, voor mezelf.  Punt. Ik maakte een app. Misschien te snel.

En voor mij, hoewel allemaal familieleden, voor mij is het GEEN familieapp en daarmee plaatsvervangend voor de huidige app. En dat is voor mij geen taaltrucje.  Het is geen familieapp want daartoe is de samenstelling incompleet. Het is bedoeld als een app voor een aantal mensen, zoals ik schrijf, die het leuk vinden met elkaar dingen uit te wisselen en waarbij veiligheid, respectvolle omgang met elkaar, etc. vanzelfsprekend aanwezig is.

Dat is iets wat in de familieapp niet aanwezig is, al heel lang niet.

Voor mij is Ton daar bepalend in. Ik denk dat je het gegeven dat ik hem niet uitnodig dan ook wel begrijpt. En ook dat ik niet zomaar de voordeur voor hem openzet. En Riet kan ik niet uitnodigen. Dat gaat in Annen niet lukken, ook al zou ze dat misschien willen.

Zij zou de move goed snappen. Ze geeft zelf ook aan dat Ton stikjaloers op mij is.

 

Ik begrijp dat het iets onprettigs heeft voor je. En dat je ervoor kiest niet in de app te schijven snap ik ook, als je het zo interpreteert zoals je nu doet. Ik vind het wel jammer. Het zou misschien én én kunnen. Daarmee ben je volgens mij niet meteen dysloyaal aan Ton.

Het spijt me dat het ”Ik heb twee broers en ze horen allebei in de familieapp’  op deze manier wordt onderbroken.

Ik weet niet of je in een dilemma komt om al of niet berichten uit ‘mijn’  app te willen ontvangen. Het is voor mij wel het kanaal nu waarin ik berichten, waarvan ik het plezierig vind dat ze ook naar jou, Hélène, José etc. gaan, zal plaatsen.

 

Nu ben ik een beetje moe van het zorgvuldig verwoorden van de dingen. Dus ik stop even.

Stuur het je toe en we zien wel even.

 

Hartelijke groet, Ron.

 

[20:15, 26-03-2026] Frans Overtoom: Bedankt voor je app. Ik begrijp wat je bedoelt. Je moet doen wat voor jou het beste voelt. Fijne avond en slaap lekker straks. We hebben het er binnenkort wel over. Nu even laten rusten.

 

22:22, 26-03-2026] Ron Overtoom: Zo is het. Net thuis van schilderen. Goede afleiding. Nu even lekker zitten. Slaap ook lekker straks.  Groet.

[22:23, 26-03-2026] Ron Overtoom: En dank dat je het begrijpt.

 

[11:20, 28-03-2026] Frans Overtoom: Hoi Ron. Ik heb het even met rust gelaten. Ik zal nu proberen goed te verwoorden hoe ik erin sta. Ik begrijp dat de reacties van Ton voor jou meer zijn dan irritant. Dat je er veel last van hebt en al heel lang. Dan is het goed dat je actie onderneemt om uit die toestand te komen. Ik snap dat je daarom uit de familie-app gaat, hoewel ik dat persoonlijk wel jammer vind. Je hebt een nieuwe app geopend waarin je mensen hebt toegevoegd waar je onbezorgd mee kan communiceren. Dat snap ik wel. Maar nu zitten alle familieleden erin behalve Ton en Riet. Dat voelt voor mij  niet goed. In de gesprekken met de psycholoog heb ik geleerd dat ook ik mijn eigen grenzen moet bewaken. Het is dus niet tegen jou gericht, maar ik wil niet deelnemen aan de app. Wel wil ik graag goed in contact blijven met jou. Dat kan o.a. via deze privé-app.

 

Uiteraard heb ik het ook met Hélène hierover gehad. Zij zit niet in de familie-app en heeft ook geen behoefte aan de nieuwe app. Ze vindt contact met de familie O prima, maar een privé app vindt ze genoeg.

Als ik heel eerlijk ben: ik vind het een moeilijke situatie. Ik voel me er niet prettig bij. Ik hoop dat het contact tussen ons hier niet hoeft te lijden.

Een prettig weekend en groetjes van mij en Hélène.

 

[11:32, 28-03-2026] Ron Overtoom: Hoi Frans.  Ben even druk met de kunstmarkt. Kom er later op terug. Alvast: ons contact zal er niet onder gaan lijden.

Goeie dag👍

[19:33, 28-03-2026] Ron Overtoom: Mini mattheus passion vanavond, dus ik reageer later😊

[22:23, 28-03-2026] Frans Overtoom: Prima. Heeft geen haast. Slaap lekker straks.

 

[11:19, 29-03-2026] Ron Overtoom: Hoi Frans. Ik snap op mijn beurt goed dat het lastig is en dat je dan ook deze keus maakt.

De situatie wordt mij in mezelf steeds helderder.  Ik ga het allemaal opschrijven en zal ook naar Ton datgene laten weten wat ik hem wil laten weten.  Dat wil ik zorgvuldig doen met zorgvuldig gekozen woorden. Wat mij betreft deel ik dat schrijven ook met jou, José en Ans. Het gaat jullie ook aan, jullie maken er deel van uit.

Ik houd graag, net als jij, de relatie tussen ons goed. Ik denk ook dat ook wij nog wel iets te bespreken zullen hebben, o.a. naar aanleiding hiervan. Daar heb ik ook wel vertrouwen in, met name omdat wij allebei niet te beroerd zijn om aan zelfreflectie te doen en ons aandeel in situaties voor ons rekening te nemen. Het gaat dan niet om het samen ergens over eens te hoeven zijn. De erkenning van eigen en andermans beleving is waar het om gaat, en die zal verschillen en da’s prima.

Dus voor mij is de volgende stap om alles op te schrijven. Daar neem ik fijn de tijd voor. En dan zal ik daaruit delen wat me goed lijkt.

We houden kontakt. Zoals je het doet, zoals we het doen, is helemaal oké. Hoop dat je het ontspannen kunt doen. Het is oké. Ik voel me steeds meer ontspannen, omdat het mij meer helder is en ik een besluit genomen heb dat me ruimte geeft om tot mezelf te komen en tot een heroriëntatie.

Dank voor jouw zorgvuldigheid.

We gaan op pad naar Zutphen. Ik kocht op marktplaats een portable piano om met Astrid uit spelen te kunnen gaan.

Hee, fijne dag en liefs aan Hélène. Groetjes van Astrid  ook. Dag👍

 

 

[15:09, 29-03-2026] Frans Overtoom: Dat opschrijven lijkt me een goed idee. Dat helpt om alles voor jezelf goed helder te krijgen. Veel succes hiermee en we houden contact.

 

[12:15, 31-03-2026] Ron Overtoom: Hoi.

Momenteel ben ik een paar dagen op retraite ergens in een huisje in Friesland met de bedoeling om een aantal dingen over mijn leven uit te zoeken. Ik probeer wat chronologie aan te brengen en sferen helder te krijgen bij voor mij belangrijke omstandigheden waarvan ik deel uitgemaakt heb.

Dat roept wat vragen op waarbij een antwoord van jou behulpzaam kan zijn. Maar alleen als je dat voor mij wil doen.

Dus de vraag is of ik je wat vragen mag appen en ook later als er nog iets bij me opkomt dat voor mij belangrijk blijkt te zijn.

Groetjes, Ron.

 

[14:28, 31-03-2026] Frans Overtoom: Je pakt het goed aan Ron. Ik hoop dat het je helpt om alles op zijn plaats te krijgen. Uiteraard wil ik daarbij best helpen. Ik kan niet beloven dat ik op alle vragen een antwoord heb, maar ik wil het best proberen. Waar ergens in Friesland zit je nu?

[14:34, 31-03-2026] Ron Overtoom: Ha Frans. Ik zit in Jirtsum, een dorp richting Leeuwarden.

Dankjewel dat je wil helpen. Vreemd genoeg is m’n eerste inspanning om alles v a n  z’n plaats te krijgen ipv er op. En dan maar eens kijken wat op zn plaats teruggezet wordt en wat niet. Het is maar taal, maar zo is het wel.

Dank en neem je tijd.

Groetjes, Ron.

[14:38, 31-03-2026] Ron Overtoom: Hoi Frans

Dank alvast voor je bijdrage.

 

Hoe was de situatie en de vooral aanwezige sfeer in ons gezin toen jij naar de Salesianen vertrok?

Wat liet je achter? Wat liet je achter je?

 

[14:38, 31-03-2026] Ron Overtoom: Hoe beleefde jij de sfeer als je met verlof in de Marsstraat was ?  Met wie trok je vooral op?  Waar sliep je, qua kamerindeling?

 

Je was, in mijn herinnering, vaak op zolder aan het sjoelen.  Vaak hoorbaar. ( Ik ervaarde dat als dat ik beter niet de zoldertrap op kon gaan ivm niet welkom, laat me alleen)

 

In mij zit een thema: ik kan het maar beter allemaal zelf in mn eentje uitzoeken. Hoe zat dat (toen) bij jou? Herkenbaar?

 

Wanneer trad jij uit? Je kwam niet thuis wonen hè? Je ging meteen op kamers?

Hoe werd thuis je uittreden ontvangen en beleefd?

 

 

Papa had een cva in 1962 en had sindsdien gedragsafwijkingen. Had o.a. zijn agressie regelmatig niet onder controle.  Zeker als hij beleefde aan macht en respect in te boeten.

Heeft dat iets betekend voor jouw opstelling in het gezin?

Gezellig hè jongens?  (Mama) Wat deed dat motto voor/volgens jou?

Hoe zou je jouw (verstand) houding met Ton typeren, mede in het verlengde van een gedeeld verleden met de Salesianen?

Als je vanuit jezelf nog dingen hebt waarvan je denkt dat ze voor mij helpend zijn te weten? Graag.

Nogmaals dank.

Groetjes, Ron.

[14:40, 31-03-2026] Frans Overtoom: Ja, zo pakken we eens per jaar ook de zolder aan. En daarna zeggen we: “opgeruimd staat netjes”. Dat geeft een goed gevoel. Succes ermee Ron en ik hoor nog van je.

[14:40, 31-03-2026] Ron Overtoom: Zo zit ik hier. Met wat foto’s die me terugbrengen.

