Levensverhaal anno 2001

Levensverhaal, opgetekend ten behoeve van een gesprek met een psycholoog rondom de scheiding.

Vader Antoon Overtoom werd geboren in 1907 en groeide op als middelste zoon van drie jongens. Zijn vader overleed aan TBC toen Antoon 7 jaar was. Antoons moeder was een krachtige vrouw die met ferme hand het gezin en het leven bestierde. Er was armoede en weinig persoonlijke warmte. Antoon ging na de lagere school aan het werk bij drukkerij De Spaarnestad in Haarlem waar hij tot zijn dood zou blijven. Vele jaren trouwe dienst. Een lintje bij zijn 40-jarig jubileum. Antoon had, evenals zijn broers, talent op het gebied van toneel en zang. Hij richtte een koor op op de Spaarnestad en besteedde een deel van de baas z’n tijd aan dergelijke activiteiten. Hij was ook een bevlogen spreken en hield menige speech bij jubilea. Antoon hoorde zichzelf ook graag praten en kon aardig op drift raken op de golven van zijn eigen emoties. Hij weet het mooi te zeggen, zag je menigeen denken, maar of het nog met de werkelijkheid klopt. .. ?

Antoon kon goed zingen (kathedraal Haarlem) en kunstfluiten op zijn vingers. Het was een charmante man die menig meisjeshoofd op hol wist te brengen.

Antoon is niet goed in staat geweest om naar tevredenheid intieme relaties op te bouwen, ook niet met zijn vrouw met wie hij in 1933 trouwde. Zij kregen zes kinderen, vier jongens en twee meisjes. Ook twee miskramen. Tijdens de oorlog deed hij regel- en controle werk voor de buurt in het kader van de veiligheid. Na de oorlog was hij de oprichter van Herwonnen Levenskracht. Hij had veel power en was heel inspirerend voor opbouw-klussen.

Antoon heeft vermoedelijk diverse buitenechtelijke kontakten gehad, zeker één duidelijke relatie, waarbij hij vermoedelijk ook een kind had. Dit kind zou de naam dragen van en even oud zijn als mijn, inmiddels overleden, 10 jaar oudere broer.

Antoon kreeg een CVA in 1962. lk was toen 12 jaar. Acht jaar later, in 1970 een tweede CVA welke dodelijk afliep.

Antoon was geen makkelijke vader. Hij was erg normatief, kon weinig warmte geven en ontvangen. Een formele man die het vooral voor de buitenwereld allemaal mooi wilde laten overkomen. Antoon was een devoot mens, godsvruchtig, streng, normatief, afstandelijk. Sterk zijn en hard werken stond voor hem voorop. In de kern bedoelde hij het goed, meen ik achteraf, alleen was dat op dat moment niet voelbaar. Hij heerste met regels, scherpe kritiek en boosheid. Hij kon nooit sorry voor welke misstap of wat dan ook zeggen. Dat was jammer want o.a. daardoor werd hij meer en meer geminacht door zijn kinderen.

Antoon werd toenemend onredelijker en agressiever na de eerste CVA en ging onder behandeling bij een psychiater. Deze psychiater gaf mijn zusje en mij op een avond dat wij in nood zaten te verstaan dat wij ons beter koest konden houden, anders kreeg vader een 2e bloeding en waren wij verantwoordelijk voor zijn dood.

Dat koest houden hield nog eens extra alle emoties onder tafel en leidde bij mij tot haat. lk was een puber en had dus een goede reden om mijn vader te mogen haten. Dat is achteraf. lk wenste hem dood en 1970 was in die zin het jaar van de eindstreep. lk was hem eindelijk kwijt. Later zou door allerlei confrontaties de haat verzachten en ombuigen in begrip, acceptatie en mededogen voor mijn vader.

Moeder, Jos Overtoom – Bijrij werd haar hele leven zowat Sientje genoemd, dus dat doen we hier dan ook maar.