[14:48, 31-03-2026] Frans Overtoom: Je zit daar rustig en mooi. Ik heb de vragen gelezen. Ik zal ze beantwoorden, maar niet allemaal achter elkaar. Ik ben nu even met iets anders bezig. Vandaag begin ik wel en dan begin ik gewoon met je eerste vraag. Mooie foto’s de tafel vóór je om in de sfeer te komen.

👍

[16:26, 31-03-2026] Frans Overtoom: In 1956 ging ik naar de Salesianen. Het leek me wel mooi om pater te worden. Maar ook omdat er gevoetbald kon worden. Ik ging in ieder geval niet weg om thuis te ontvluchten.

Thuis was en bleef voor mij gewoon thuis met Ma als veilig anker, waar ik altijd op terug kon vallen. Ik vond het wel jammer dat Ruud 4 jaren ouder was en dus liever met vrienden ging voetballen. En jij was voor mij toen nog te jong. Ik voetbalde dus op straat vaak tegen mezelf. Als de tennisbal het gaas van het hek vast bleef zitten was het een doelpunt. Ik fantaseerde dat ik meespeelde in een belangrijke wedstrijd. Ik was gek op verhalen en die kwamen vanzelf in mijn hoofd. Dat had ik ook als ik met de “mannetjes” aan het spelen was. Hele verhalen…

Maar dan kwam Pa thuis en veranderde de sfeer. Dan was ik op mijn hoede. Pa kon vaak uit het niets boos worden. Dat vond ik eng en ook heel naar voor Ma. Die probeerde altijd om de sfeer prettig te houden. Ik ben niet echt bang geweest voor Pa. Hij heeft me nooit geslagen of zo. Maar ik vond de sfeer niet ontspannen als hij erbij was.

We gaan eten. Dus:even tot hier…

[17:14, 31-03-2026] Frans Overtoom: Voorgerecht is op. Weer even tijd.

Ik vond het wel fijn om in de vakantie naar huis te gaan. Lekker uitslapen en geen lessen en studie. De korte vakanties waren zo om. De grote vakantie was 6 weken. We gingen soms met het hele gezin wandelen of fietsen. We hebben spelletjes gedaan: kaarten en zo. Met mijn vrienden van de lagere school had ik heel weinig contact meer en nieuwe vrienden maakte ik in Haarlem niet. Ik ging inderdaad vaak sjoelen op zolder. Ook dan verzon ik hele verhalen: dat ik meedeed aan het wereldkampioenschap. Dan was ik helemaal “ in the mood”. Dat harde gooien hoorde daarbij. Was dus niet uit boosheid of zo en zeker niet om jou af te schrikken. Jammer dat je dat wel zo ervaren hebt. Misschien dat ik met dat gooien toch ook onverwerkte emoties loosde, maar dat was dan onbewust. Aan het eind van de vakantie wou ik wel weer terug. Dan kon ik weer met de jongens voetballen en zo. Dat vond Ma helemaal niet leuk. Dat ik wegging niet , maar ook niet dat ik weg wilde. Dat snapte ik wel.

[17:56, 31-03-2026] Ron Overtoom: Dankjewel voor de moeite en is er meer, dan hoor ik dat graag. Het helpt me om de context, waarin ik opgegroeid ben, van meer kanten belicht te krijgen. Groetjes.

[19:03, 31-03-2026] Frans Overtoom: Pa kreeg in 1962 een cva. Ik zat toen in Twello in het noviciaat. Daarna 2 jaar filosofie, ook in Twello en daarna 3 jaar groepsleider in ‘s-Heerenberg. In die hele periode kwam ik maar weinig thuis. Ik was Salesiaan en had geen schoolvakantie meer. Ik heb Pa dus maar heel weinig gezien. Ik kreeg wel mee dat hij veranderd was en moeilijker, maar ik heb niet ervaren hoe moeilijk dat was voor jullie.

 

In 1969 ging ik weg bij de Salesianen. Het laatste jaar zat ik in Nijmegen voor de studie theologie. Ik woonde bij de overgebleven studenten. Daar zat niemand van mijn eigen jaar meer bij: die waren allemaal al vertrokken. Ik had in ‘s-Heerenberg gemerkt dat lesgeven me goed beviel en vooral in geschiedenis: het vak van de verhalen. Daarvoor hoefde ik geen pater te worden. Ik voelde me in dat huis in Nijmegen ook niet echt op mijn plek. Toen ben ik dus vertrokken. Dat was wel een enorme overgang. Ik had al die tijd in een groep geleefd en nu stond ik opeens alleen. Ik was 25 en wilde geschiedenis gaan studeren. Het eenvoudigste was om in Nijmegen te blijven. Ik kon een kamer huren bij familie van een van de Salesianen die ik kende in Nijmegen. Van theologie ben ik overgestapt naar geschiedenis en in september kon ik beginnen.

 

Ma vond het eigenlijk wel fijn dat ik bij de paters vertrok, pa was niet afwijzend, maar ook niet blij. Hij riep me (voor het eerst) voor een privé-gesprek in de voorkamer. Hij wilde weten waarom ik vertrokken was en als dat was vanwege het celibaat, dan moest ik wel weten dat het huwelijk ook niet ideaal was. Ik wist toen echt niet wat ik daarop moest zeggen. Ik heb geen ruzie met Pa gehad, maar ik kon niet onbevangen met hem praten.

Toen de studie geschiedenis begon ben ik naar mijn kamer in Nijmegen vertrokken. Ik ben dat jaar niet vaak thuis geweest. Wel bij het 35 jarig huwelijksfeest van Pa en Ma.

Ik kan me niet herinneren dat ik in al die tijd ooit met jou gepraat heb over de situatie thuis. Ik was ook niet gewend om zulke persoonlijke gesprekken te voeren. Dat werd bij de paters ook niet aangemoedigd. Ik had ook niet echt door dat dit voor jou een moeilijke periode was. En ik was toen ook heel druk met mezelf opnieuw uitvinden. Maar het is wel jammer.

 

 

[19:36, 31-03-2026] Ron Overtoom: Ja, dat is zo. Begrijpelijk, maar wel jammer. Ik was het ook niet gewend om een open gesprek aan te gaan, wist nog niet dat dat bestond. Ik heb veel, zo niet alles, in m’n eentje gedaan en moeten doorstaan. Er waren ook geheimen. José was daarbij ook niet in alles een maatje en ik kon dat voor haar ook niet altijd zijn. En dat is gelukt, ik kon doorgaan met m’n leven.  Maar er zijn wel beschadigingen. Daar wil ik beter zicht op krijgen, om er vanaf nu nog zelfbewuster en anders mee om te gaan.

Daarom is dit nodig. Dus dankjewel.

 

Over dat sjoelen, dat heb ik nooit persoonlijk opgevat als dat ik niet welkom zou zijn. Meer de algemene, maar in mijn beleving wel duidelijke, uitstraling: laat me!

Je kon razend worden, dat was wel duidelijk. Dat is meer aan jou of je dat specifieker wilt duiden voor jezelf.  Ik heb wel de beleving dat je een gevoeligheid hebt voor willen winnen en een hekel hebt aan veranderende condities van het spel waar anderen opeens voordeel van zouden kunnen hebben.

 

Dank zover. Als je nog iets te binnen schiet? En ik hoop dat als ik nog een vraag heb dat ik die dan kan stellen aan je.

Groet!

 

 

[20:36, 31-03-2026] Frans Overtoom: Je mag gerust nog vragen stellen. Morgen weer verder: nu gaan we tv kijken. Slaap lekker straks.

 

 

 

[11:32, 01-04-2026] Frans Overtoom: Even terugkomen op het voorgaande. Ik snap iets niet. Jij vraagt hoe ik een en ander ervaren heb. Bijvoorbeeld over dat sjoelen. Dat is, denk ik, een belangrijk punt voor jou want je bent hier al vaker op terug gekomen. Ik geef mijn antwoord: ik gooide soms hard, maar dat was niet uit woede. Je kunt het boven nog eens nalezen.

Dan geef jij als reactie hierop: “je kon razend worden, dat is wel duidelijk” . En toen dacht ik: wat is nou de bedoeling?

 

[13:25, 01-04-2026] Ron Overtoom: Hoi Frans.

Ik zie het staan en het is helemaal niet mijn bedoeling om iets aan jouw eigen beleving af te doen of je iets in de mond te leggen of anders te duiden, wat dan ook.

Sorry dan voor de verkeerde formulering.

Ik heb dat vroeger wel af en toe zo ervaren als je je boven uitleefde. En liet je dan met rust.

Dat ik er blijkbaar vaker op kom is niet omdat het zo belangrijk is voor me. Serieus, ik registreerde het en liet je, vanwege mijn interpretatie, met rust. Het is blijkbaar alleen wel iets  dat zo in m’n geheugen zit. ‘Frans, fanatiek sjoelen, beter even laten.’  Daar zit bij mij verder niet persé een vervelend gevoel. Je was even voor jezelf bezig en je was niet beschikbaar of zo. Nou, dat kan toch? Verder niks.

Gelukkig zijn er genoeg geheugensporen waar we veel lol met elkaar hadden hoor, en hoe je ook herinnerd wordt,  zoals met carnaval-verkleed partijen.  Ik vond het altijd fijn als je thuis was.

Hoop dat het hiermee uit de wereld is?

Ik ga een hapje eten. Ben in Grou.

 

Groetjes.

[14:14, 01-04-2026] Ron Overtoom: Ik denk dat het goed mogelijk is dat ik het zo opgeslagen heb omdat ik in de Marsstraat periode intens met mogelijke minder plezierige sferen te maken heb gehad en me daarin heb moeten handhaven. Voor jou ben ik nooit bang of op mijn hoede geweest.

 

[18:11, 01-04-2026] Frans Overtoom: Gelukkig maar. Het gaat inderdaad om woorden. Jouw woorden geven jouw beleving weer en niet persé de mijne.

“Fanatiek sjoelen” verwoord het voor mijn gevoel beter dan wat je erboven gebruikt: “als je je boven uitleefde”. Maar het gaat nu over jou en jouw beleving. Je zou je dus kunnen afvragen waarom je het zo beleefd hebt dat je daar het gevoel aan over gehouden hebt dat ik zo maar razend kon worden. Daar herken ik me niet in: niet in de Frans van destijds en niet in die van nu.

 

 

Hoop dat het hiermee uit de wereld is?

 

Ik ga een hapje eten. Ben in Grou.

 

Groetjes.

[18:25, 01-04-2026] Ron Overtoom: Mede met jullie kadobon deed ik mezelf dit boek kado, op aangeven van een energetisch therapeut die ik vanmiddag hier in de buurt bezocht. En naast lezen ook m’n blote voeten in het gras zetten😀 Dus bedankt nog voor de bijdrage aan dit boekwerk!

Dat zal ik zeker doen. Maar dan alleen het idee van  ‘razend’ bij de sjoelbak hè. Verder geen ervaring dat jij je razend uit.

[18:47, 01-04-2026] Ron Overtoom: Is t zo voor jou ook oké ?

 

[18:53, 01-04-2026] Frans Overtoom: Ja hoor. We hebben allebei onze eigen ervaringen. Soms stemmen ze overeen, soms ook niet. Dat is prima, zolang we uitgaan van de goede bedoelingen van de ander en dat zal bij ons wel lukken.

Bestaansrecht lijkt me een goed boek voor jou in deze periode. Veel succes met je zoektocht en stel gerust vragen als je die nog hebt.

 

 

[18:54, 01-04-2026] Ron Overtoom: Zal ik zeker doen. Bedankt. Fijne avond 👍

👍

[22:13, 01-04-2026] Frans Overtoom: Alles goed daar? Blijf je nog een tijdje daar?

Morgen hebben we Tai Chi. Dat bevalt nog steeds goed. Daarna naar de opticien: glazen en een montuur uitzoeken. Ik zie na de staaroperatie wel goed, maar ik heb cylinder-correctie nodig. Daarmee zie ik echt helemaal scherp. Dat is zeker bij tv kijken en autorijden toch iets fijner. Groetjes en slaap lekker straks.

[22:19, 01-04-2026] Ron Overtoom: Alles goed hier. Zo naar bed. tv is niet zoveel aan en daarbij, ben gewoon moe.👍

Moet prettig zijn, Tai Chi. Ik heb het nog nooit gedaan.   Helpt bij het vinden van balans en goede energie?

Mooi van je ogen.  Dan heeft het goed geholpen. Dan kijk je meer ontspannen straks, scheelt weer.

Truste Frans. Groetjes daar en succes morgen 👍🍀

 

[18:31, 02-04-2026] Frans Overtoom: Zit je nog op je retraite-adres? Ik hoop dat je al goed op weg bent met je  onderzoek.

Als ik je verhaal lees dan heb je een heel lastige periode meegemaakt vanaf 1962 tot het jaar dat je uit huis vertrok. Dat waren de jaren dat Pa onberekenbaarder en agressiever werd. Na het overlijden van Pa bleef je nog een een tijd bij Ma wonen. Dat zal ook niet altijd makkelijk geweest zijn. Ik denk dat het een goed besluit van je was om het huis uit te gaan, maar dat zal ook geen eenvoudige beslissing geweest zijn. En je had ook problemen op school met meester Stevens en met Ton die thuisgekomen was. Bij het omgaan met die problemen was je op jezelf aangewezen. Je stond er alleen voor. Dat moet voor een jonge jongen zwaar geweest zijn.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik me daar nooit van  bewust geweest ben. Ik was wel lid van het gezin en dat voelde ik ook zo, maar ik was wel een buitenbeentje. Ik was vanaf mijn 12e (1956) alleen in de schoolvakanties thuis. En vanaf 1962 was ik nog maar heel weinig thuis. Ik had wel contact via brieven. Dat was leuk, maar niet diepgaand. K heb wel wat meegekregen van wat zich in die periode thuis afspeelde, maar ik heb er eigenlijks niet veel van meegemaakt. Als we het over thuis hebben dan voel jij iets heel anders dan ik. Jij hebt het allemaal meegemaakt en hebt ermee moeten dealen.

 

Wat ik dus vertel over thuis zal maar ten dele overeenstemmen met jouw verhaal. Maar misschien heb je er toch iets aan om verder te komen op je “reis”.

Ik hoor het graag van je.

 

[19:53, 02-04-2026] Ron Overtoom: Hoi Frans. Net een rondje om het dorp gemaakt, lekker gelopen. En, even voorzichtig nu, eigenlijk pijnvrij. Ik onderging vanmiddag een goeie massage.

 

Ik heb er zeker iets aan, Frans. Het helpt me sowieso om in beeld te krijgen welke omstandigheden en invloeden er allemaal in mijn jonge jaren zijn geweest. En het maakt een grotere context duidelijk. Ik laat het je wel eens zien. Op de laptop ben ik aan een tijdlijn begonnen. Gebeurtenissen, jaartallen, ‘spelers’. Dat staat ook open voor aanvullingen en eventuele correcties. En dat is best interessant en inzichtelijk.

Dus ja, de info is heel plezierig en nuttig.

Het ontvouwt zich gaandeweg en waar het me brengt is nog niet vast te stellen.  En dat vind ik er ook mooi aan.

De toevalligheid dat ik hier terecht kon was al een fijn begin.

Morgen weer naar Lemmer. De was doen en andere banale dingen. En dan ergens naar Leusden, zaterdag of zondag, dat is aan mij. Astrid beweegt helemaal mee, zo lief en goed.

Eten, opgewarmde lekkere prak.  M’n superlekkere broodje zalm vanmiddag in Grou was voor vandaag de traktatie.

Fijne avond. En dankjewel 👍🍀🤓

👍

[11:57, 03-04-2026] Ron Overtoom: Berichtje uit de BalksterCourant😉

[19:40, 03-04-2026] Frans Overtoom: Mooi interview. Je kreeg goed de kans om uit te leggen wat je allemaal doet, wat je drijft en wat je werkwijze is. Het zet je ook goed op de kaart in de regio. Wie weet waar het toe leidt. Goed bezig Ron👍😊

👍[19:15, 08-04-2026] Ron Overtoom: Hoi Frans. Ik ga morgen weer aan de tijdlijn werken. Ik heb nog niet alle info van jullie drie. Ton vroeg ik niet. Het bevalt me en het helpt me. Sowieso om meer zicht te krijgen op alle gebeurtenissen en ook in welke context e.e.a. kan worden geplaatst en welke betekenis(sen) het dan heeft of kan hebben. Ik praat je er inhoudelijk zeker over bij als ik zover ben. Niet vanwege het mee eens of mee oneens, dat is misschien wel boeiend om te onderzoeken vanuit welk ander perspectief iets is of wordt beleefd, maar zoals we eerder stelden: we hoeven het niet eens te zijn. Ieder voelt voor zichzelf wat er voor hem of haar klopt.

Er komt zo iemand. Ik ga een grote plant weggeven. Ruimte maken 😅👍

 

[19:15, 08-04-2026] Ron Overtoom: Ik doe mee met het betalen van de bloemen hoor. Ik hoor t wel.

[19:18, 08-04-2026] Frans Overtoom: Ja hoor. Komt helemaal goed. Je hoort nog wel hoeveel het is geworden. Ruimte maken werkt bij mij  ook rustgevend. Fijne avond.

 

Met mij gaat het oké.  Vandaag weer thuisgekomen van Leusden. Was heel gezellig. Het grootste deel van de aandacht gaat naar het komende huwelijk van Kirsten met Minke, 11 juni.

Morgen ga ik waarschijnlijk weer schilderen in Balk.

De levenslijn wacht op verdere uitwerking op de pc. Ik ervaar wel meer rust in mezelf en voor mij is het gezonder om uit de app te zijn. Dus houden zo.

 

Nu lekker slapen.  Nou ja, ik ga nog even wat lezen en dan tegen twaalf uur naar bed.

 

Jullie liggen er al in denk ik.

Groetjes en tot volgend bericht !🤜🤛

[10:16, 29-04-2026] Frans Overtoom: Fijn dat het goed met je gaat. Mijn “psych” zei: je moet gewoon doen waar je je goed bij voelt. Die levenslijn wacht wel en loopt intussen gewoon door. Het is vandaag weer prima weer. Ook om te schilderen👩‍🎨

Groetjes en tot de volgende keer.👍

 

[10:22, 29-04-2026] Ron Overtoom: Ja, goede opmerking van de psych. Ik zit achter m’n laptop en denk: wat??Gaat ik dit nu doen 😉 ?

Nou ja, even dan 😅 . Fijne dag en groetjes!👍

[11:43, 29-04-2026] Ron Overtoom: Toch maar aan de gang gegaan. Ook wel goed om te doen.

Groetjes 👍

👍

[18:12, 30-04-2026] Ron Overtoom: Hoi Ans, Frans en José.

 

Ik ben erg blij met en dankbaar over jullie bijdrage aan mijn zoektocht om mijn ‘vroeger’ beter in beeld te krijgen. Het helpt me.

Ik zal tzt, als je dat zelf wil, met je bespreken wat het me opgeleverd heeft.

 

Ik zou jullie straks graag een schema, opgemaakt in Word, willen mailen. Het bestaat uit chronologisch opgesomde gebeurtenissen van ons gezin. Ik denk dat het completer/ gedetailleerder kan. Ik wil graag alle gebeurtenissen – en dan alleen feitelijk-  die er toe doen verzameld hebben. En ‘er toe doen’ is dan voor mij dat de gebeurtenis vermoedelijk invloed heeft gehad op de sfeer binnen het gezin. Alleen feitelijk. Periode 1935- 197….5? Geen verhalen IN het schema.  Er buitenom als extra erbij is wel fijn. Vertel maar.

 

Maar, net zoals bij de vragen, vraag ik je eerst of je mee wil werken en ik het je kan toesturen. Dus bij deze. Zo ja, dan stuur ik de mail.

Ik ben ook geïnteresseerd in pa en ma hun wel en wee vanaf hun geboorte en eigenlijk ook nog verder terug. De feiten en de verhalen.  Waar ben ik, zijn we, eigenlijk het product van?  Welke invloeden dragen we met ons mee?

Mocht je het voor jezelf belastend vinden, dan haak je af. Geen punt.

Eerst maar eens vanaf 1935, het jaar waarin pa en ma trouwden.

Dankjewel en tot wederdienst bereid, zolang dat binnen mijn vermogen ligt natuurlijk.