Sientje werd geboren in 1908 in Leiden en had nog twee broers en twee zussen. Zij was geloof ik de op één na (zus) de jongste. Vader had een leerwinkel/schoenmakerij. Het waren zware tijden. Crisis. Vader ging aan de drank en het huwelijk van haar vader en moeder liep op de klippen. Sientje had een strenge moeder en een stevige oudere zus. De broers drukten hun snor. De één verdween tijdig en voorlange tijd naar Indië, de ander werd stil en dacht er het zijne van. De zussen hadden redelijk contact. Sientje was een heel knap en lief meisje. Ze was muzikaal, speelde piano en zong graag. Ze was ook wat blasé, zoals dat vroeger ook werd genoemd. Ze was lief, hartelijk, speels en heerlijk naïef. Ook een doorzetter, moedig, sterk, devoot, godsvruchtig. Maria en de heilige Antonius waren favoriet. Niet voorgelicht zijnde werd ze zwanger van haar eerste kind, een zoon, waarbij man en vrouw konden constateren dat ze het dus goed hadden gedaan… Zo moest je vrijen om een kind te krijgen. Ze verhuisden naar een groter huis, in een betere buurt, dat zij krap konden betalen.

 

Sientje hield erg van gezelligheid. Later kon ze in ons gezin regelmatig stellig zeggen: gezellig hè jongens! Waarbij je de anderen zag kijken: waar haalt ze het vandaan?? Een warme deken tegen de klippen op soms.

Sientje had weinig ambities. Stond voor alle kinderen en haar man klaar met raad en daad.

Deed het huishouden goed, ging ongezien goed met het schaarse geld om.

Sientje had weinig tot geen diepe kontakten. lk denk dat de pastoor en daarmee biechtvader de enige is die de intieme kwesties met haar besprak.

Sientje wist wat voor man zij had getrouwd en heeft daar zo haar verdriet van gehad. Zij heeft een andere man laten lopen voor deze. Die andere man was toch meer een echte vriend en dat is zo gebleven. Niet actief, maar in haar hart en na de dood van Antoon. Sientje leed veelal (zichtbaar) in stilte, te zien aan de stille tranen tijdens de kerkdienst.

‘Elk huisje heeft zijn kruisje’ en ‘geef nooit op’, zijn de kreten die het beste bij haar passen. Vermeld moet worden dat Sientje was belast met erfelijke doofheid. Zij werd zelf doof toen zij oud was. Eén zus van haar, de jongste, was doof vanaf haar 7e jaar.

Van de zes kinderen van Sientje werden/zijn er vijf doof of dover aan het worden. Dat gaf in het gezin de nodige prikkels.

Ron
lk ben geboren in Haarlem in 1950 als jongste van zes kinderen. Mijn oudste broer heb ik nooit thuis meegemaakt, hij zat in het klooster. Mijn derde broer ging ook. lk zal toen 7 zijn geweest. Om hiermee maar aan te geven dat ons gezin voor mij actief bestond uit ouders, een 12 jaar oudere zus, een 10 jaar oudere broer en een 2% jaar oudere zus. Twee broers kregen elke week een brief en tekeningen en schreven zelf plichtmatig terug.

lk was een lief en speels jochie. Was goedlachs en had humor. Mijn moeder was gelukkig met me, dat voelde ik wel. Tussen mijn vader en mij herinner ik me geen warmte. Vader was er vaak ook niet. Ook als hij wel in huis was. We speelden nooit samen. Hij controleerde me meer.

Mijn opa van moeders kant woonde een tijdje bij ons thuis en overleed in 1953. lk herinner me dat het sterkst omdat ik niet bij de begrafenis mocht zijn. Vanuit een lagere school waar ik samen met mijn zus was gestald konden we wel de stoet zien. Boos waren we, door het lint.

In 1956 overleed mijn klasgenootje Nolly, overreden tijdens de intocht van Sinterklaas. Hij zou een belangrijke aanwezige afwezige blijven in mijn leven. Zijn moeder ontmoet ik nog. Het was thuis regelmatig huiselijk en warm, gezellig. De mindere prettige emoties als boosheid en verdriet werden toegedekt. leder ‘leed’ in stilte in zichzelf. Moeder was de stroomlijner en vaders wil was wet. Ruzies ontstonden veelal onder het eten.