Fijne avond. Groetjes, Ron.

 

Groetjes, Ron.

[19:30, 30-04-2026] Frans Overtoom: Stuur maar door. Ik ben er wel benieuwd naar. Ik zal kijken of ik nog aanvullende feiten ken.

Groetjes, Frans

[21:54, 30-04-2026] Frans Overtoom: Hoi Ron: ik heb je mail gekregen en de tijdlijn doorgelezen. Mooi overzicht. Ik zal er binnenkort op reageren. Morgen zijn we de hele dag weg, het wordt dus ergens in het weekend.

 

Toch vast een puntje. Ik mocht/moest in 1954 naar Oom Jan en Tante Annie. Ik heb daar een paar (?) weken gelogeerd en ging met de bus naar school. Als reden: Ma logeerde een paar weken in een soort rusthuis vd Herwonnen Levenskracht, de organisatie waar Pa secretaris van was. Ma zou overspannen zijn. Ik weet niet van wie ik dit verhaal heb, ik weet ook niet of het klopt. Misschien dat Ans er meer van weet.

Dat was het voor nu. Slaap lekker straks😊

 

[22:09, 30-04-2026] Ron Overtoom: Top, dankjewel. Ik denk dat ma best een tijdje weggeweest is toen. Ik ben zo benieuwd of dat met een miskraam te maken had. Ik vermoed dat Ans of José daar specifiekere informatie over heeft.

Truste voor straks ook. 👍🍀

 

[19:00, 03-05-2026] Frans Overtoom: Hoi Ron. We zijn gisteren naar Vorden geweest. Ligt bij Zutphen. Mooi kasteel met leuk restaurantje met terras, waar je heel lekkere appeltaart kan eten. Hebben we dus ook gedaan. Vandaag rustig dagje. Even naar de stad met plu, want het regende flink.

Even naar jouw tijdlijn. Je vroeg op welke datum in 1962 Pa zijn eerste CVA kreeg. De precieze datum weet ik niet. Ik weet wel dat ik in Twello in het noviciaat zat. Dat begon in augustus 1962. Op 28 november was de “inkleding”. De novicen kregen een toog en boordje aan. Daarbij waren ook Pa en Ma aanwezig. Pa had toen nog geen CVA gehad. Als dat in 1962 is gebeurd, dan was dat dus in december. Misschien weet iemand het nog preciezer.

Ik heb je tijdlijn een paar keer gelezen. Ik weet eigenlijk geen belangrijke feiten die er nog niet in staan.

Als je in dit verband nog vragen voor me hebt dan hoor ik het wel.

Fijne avond verder en groetjes van ons.

 

[19:49, 03-05-2026] Ron Overtoom: Dankjewel Frans. Goed en fijn om te weten. Zo wordt het toch veel preciezer en daar ben ik mee geholpen.

Ha, dat kasteel, dat terras, die appeltaart. We waren er afgelopen zomer met Caroline en Marcel en gaan dit jaar weer terug naar Vorden. Het schijnt dat je in dat kasteel ook heerlijk kunt eten, dus dat gaan we dit jaar doen. Mooie tuin ook daar en je kunt er fijn wandelen. Grappig man🤓👍

Fijne avond ook en groetjes 👍🤓🍀🤜🤛

[22:28, 03-05-2026] Frans Overtoom: Prima idee. We hebben daar geluncht en dat was lekker👍😊

[19:44, 09-05-2026] Ron Overtoom: Hoi Frans. Even een goed weekend wensen. We waren vandaag in Barneveld winkelen. Mooie boekwinkel ( ik kocht een Asterix 🤓)en best leuke winkelstraat. Morgen komen de kinders van Astrid moederdag vieren.  Dit is jullie eerste keer zonder (schoon)moeder?

Nou, goed weekend samen en groetjes van ons. Dag!

[20:18, 09-05-2026] Frans Overtoom: Ja dat klopt: de eerste keer zonder mijn schoonmoeder. We gaan het gedenken. Eerst samen naar het pannenkoekenhuis en daarna naar de natuurbegraafplaats. We bezoeken daar haar graf en daarna wandelen in het natuurgebied. Jullie ook een fijn weekend en de groetjes uit het zuiden.

[21:47, 09-05-2026] Ron Overtoom: Mooi dat jullie dat zo gaan doen en haar gedenken.  Het is de natuur, maar wel raar de eerste keer zonder.

Wens jullie een mooie dag. Groetjes🍀

[09:59, 12-05-2026] Ron Overtoom: Hoi Frans. Hoe gaat ie? Met mij gaat het goed. Ik heb het gevoel dat ik wel verder ben gekomen door m’n onderzoek naar m’n vroeger. Ik heb er nog niet de goede woorden voor misschien, maar ik voel me meer ‘heler’. Meer een ‘huis’ waarvan ik ook de fundering weer beter ken.

Ik vind het wel fijn om het er een keer met je over te hebben.

Ik ga straks naar de bieb in Balk en ga daar lekker zitten schilderen.  Dat is gezellig, want er is wat aanspraak.

Vrijdag komt Daan met vriendin voor een dagje. Ook leuk.

Heb jij Fijne dingen om handen? In ieder geval een fijne dag gewenst.  Groetjes 👍

 

 

[10:29, 12-05-2026] Frans Overtoom: Hoi Ron. Zo’n (zelf)onderzoek kan heel heilzaam werken. Heb ik gemerkt in de gesprekken met de psychologe:  meer rust in mezelf vooral. Fijn dat je door je onderzoek verder bent gekomen. We kunnen een afspraak maken om weer eens samen te praten. Mijn idee zou zijn: ergens halverwege Lemmer en Son. Samen lunchen, beetje wandelen en intussen ons broederlijk gesprek.

Met mij gaat het goed. Wel wat moe. Afgelopen dagen veel mensen ontmoet, veel gepraat en geluisterd = leuk, maar vermoeiend.

En ik heb iets te enthousiast in de tuin gewerkt. Dat schoot verkeerd in mijn rug. Bewegen gaat nu al weer iets soepeler. Moet er toch wat rekening mee houden dat ik over de 80 ben…

Maar het basisgevoel is goed gelukkig. Heb ook weer meer rust om een goed boek te lezen en zo. Groetjes en fijne dag.

 

[11:29, 12-05-2026] Ron Overtoom: Jammer van je rug Frans. Ja, de jaren gaan een rol mee spelen. Wel fijn dat je basis gevoel gelukkig is. Heb ik ook.  Dat is wel boffen.  Nou, schilderen. Fijne dag👍🍀

 

Fijn dat het goed met je gaat. Je hebt veel leuke dingen te doen. Vooral die expositie lijkt me leuk. Met hoevelen gaan jullie exposeren? En een opdracht is ook nooit weg. Erkenning voor je talent en werk is mooi.

Lastig als ze de straat opbreken. Hier hebben we al weken ook zo iets: renovatie van een paar blokken huurwoningen. Omleidingen, auto’s op de stoep. Hijskranen die de weg blokkeren, dat soort dingen. Je went eraan en over een paar weken is het weer over.

De diepe wateren van verdriet: heb ik opgezocht op internet. De 5 poorten van rouw worden behandeld. Lijkt me een waardevol boek, zeker als je je aan het bezinnen bent op de loop van je leven. Ik hoor wel van je of het je helpt.

Die Slimste mens is heel leuk, maar ik kon niet alles volgen. Bij mijn volgende gehoorapparaat moet ik een Bluetooth-verbinding met mijn telefoon hebben. Volgend jaar ben ik weer aan een nieuwe toe.

Hélène is flink bezig met creatieve dingen. Ze is nu naar klei-les. Vrijdagochtend schilderen. Tekenles is voor de zomer voorbij, maar dat doet ze voor zichzelf thuis. Leuk om te zien dat jij, José en Hélène ieder een heel eigen stijl hebben. Jij maakt werken met diverse thema’s, met mooie kleuren en sfeer. José werkt graag heel precies aan stillevens. Hélène maakt het liefst koppen, portretten.

 

[17:54, 19-07-2026] Ron Overtoom: Hoi. We zijn in Lemmer.  Maar Astrid gaat straks naar Leusden. We hadden een fijn weekend.

Wat heerlijk dat jullie weer op pad gaan. Lekker doen hoor!

[17:54, 19-07-2026] Ron Overtoom: Dubbelop 🤣

[17:58, 19-07-2026] Ron Overtoom: De expositie is er nog. Ik verwacht binnenkort wel bericht om de boel weer weg te halen. Lang genoeg geweest. Eh…waar laat ik het?

Lekker WK vanavond.  Dan is dat ook maar weer klaar.

Hee, goeie reis morgen.  Houd alles heel en veel plezier.  Groetjes van ons, natuurlijk ook aan Ruth.

[20:27, 19-07-2026] Ron Overtoom: Ik ben intussen al aardig opgeschoten met m’n verhalen uit de zorg. Over de derig.  Dat lucht op, die kan ik afvinken, zo voelt het.

Ben nu ook begonnen aan de autobiografische verhalen over mijn leven, van jongs af aan.  Het voelt verduveld goed om dit te doen. Ik neem de tijd. Zodra ik denk dat het er klaar voor is stuur ik je de link. Want ook dit deel staat op een afgeschermd gedeelte van mijn site, straks alleen toegankelijk voor intimi.  Maar het vordert en ik maak het goed.

 

Groetjes!🍀

 

[21:00, 19-07-2026] Frans Overtoom: Heel goed bezig. Dat geeft voldoening, lucht en nieuwe energie, denk ik. Ik ben benieuwd tot welke inzichten je komt. Maar geef het proces de tijd die het nodig heeft. Als het zover is krijg ik wel een berichtje van jou. Misschien kunnen we dan een keer ideeën uitwisselen. Lijkt me niet alleen interessant, maar het is mogelijk ook “heilzaam” voor ons allebei. Maar nu eerst de finale! Groetjes en we houden contact.

[21:57, 19-07-2026] Ron Overtoom: Goed plan, gaan we doen. Groetjes👍🍀

Vragen aan en reacties van Ans

 

 

[12:15, 31-03-2026] Ron Overtoom: Hoi.

Momenteel ben ik een paar dagen op retraite ergens in een huisje in Friesland met de bedoeling om een aantal dingen over mijn leven uit te zoeken. Ik probeer wat chronologie aan te brengen en sferen helder te krijgen bij voor mij belangrijke omstandigheden waarvan ik deel uitgemaakt heb.

Dat roept wat vragen op waarbij een antwoord van jou behulpzaam kan zijn. Maar alleen als je dat voor mij wil doen.

Dus de vraag is of ik je wat vragen mag appen en ook later als er nog iets bij me opkomt dat voor mij belangrijk blijkt te zijn.

Groetjes, Ron.

 

[13:11, 31-03-2026] Ans Overtoom: ja hoor Ron ik hoop dat ik je hierbij echt kan helpen. We zijn net thuis hebben voor het eerst het koffiedrinken van en voor de ouderen van Hillegom meegemaakt, was heel gezellig en Jos had meteen leuk kontakt met kennissen van de voetbal, van school van spelen op straat. Het is elke laatste dinsdag van de maand hoop  dat we samen nog lang blijvertjes zullen zijn. Daarna hebben we de boodschappen gedaan.

Heel veel kracht Ron pas goed op jezelf. 👍😘

[13:21, 31-03-2026] Ans Overtoom: Soms kom ik mooie teksten tegen, deze  is er 1 van. 🤜🤛

[13:30, 31-03-2026] Ron Overtoom: Hoi Ans. Bij deze.

 

Bedankt voor je bijdrage.

Kun je iets vertellen over de sfeer in het gezin tot het moment dat Ton naar het klooster ging.

Hoe was het voor jou dat Ton het klooster in ging? Was dat 1949?

En voor het gezin?

Wat betekende dat bijvoorbeeld voor jouw positie en rol/rolverwachting binnen het gezin?

 

Hoe vond je het dat je weer een broertje kreeg? 1950. Wat betekende dat voor jou? Voor het gezin?

Wanneer kwam Ton Stevens in je leven?

Wat bracht zijn aanwezigheid binnen ons gezin?

Wanneer ging hij er weer uit?

( Relevant voor mij, hij werd mijn schoolmeester in klas 4.)

Wanneer begon ( je geluk met )je Jos-periode ?

Wanneer was je Vespa-tijd 😉?

Wanneer ging jij het huis uit?

Wat liet je daar achter je? Ook qua gezinssfeer?

(Was Ruud eerder al weg of was jij eerder?

Weet jij wanneer Ruud in militaire dienst was?)

Wanneer was je miskraam van de tweeling.  ( Ter toelichting: het kind Ron had toen zo’n verdriet van z’n dode parkietje. Dat herinner ik me.  Vandaar.

Als je vanuit jezelf iets hebt waarvan je denkt dat het voor mij bijdraagt? Graag.

 

Nogmaals dank.

 

Groetjes, Ron.

 

[15:32, 31-03-2026] Ans Overtoom: Je 1e vraag:

We zijn niet in een liefde- en knuffelgezin opgegroeid. Toen miste ik deze liefde niet, achteraf denk ik vaak had laten zien dat jullie van elkaar houden en had ons, kinderen, geknuffeld, aai over de bol, zeggen dat heb je goed gedaan, dit is een mooi rapport. De resultaten en ook de cijfers  moesten altijd beter worden. 

Qua huishouden was ons mam erg rommelig, de kast in de hoek van de huiskamer, naast de deur naar de gang,  had heel wat planken, moest er wat opgeruimd worden dan werd dat ergens op een van de planken neer gelegd, waar en op welke plank waren DE vragen wanneer het tevoorschijn gehaald moest worden., Zo was het ook in de keuken en boven.

Tsja Ansje kon goed opruimen, kon ook goed zoeken  dus al heel jong werd ik vereerd deze klusjes te klaren.

In de oorlog hadden we vaak geen stroom dus ook geen licht we hadden een olielampje op de huiskamertafel staan, olie met een veterpit erin, die veter had de neiging in de olie te zakken dus elke keer als mam Frans hielp en verschoonde moest ik ervoor zorgen dat die pit niet verzoop, dat mam Ron niet prikte bij het vastmaken van de veiligheidspeld van de luier. ‘Als ik Fransje pijn doe is het jouw schuld’.

Ma was makkelijk ze kon tegen rommel

[16:09, 31-03-2026] Ans Overtoom: Ma was makkelijk ze kon tegen rommel, maakte met lakens een tent van de tafel, we mochten daarin kamperen, ze kwam wel aan de deur met eten/drinken/ wat lekkers maar verder dan die deur kwam ze niet.

In die tijd hadden huisvrouwen veel meer werk dan wij nu, en huishouden moet je wel liggen hè, op haar ma ier had ze het druk.

Ton was altijd de grote afwezige, hij ging zij eigen gang , speelde niet echt samen en hij huilde makkelijk als iets niet naar het zin ging of was.

Het werd dan 100% richting Ton opgelost, ik was immers hun grote meid.

Hij plaagde nooit ook niet verbaal.

Al heel jong spraken de kerkelijke rituelen hem aan, na zijn 1e communie kreeg hij een eigen altaartje op zolder, en een jaartje later maakte tante Jo een echt kazuifel voor hem  (ze maakte die namelijk voor priesters had dus allerlei stof over ). Ook kwam de kelk en de  attributen die hierop gelegd werden..

We hadden  dus echt Onze lieve Heer op Zolder. Als  communie werden pepermuntjes gebruikt. Ik ben best vaak naar deze kerk geweest, ook mijn poppen zijn er gedoopt toen ik groter werd werd dat kerkbezoek vanzelf minder. De kerk bleef wel in gebruik.

In de 6e klas kwam er een pater op bezoek in de klas, hij heeft heel mooi verteld over de kerk, het pater zijn, het uitverkoren zijn dàt heeft Ton geraakt hij wilde het klooster in. Pater op huisbezoek, pa en ma vereerd dat Ton uitverkoren was, ook tante Jo gaf hier een heilig tintje aan, de sfeer in huis veranderde, Ton moest met rust gelaten worden hij ging naar  het klooster.

Ik vond het maar niks, waarom nu al, hoe weet hij nu al  wat hij later wil zijn? Hij deed nooit iets, ging altijd zijn eigen gang, gingen we als gezin wel eens naar het bos, of naar het strand, dan waren Ruud  en ik de doeners, Ton ging mee en dat was het.

 Volgende keer meer: ik vond het leuk nog een broertje erbij maar erin gekend was ik niet. We werden zeker wat dat betreft veel te lang als klein kind gezien.

[17:57, 31-03-2026] Ron Overtoom: Dankjewel voor de moeite en van dat meer, dat hoor ik dan graag. Het helpt me om de context, waarin ik opgegroeid ben, van meer kanten belicht te krijgen.

 

[11:21, 01-04-2026] Ans Overtoom: Er komt meer. Vandaag ws niet of niet veel. Heb een drukkere, zeg maar rommeligere dag dan gisteren.

😘

Hoi Ans, fijne dag weer. M’n laatste hier. Het gaat oké.

Groetjes aan Jos. 👍😘

[11:03, 02-04-2026] Ans Overtoom: Fijn dat het goed gaat Ron, zo’n paar dagen helemaal voor jezelf kan helend werken. De hulp is er we hadden koffiepauze nu weer verder. 💪

 

[11:06, 02-04-2026] Ron Overtoom: Ja, dat werkt echt zo. Ik kom tot rust en overzicht en krijg goed zicht op de situaties van mijn jonge jaren. Mede dankzij jullie bijdragen.

Fijn zo met je hulp, lekker alles schoon voor Pasen 👍🤓

 

[13:08, 02-04-2026] Ans Overtoom:

De rolverdeling speelde bij ons niet zo denk ik, het voelde als vanzelfsprekend dat je aan het werk ging/gezet werd, een meisje was er nu eenmaal handig in ze deed huishoudelijke klusjes als tafeldekken, afstoffen, opruimen   en helpen met de afwas .

Als je als kleine meid een  welverdiend compliment kreeg, of je zag dat je je moeder hier echt mee hielp waardoor ze wel tijd had  om iets anders te doen,  dan groeide je en je ging ermee door, ging er een gewoonte van maken.

Boodschappen doen was ook zoiets, in mijn vuistje klemde ik het noodzakelijke voedselbonnetje en weg was ik.

Ton heeft zelfs flesjes babyvoeding moeten halen voor baby Fransje, de angst om zo’n flesje te laten vallen was erg groot want dan  had baby  Fransje geen eten.

We zijn samen ook vaak genoeg naar de gaarkeuken geweest, in de Overtonstraat, we kregen een groene  emaille emmer mee, we moesten daar dan extra zielig kijken, misschien kregen we dan meer.

Oorlog, het luchtalarm gaat af, gevaar!!! Bommen! Als we thuis waren gingen we met mama de wc in, de veiligste plek in huis, onder de trap. Mama ging op de wc zitten, Ton, Ruud en ik stonden naast haar, toen Fransje er was nam ze hem op schoot.

Fransje groeide amper vaak heeft mama met hem in de voorkamer voor het open zijraam in de zon gestaan vitamine D, soms huilde ze, heel angstig was dat.

Als er bombardementen geweest waren  ging ons pa erheen hij was hulpverlener, hij had dan zijn helm op en zijn gasmasker nam hij mee.

We hebben razzia en huiszoeking  meegemaakt, geraakte, brandend neerstortende  vliegtuigjes gezien hoog in de lucht,  het maakte ons niet echt bang, het raakte ons wel er zitten mensen in. Het was oorlog, dat beseften we niet ten volle,  we wisten in die tijd niet anders, waren ons wel bewust van gevaar.

Op een dag moesten oom Piet  tante Ali en kinders hun huis verlaten, werd door de  moffen opgeëist, ze zijn  een hele poos bij ons geweest  sliepen in de grote kamer aan de voorkant.

We gingen eten:  bloembollen op je bordje,hè…? een andere keer een waterig stamppotje, dan weer suikerbietenpulp, heb enorme  bewondering voor onze ouders er was altijd iets!!! te eten.

Ton, Ruud en ik hebben geen normale jeugd gehad. Dit vormt je en kan op latere leeftijd nadelig opspelen in je belevingen van het moment.

Pa kwam altijd tussen de middag thuis  om te eten, toen duurde de pauze 1 1\2 uur, tijd genoeg om  heen en weer te fietsen.

Aan tafel moesten wij kinderen stil zijn,  pa en ma praatten met elkaar en later,

toen de oorlog voorbij was,  luisterden ze om 13u naar het nieuws.

We zijn best vaak naar familie geweest, ook naar Bloemendaalse bos en Zaanenpark, later zelfs naar zwembad Velserend en het Bloemendaalse strand, altijd lopend met een lief babietje/kindje  in de kinderwagen. Toen er een fiets kwam werd er een traject afgesproken,  ook waar dan  afgelost werd. Ruud en ik maakten er altijd een wedstrijdje van.

Misschien vertel ik nu veel te veel, heb gisteren op tv weer een aflevering over de 2e wereldoorlog gezien, heel goed gebracht, gevolg was wel een onrustige nacht .

Toen jij geboren werd was ik 12 jaar we hadden best een druk gezin en hulp was er alleen toen de  kraamzorg nog kwam.

Mam raakte overspannen??? ze ging naar een rusthuis in Ermelo, jij ging naar fam.Baltussen, Ton, Ruud en ik bleven thuis , José ???
En hoera , via De Spaarnestad werd hulp geregeld, een zuster,  een nonnetje, lief en handig, van de Juliaantjes, een zorginstelling. Voor ons was ze lief, voor pa best op zijn tijd streng….u moet…

Hoe lang mam weggeweest is weet ik niet,  het was echt een feestje toen ze weer thuiskwam.

 

Ruud en ik trokken altijd veel met elkaar op.

Ton ging meestal zijn eigen gang, wel speelden we heel vroeger vaak circusje, circus Sarassani, dat was in de oorlog, en op zolder stond een grote, zwarte kist waarin oude kleding bewaard werd,  verkleedspelletjes waren zoooo leuk.

Het blijft borrelen Ron. Voor vandaag genoeg geborreld, ik ga eten klaar maken.

Wel thuis en tot gauw.

🤜🤛😘

 

Het moeten is voorbij, goed om me dat te helpen herinneren. Het mag vooral aangenaam zijn.

 

[16:16, 19-04-2026] Ron Overtoom: Hoi Ans. Ik ben mijn dingen aan het uitwerken en mis nog wat info.

– Woonde jij nog thuis in 1962, met Papa’s eerste cva? (En Ruud, weet jij dat? )

– Wanneer ging jij uit huis?

– kwam Jos in je leven op een verjaardagsfeestje van Ruud?

– – En sorry: De datum van je miskraam? Voor mij van belang omdat ik nog weet hoe ik mij in die periode thuis voelde.

Dankjewel hoor.

 

[21:38, 19-04-2026] Ans Overtoom: Ik zal meteen beginnen, je hebt nog info van me ’tegoed’ 😊

In 1962, dus ook toen  pa zijn 1e cva kreeg, woonde ik nog thuis, op 10 december zijn Jos en ik voor de wet getrouwd en toen had pa een bordje vlak boven de brievenbus geplakt waarop stond ‘mevrouw A.Fransen-Overtoom  achterom’. 

Begin 1963 ben ik in Hillegom op kamers gaan wonen, zo zouden Jos en ik eerder woonruimte kunnen krijgen, die tip hadden we gekregen, Hillegom was toen een katholieke gemeente en getrouwd voor de wet gaf meer voorrang  wanneer het stel katholiek was.

Ruud woonde ook nog thuis, hij had wel verkering met Margot. Het is een poosje uit geweest. Hij had, om leuk te zijn, tegen haar moeder gezegd ‘ich liebe dich was kost me das’ ze was woest en ze verbood Margot nog met hem om te gaan. Margot gehoorzaamde, Ruud wanhopig toen ben ik naar die  moeder  gegaan om voor mijn broertje te pleiten. Hij besefte niet dat de in zijn bravourheid gemaakte, best  misplaatste,  grap zo verkeerd zou overkomen, hij had geen verkeerde bedoelingen….integendeel. Missie geslaagd, Ruud mocht weer komen.

Ik leerde Jos inderdaad kennen op Ruuds verjaardagsfeestje in 1961. Ruud had toen verkering met Greetje  Beijersbergen, haar broer Kees was bevriend met Jos, ze kwamen allemaal op het feest. Het klikte meteen tussen ons en in de weken erna kwam hij  elke zaterdagavond langs voor Ruud, die nooit thuis was, en dat vond Jos niet erg,  hij wilde best even binnenkomen. Langzaam maar zeker durfde ik in nieuw geluk te geloven. Ik werd uitgenodigd op Jos’ verjaardag in maart 1962, toen kregen we verkering.

Verliefd zijn werd thuis streng aangepakt. Als Jos naar huis ging en we nog even met tig kussen afscheid stonden te nemen in de hal, kwam pa steeds de gang in. Was Jos bij ons en wilden pa en ma weg, kwam pa met onze jassen over zijn arm binnen:  we moesten weg, naar buiten, waarnaartoe maakte niet uit, wat we buiten deden daar had hij niets mee te maken……We mochten elkaar geen kus geven in de kamer, we mochten wel samen de afwas doen, nou dat deden we dus knuffelgraag. Nu lach ik erom, toen vond ik dit alles vreselijk, ik schaamde me voor mijn ouders. Mam deed er niets aan.

27 maart, witte donderdag,  was de vroeggeboorte van ons 1e kindje (een jongetje) , ik was net in de 4e maand, ben naar het ziekenhuis gebracht om schoongemaakt te worden Toen werd geconstateerd dat ik zwanger geweest was van een tweeling. Dit 2e kindje leefde nog dus ik moest blijven. Na 2 weken brak het vruchtwater ‘s-nachts en had ik weeën, maar nee daarvoor werd de gynaecoloog niet geroepen, ik kreeg injecties om de weeën tegen te gaan, die kwamen later ook niet meer terug. De avond erop is het 2e kindje, ook een jongetje, gehaald.

Toen  ik op 1e kerstdag 1963 trots thuis vertelde dat ik heel misschien zwanger was zei pa ” ik feliciteer jullie wel als het kind er is ” oeff dat deed pijn, zelfs mama reageerde geschrokken met  “Anton”. Wat wij toen nog niet wisten……Margot  was zwanger. Zij en Ruud  moesten trouwen.

Toen ik dus uiteindelijk in het ziekenhuis lag kwam hij elke dag langs en bad hij  vaak de rozenkrans.

Nu stop ik Ron, niet omdat ik me verdrietig voel, maar de avond is al halverwege ik ga een wit wijntje voor ons inschenken. Voor mij komt er water bij, dan heb ik helemaal geen pijn aan het littekentje in mijn slokdarm. Volgende keer verder.

Fijne avond  verder en slaap goed.

 

 

[22:26, 19-04-2026] Ans Overtoom: Ik las het nog even door nadat ik vertelde dat ik me schaamde voor mijn ouders ging ik verder met de miskramen daartussenin is ons huwelijk 6 november 1963 hè. 😇

 

[23:21, 19-04-2026] Ron Overtoom: Dankjewel Ans, voor je fijne schrijven. Het geeft me veel inzicht en vooral een bijdrage aan m’n voelen van vroeger.  Top hoor. Truste meissie. Maar ook wel veel heftigs meegemaakt jij, jullie, hè. Liefs 😘

[07:31, 20-04-2026] Ans Overtoom: Dat is zeker …… het kan je overkomen 🫶

Nu vroeg op,  ik ga sporten  💪😇

😘

 

 

[18:13, 30-04-2026] Ron Overtoom: Hoi Ans, Frans en José.

Ik ben erg blij met en dankbaar over jullie bijdrage aan mijn zoektocht om mijn ‘vroeger’ beter in beeld te krijgen. Het helpt me.

Ik zal tzt, als je dat zelf wil, met je bespreken wat het me opgeleverd heeft.

 

Ik zou jullie straks graag een schema, opgemaakt in Word, willen mailen. Het bestaat uit chronologisch opgesomde gebeurtenissen van ons gezin. Ik denk dat het completer/ gedetailleerder kan. Ik wil graag alle gebeurtenissen – en dan alleen feitelijk-  die er toe doen verzameld hebben. En ‘er toe doen’ is dan voor mij dat de gebeurtenis vermoedelijk invloed heeft gehad op de sfeer binnen het gezin. Alleen feitelijk. Periode 1935- 197….5? Geen verhalen IN het schema.  Er buitenom als extra erbij is wel fijn. Vertel maar.

 

Maar, net zoals bij de vragen, vraag ik je eerst of je mee wil werken en ik het je kan toesturen. Dus bij deze. Zo ja, dan stuur ik de mail.

 

Ik ben ook geïnteresseerd in pa en ma hun wel en wee vanaf hun geboorte en eigenlijk ook nog verder terug. De feiten en de verhalen.  Waar ben ik, zijn we, eigenlijk het product van?  Welke invloeden dragen we met ons mee?

Mocht je het voor jezelf belastend vinden, dan haak je af. Geen punt.

Eerst maar eens vanaf 1935, het jaar waarin pa en ma trouwden.

Dankjewel en tot wederdienst bereid, zolang dat binnen mijn vermogen ligt natuurlijk.

Fijne avond. Groetjes, Ron.

Groetjes, Ron.

 

[20:01, 30-04-2026] Ans Overtoom: Hoi Ron, ik ben nog steeds niet klaar met het beantwoorden  van de door jou gestuurde punten , nee ik heb er geen moeite mee integendeel ik wil wel graag een samenhangend verhaal sturen daar is echter tijd voor nodig,  geen flitsen.

Stuur mij ook de vragen ik zal zien hoever ik kom, vroeger werd er nooit gesproken over de verleden tijd, bijna niet over de jeugd van ons mam en de vader van pa overleed jong en liet een jonge moeder met 3 zoons achter. Inkomen was veel te weinig het schijnt dat oma een krantenwijk liep.

Nu aan de koffie, vanmorgen samen met de hulp gewerkt, vanmiddag naar Keukenhof, daarna eten koken, nu is alles aan kant en zitten we aan de koffie met m’n pootjes omhoog, wat is het heerlijk om die relaxstoel te hebben.

Fijne avond 👍☕

 

[12:55, 02-05-2026] Ans Overtoom: Het begin van ons begin. 2 mei blijft een bijzondere dag.

Fijne avond verder hoor!

[21:28, 30-06-2026] Ans Overtoom: Is het bij jou ook zoveel frisser geworden Ron? Buiten dan hoor, hier waait de hele dag al een lekker verkoelend windje en omdat ik alle ramen en deuren tegenover elkaar open heb staan wordt het nu binnenshuis ook leefbaarder, de warmte bleef zo hangen nu zit er beweging in.

Ben je al aan het klaarzetten en klaarleggen wat meegaat voor de meerdaagse schilderworkshop?

Die paar frissere dagen en die fikse regenbuien van eergisteren doen de natuur goed en donderdag wordt het beter en stabieler weer dat wordt genieten Ron.👨‍🎨🎨

Voor nu een fijne avond met een 🍺0%??

 

[21:47, 30-06-2026] Ron Overtoom: Precies wat je schrijft. Alles. Het wordt misschien wel 6 %, of zo .🤣. Het is een stuk lekkerder en ik merk het meteen aan m’n zin in activiteiten.

Ben nu vooral bezig met schrijven. Ik vind het super om alles eens woorden te geven en het voelt alsof ik daarmee ervaringen kan afvinken. Het zijn nu vooral werkervaringen, maar ik denk dat ik straks ook de andere verhalen in die stijl doe. En leesbaar maak voor wie ik wil dmv een link en wachtwoord. Vandaag ook weer drie verhalen geschreven.  Ik heb nog materiaal genoeg in m’n geheugen en hart👍🍀

Fijne avond ook voor jullie hè. Liefs.

 

[22:12, 30-06-2026] Ans Overtoom: Ja en mijn reacties op jouw vragen heb je nog steeds niet.

De dagen gaan zo snel, beginnen later hè en we hebben een heel gezellige daginvulling, ontbijtje, koffiedrinken, digitaal nieuws lezen, mailtjes, berichtjes en die ook beantwoorden. De dagelijks terugkerende klusjes doen.

Gisterenavond heb ik over de punten in  het door jou gestuurde overzicht gedacht…..er is zoveel dat na mijn tijd in de Marsstraat gebeurde.

Ruud ging in het jaar dat hij 19 werd bij de luchtmacht dienen..

Ons mam is heel erg overspannen geweest. Ze is een paar weken??? in een rustoord opgenomen geweest. Ze genoot daar het meest van de begeleide boswandelingen. Vooral deed ze graag mee met de ontspannings-oefening ‘diep ademhalen’ .

Dit vertelde ze na haar thuiskomst met graagte.

Waarom ze overspannen was zou ik niet weten, maar oom Theo heeft ooit eens tegen me gezegd dat zowel tante Co als mijn moeder in voor- en najaar een periode hadden dat ze zichzelf niet waren…..vreselijk down, huilbuien, niet goed functioneren,  zeg maar zombie-achtig. Later herkende ik dit ook bij zusje José. Dit laatste  vertel ik je in goed vertrouwen hoor.

Ik ging begin 1963 weg uit de Marsstraat. Het regime van ons pa verdroeg ik niet meer. De opmerking dat hij 100 andere meisjes wist die hij liever als dochter had dan mij,  en dat ik altijd ja moest zeggen, ook al wist ik dat het nee moest zijn, dat gold voor de anderen ook, brak me op en Jos ook. Hij vond het heel erg,  maar mocht er niets over zeggen.

[23:13, 16-07-2026] Ans Overtoom: Ons mam zat ‘s-avonds vaak alleen, pa hielp buiten de deur zoveel mensen, ik herinner me, ik was ongeveer 16-17 jaar dat ik haar hoorde huilen en toen ben ik naar beneden gegaan. Over haar verdriet praten wilde ze niet. Het was een nare tijd in huis, ik weet wel dat wij, de kinderen doorgingen met ons leven. We hebben jammer genoeg niet geleerd te praten met elkaar en te luisteren naar elkaar .

De Vespa heb ik gekocht maanden nadat Ton Stevens verdween. (1959)  Ik heb les gehad van Harm Hoek, een vrolijke man, getrouwd met Tiny Vander Sluis. Hij had een flink beenlengteverschil waardoor hij heel moeilijk liep. Ondanks dat was hij zo’n optimist 👍samen met Tiny kwam hij vaak en graag op visite bij ons.

Mama was verdrietig toen Ton naar het klooster ging. We zijn de weken ervoor druk bezig geweest met zijn uitzet, naametiketjes mocht ik innaaien, de dag voor zijn verhuizing kwamen een paar vrienden van Ton langs, onder andere  Koos  Holstein, ik was erg verdrietig. Mijn broer ging weg en de schoolvakanties mocht hij niet thuis doorbrengen.  Hij troostte me en zei dat hij de plaats van Ton zou innemen. We kregen ‘verkering’. Hij zat op de ambachtsschool  en maakte daar een zegelring  voor hem en voor mij, er stond A + K op, wat was ik trots. Thuisgekomen rukte pa de ring van mijn vinger af en keilde hem heel hard en diep de vuilnisbak in.

Als Ton enkele dagen thuiskwam werd er eerst veel gedaan: tijdschriften werden opgeruimd vanwege bepaalde advertenties, bh ondergoed, bepaalde  artikelen, stel je voor dat het  patertje in wording bepaalde gevoelens kreeg. Ik had overhemdbloesjes. In de V-hals moest iets gedragen/bevestigd worde,  waardoor inkijk voorkomen werd. Toen was er badstof maandverband, dat natuurlijk gewassen moest worden. Zichtbaar voor Ton aan de waslijn hangen was echt  not done.

Ik ben na enkele van die logeerpartijen heel boos geworden.  ‘Moet hij naar de missie, daar lopen de vrouwen er schaars gekleed bij. Hij duikt de kapel in en durft er niet meer uit te komen.’ Het waren altijd spannende dagen. Ons gezin was door God uitverkoren en dat gaf nu eenmaal verplichtingen. Toen Ton weer thuis kwam wonen ging het thuis fout, Ton vertikte het mee te bewegen in het gezin, hij deed wat hij wilde, wat  hem uitkwam. Hij  hield met niemand rekening,  dat was hij niet meer gewend.

Hij heeft een paar weken bij Jos en mij gewoond. Pa is toen op zijn brommertje naar me toe gekomen. We hebben heel lang en goed met elkaar gesproken, ook over het feit dat hij nooit tegenspraak duldde, altijd gelijk had.

Zijn reactie maakt me nog verdrietig:  ‘dan had ik mijn prestige verloren’.

Mijn antwoord:’ integendeel, dan  had ik achting voor u gehad.’ In mijn eigen huis kon ik dat zeggen.

Hij schrok ervan,  heeft het niet beaamd..

[23:13, 16-07-2026] Ans Overtoom: Ik weet niet of  ik dit al verteld heb.

Het was kerstmis, opoe was bij ons, mam speelde kerstliedjes op de piano en wij zongen mee, ineens protesteerde Ton luid, hij wilde niet meer meezingen want Ansje zong vals.

Pa loste het op: Ansje moest blijven staan,  maar voortaan haar mond houden.’

Nog steeds voel ik dit uitsluiten tijdens de kerstdagen erg. Ik zong zo graag tot die dag, de angst dat ik vals zong was zo groot.

[23:21, 16-07-2026] Ans Overtoom: Eerder geschreven samenvoegen tot 1 geheel is niet gelukt, zo kan het ook.

Ooit heb ik mijn ouders verweten dat het leek of ik niet uit hun samen voortgekomen was. Pa was woest. Hoe durfde ik. Maar ik voelde me thuis niet thuis.

Gezellig als je (samen met Astrid) eens komt dan maken we er wel iets leuks van hoor.

 

Lieverd. Ik vind het zo fijn om dit allemaal te weten, echt dankjewel.  Want ik heb er zoveel van gevoeld in de sfeer, maar weet geen concrete situaties. Dus dit helpt echt. Het is ook geen kwaadsprekerij, toch? Het is wat er gebeurde en wat jij eraan beleefde en ook hoe het was.

Ik weet van José haar buien. Fijn te weten dat Co en mama dat ook hadden. Ik heb een vleugje meegekregen.  Rond Pasen, april, is er somberte en daardoor impulsieve kooplust om wat leuks te hebben.  Geeft niks, het is een weet.

Wat ontzettend rot voor je. Die ring en dat zingen. Afschuwelijk.

De prestige van Pa. Wat heb je dat goed gezegd.  Het zal best binnengekomen zijn bij hem, maar ook dat zou hij nooit beaamd hebben.

 

Nee, ook ik zie het niet als kwaadspreken. Weet je, vader en moeder worden is geen kunst😁 maar goede ouders zijn wel. We maken allemaal fouten en leren ook van alles dat vroeger in onze ogen fout ging, of heel naar aanvoelde.

Maar alles wat Ton nu doet, schrijft,  daartegen kom ik vaak gevoelsmatig in opstand. Niet blijvend hoor,  mijn leven gaat verder ik laat het achter. Ook Ton laat ik achter, hij bekijkt het maar.

Nog even dan ga ik slapen, ik ga morgenochtend niet sporten door de aanhoudende warmte heb ik niet zo goed geslapen zet dus geen wekker,.🤣😴 truste 🤗😘

 

Truste  Ans, dankjewel voor je openheid. Snap en herken het, wat Ton betreft. Laat hem maar.

We maken er iets moois van. Je hebt het gedaan; het overleefd, en je was en bent een sterke vrouw.

Slaap lekker. Truste😘👍

Dankjewel en slaap lekker 😘

 

Môge, Ans. Goed geslapen? Ik wel. Wel laat gaan slapen.  Heb een goed boek… ;).

In jouw verhaal vind ik nog wel interessant dat je schrijft dat Ton bij jullie gewoond heeft in de tijd dat hij terug uit het klooster kwam. Dat moet dan ook toch ongemakkelijk zijn geweest voor je. Hield Ton het thuis niet uit?

En je schrijft dat jij en Ruud het niet makkelijk hebben gehad. Wat was voor Ruud vooral ongemakkelijk?

Hij kon en wilde zich niet voegen aan het wonen en leven samen met gezin. Interesse, gesprekken, tijd van eten, opstaan en naar bed gaan, hij wenste en eiste optimale rust  en  vrijheid en dat kan dus niet dan moet hij op kamers gaan wonen. Hij had ook steeds woorden met pa en is toen boos weggelopen. Kwam bij ons en kon wel blijven om af te koelen.

Dat is dus gelukt hij is weer teruggegaan. Hoe het in de Marsstraat ging weet ik niet, ik heb nooit kunnen bellen erover,  hoorde toen al veel te slecht, schrijven is niet gebeurd. 

Ik weet nog wel dat ik van Ton eiste dat hij naar huis zou bellen om te vertellen dat hij bij ons was en een poosje bij ons bleef.

Toen had ik medelijden met hem, vond hem zielig in alles, nu weet ik beter hij bespeelde iedereen met dit gedrag, flink zijn  en doorzetten, er voor anderen zijn, zit niet bij hem in het pakket.

Over mij en Ruud thuis komt nog. .🤜🤛

 

[19:58, 16-07-2026] Ron Overtoom: Wat betreft de nog openstaande vragen wil ik vooral graag erachter proberen te komen wanneer mama haar miskramen had? Of wat anders de aanleiding was voor het gegeven dat we in pakweg 1954 allemaal elders werden ondergebracht. Ik in Antwerpen. Jaren later nog eens, toen bij tante Annie. Misschien vanwege Papa’s eerste cva. Maar dat zou jij beter kunnen weten.?

Groetezzz 🙄👍

[21:05, 16-07-2026] Ans Overtoom: Nee Ron ik weet het niet, in ieder geval  niet de 1e cva van pa het had alles met ons mam te maken. Voor ons gebeurde dit zo onverwacht, ik denk haast zeker te weten dat mam zwaar overspannen was. Toen ze weer thuis was vertelde ze vaak met een soort heimwee in haar stem van de fijne groepswandelingen in de dennenbossen en dat er met regelmaat gezegd diep ademhalen, vasthouden, uitademen. Hoe goed dat voelde.

Ik ben nooit ergens ondergebracht, ik zat immers op de MULO. Ik  heb in die tijd  wel een poos bij een tante van mijn schoolvriendin mogen logeren, die vriendin woonde bij die tante.

Ook Ruud en ik hebben geen makkelijke jeugd gehad, over het hoe en waarom kan ik mezelf vragen blijven stellen ik kom er niet uit.

Eén miskraam was volledig ma’s schuld. We hadden thuis een feestje. Er speelde walsmuziek. Mam bleef maar dansen, draaien, draaien. Steeds koos ze iemand anders uit. Opoe was heel erg boos en verbood het haar omdat ze zwanger was. Ma lachte het weg en bleef doorgaan. De volgende ochtend hoorden we dat het babietje geboren was en niet leefde. Ik zie pa nog voor me later met een kussensloop met daarin een kistje dat hij op het kerkhof, in ongewijde grond (een drama) ging begraven. Of hierna haar opname was weet ik niet meer. Ook in mijn eigen leven is zoveel gebeurd.

Hoop toch dat je hier wat aan hebt.

💕

[21:43, 16-07-2026] Ron Overtoom: Dankjewel Ans. Dat is voor mij toch belangrijke informatie. Je vindt het lastig om het daarover te hebben? Is er een jaartal te plaatsen op de miskraam die je beschrijft? Die pa, met dat kistje…. Dat is dan ongewijde grond achter een muur op het kerkhof van de Zeven Smarten geweest. Was de ongewijde grond het drama voor Pa?

Het is misschien makkelijker om het me op je bank thuis te vertellen dan zo te schrijven. Dan kom ik graag een keer. En daarna is het klaar. Ik hoor Jos zó zeggen: hou er nou eens over op… Maar als je je realiseert wat ongeboren kindjes energetisch kunnen betekenen voor andere levens, en dat is geen onzin, dan is die informatie erg nuttig.

Ja, ook in jouw leven is veel gebeurd. En mama heeft het blijkbaar ook vaak Spaans benauwd gehad.

Misschien goed als ik eens kom en daarna afsluiten.

 

Geloof het of niet

Geloof het of niet.

Het is december 1976 als Pieter Menten wordt gearresteerd voor oorlogsmisdaden in Tweede Wereldoorlog.
“Hem grijpen ze wel, en mij laten ze lopen”, zegt Jan, een patiënt die we eerder die week hebben opgenomen. Jan is alcoholist met beginnende Korsakov. Nader onderzoek wijst uit dat hij een dubbele maagresectie heeft ondergaan en nagenoeg geen maag meer over heeft. Dat hij per dag een potje sambal leeglepelt roept dan ook de nodige bezwaren op. Verder is Jan een stevige roker en roken is in deze tijd nog op de afdeling toegestaan, voor de patiënt alsook voor de medewerker.
Jan zegt oorlogstrauma’s te hebben opgelopen en te hebben gediend in Vietnam als veteraan. Hij trilt helemaal als hij dit soort zaken vertelt.

De psychiater geeft aan dat hij het wel goed zou vinden als Jan een vast praat-uur krijgt met een hulpverlener en mij wordt gevraagd dit te behartigen. Ik stem toe. Hij boeit me wel, ik vind zijn persoonlijkheid best intrigerend.
Ik hoor verschrikkelijke verhalen aan, over mishandelingen waaraan Jan als kind wordt blootgesteld. Als kind met z’n voetjes in gloeiend heet water gezet door z’n vader, als hij stout geweest was. Veel geslagen om het minste of geringste. In het Vreemdelingenlegioen werd hem opgedragen met een peloton een kameraad dood te schieten, die door de krijgsraad veroordeeld werd wegens verzaken van zijn plicht. Hij deed dat ook en verdween later uit dat leger door zichzelf in zijn been te schieten. Dan mocht hij tenminste naar huis. Hij laat mij het litteken daarvan zien. Het ziet er allemaal behoorlijk echt uit.

Ik voel me goed als ik me realiseer dat Jan me die verhalen en die emoties toevertrouwt. Zo heeft Jan met nog enkele hulpverleners goed kontakt. Op de afdeling vermaakt hij zich met een potje biljarten, wat kaarten, lezen, tv kijken en vooral veel roken. We luisteren ook regelmatig naar uitzendingen over de arrestatie van Pieter Menten.

De psychiater, een nog jonge pas afgestudeerde man, heeft het niet zo op met hem. Hij vertrouwt het niet, al die verhalen en toestanden. En dat is wat er gebeurt: er ontstaat tweespalt in het team. De ene groep gelooft Jan, de andere is het eens met de psychiater en diens meer gereserveerde houding. Ik sta aan de zijde van Jan. Ik beluister zijn verhalen, hij vertrouwt me van alles toe. Ik heb geen reden om te twijfelen.

Jan geeft aan wel eens met verlof te willen. Zegt een broer te hebben.  De psychiater gaat akkoord, mits we een keer kontakt met die broer kunnen hebben.

Opeens geeft de psychiater aan dat hij Jan heeft aangemeld voor, noem het maar: Groot Overleg. Dat is een overleg waarin alle psychiaters van de instelling zitting hebben, onder leiding van de Hoofdpsychiater, de chef de clinique, ofwel de geneesheer-directeur.  Daar wordt iemand compleet doorgelicht en besproken, en soms ook gesproken. Ik zit in nachtdienst en ben tijdens de eerste ochtenduren aan het doorzakken in een met wierook doortrokken omgeving. Ik word gebeld. Het is vanmorgen, over een half uur en ik mag erbij zijn. Ik ga, natuurlijk.

Met enig medelijden met de persoon die naast me zit, en die dus de wierook meekrijgt, hoor ik de geneesheer-directeur aan. De man waarvan ik weet dat ie regelmatig wordt  betrapt bij het zingen van sinterklaasliedjes achter de gesloten deur van zijn spreekkamer….

Lang verhaal kort: Jan wordt als levensgevaarlijk voor de instelling beschouwd. Psychopaat van de eerste orde, met Pseudologia Fantastica. Ofwel de gave om als waarheid klinkende verhalen op te dissen, die intussen bij elkaar gefantaseerd zijn.
In een ander ziekenhuis heeft hij de nodige stampij veroorzaakt. Plan van aanpak: bij de eerstevolgende mogelijkheid:  weg met die man.
Ik ga met gemengde gevoelens naar bed. Na te hebben gedouched natuurlijk. Wierook hè?

Jan zegt dat zijn broer geweest is. Er was inderdaad iemand gesignaleerd in de avond. Ik vraag hem of hij zijn broer heeft doorgegeven dat deze in kontakt moet met het team wil Jan naar huis kunnen. Verdikkeme, vergeten. Stom van hem.

Jan heeft ‘vrij wandelen’ op het terrein. Zijn sigaretten zijn op. De interne bank is gesloten.
Jan vraagt de leerling om 25 gulden te leen uit de kas, om sigaretten en wat lekkers te kunnen kopen. Dat wordt hem gegeven. We zien hem nooit meer terug.

Epiloog:  de ‘ broer’  blijkt iemand van het Leger des Heils geweest te zijn, waar Jan regelmatig onderdak kreeg. Die persoon werd gesproken en hielp veel van ons uit de droom. Alles was verzonnen en gespeeld. Zwaar alcohol-verslaafd, psychopatische persoonlijkheid, iedereen tuinde er steeds weer in, etc. Dat van die maagresectie klopte wel en dat van de sambal ook. Jan gaat gewoon binnenkort dood, zei de man. De zienswijze van de jonge psychiater bleek geheel correct. Ik heb mijzelf betrapt op de – behoefte zelfs – om Jan te geloven. Ik gunde hem het vertrouwen en de ruimte om te worden gehoord. Ik gunde mijzelf de uitzonderingspositie van de Betrouwbare Luisteraar. Iets dat dan natuurlijk ook alles over mijzelf zegt, wat ik later ook uitgewerkt heb.

Teamleider Hans roept ons bij elkaar. Hij zegt het expres te hebben laten gebeuren. Hij wist het al langere tijd. ‘Je leerde een les voor je leven’, zegt hij.

En dat is ook zo. Dankjewel, Hans Kroos. Ik vertrouwde je en je hebt het niet beschaamd.

Met enige trots nam ik later de beoordeling van mijn Verpleegkundig Verslag over dit proces in ontvangst. Een 10. En de aantekening: haast journalistiek.