De band met mijn oudste broer, Ton, was letterlijk en figuurlijk afstandelijk. Nu is dat wisselend. Als hij niet in de rol van de wijze oudste broer kruipt kan hij een fijne en trouwe kameraad zijn.

De band met mijn oudste zus, Ans, is wat afstandelijk. Zij lijkt zakelijk maar is in werkelijkheid en gevoelig mens. Zij heeft haar portie in dit leven wel gehad en heeft haar eigen plan getrokken, zoals altijd. Tussen vader en haar was er een gigantische kloof. E.e.a. hing o.a. samen met seksuele intimiteit. Geen incest, maar gluren door spleetjes. Uiterst onveilig en gênant. De band met mijn 10 jaar oudere broer Ruud was er een van samen dollen. Gevoelens delen kon Ruud niet binnen ons gezin. Hij ging zijn weg. Hij kon vaders trots zijn (Goeie voetballer (spits) van vaders club, pa voorzitter) en leek moeders lieveling. Hij kon het heel bont maken, zijn lieve knuffels naar moeder en zijn humor trokken de zaak weer recht.

Ruud werd sportleraar. lk heb me door Ruud in de steek gelaten gevoeld omdat hij geen gevoelsmatig contact wilde en soms wel zijn gevoelens op mij uitleefde, zogenaamd in het spel. Ruud is overleden toen hij 55 was, 8 jaar geleden, door een embolie in de kransslagader tijdens een dotteroperatie. Weggerukt dus. De eerste van de hele volgende generatie.

 

De band met José, de zus boven mij, is intiem en kameraadschappelijk en is meestal zo geweest. Wel meiden en jongens-dingen gescheiden beleefd. We deelden de ellende en zorg rondom vader. José kon er heel ontdaan van zijn en is in haar leven regelmatig onstabiel en ontredderd geweest. Nu, na haar scheiding, maakt zij het sociaal maatschappelijk goed, maar worstelt zij voort met emotionele en lichamelijke intimiteit en zelfvertrouwen.

José was, zeg maar, symbiotisch aan moeder verbonden. Moeders dood bracht daar uiteindelijk verandering in.

Met mijn derde broer, Frans, heb ik een heel prettig en rustig kontakt. Hij kan goed luisteren bemoeit zich nergens mee, laat je in je waarde, toont respect en we hebben samen schik, ook om de anderen als die zich druk maken ergens over.

Ton en Frans zijn trouwens beiden voor hun wijding uitgetreden en zijn respectievelijk psycholoog en geschiedenisleraar geworden. Dat uittreden hakte er wel even in hoor. Beiden getrouwd, Frans bewust geen kinderen.

Mensen die invloed hadden in mijn leven? Opvallend vind ik dat ik van elke meester en juf van de lagere school kan benoemen wat ze voor me hebben betekent.

Klas 1: rondborstige welkome troostende hartelijke moeder

Klas 2: uitkijken, als je haar ziek maakt ben je daar schuldig aan (Thema in mijn leven)

Klas 3: popie jopie macho leraar, een hoop kouwe drukte, maar wel om bang van te zijn. Klas 4: ingetogen gespeelde vroomheid, maar in werkelijkheid een gemene vent. Hij was mijn a.s. zwager, had verkering met Ans. Meester daar en zwager thuis. Gelukkig ging het uit met die hufter. Niemand wilde naar me luisteren naar hoe gemeen hij op school was tegen alle kinderen en ook tegen mij.

Klas 5: wollig maar geen echte interesse, behalve dan in mijn zus nu het toch uit was met de meester van klas 4. Ja, zus was een mooie krachtige blondine.

Klas 6: de hoofdmeester. Streng, gevoelsmens maar geen echt contact.

Samengevat heb ik mij gedurende mijn hele schoolleven bij zeer veel leraren niet op mijn gemak gevoeld. lk ben met veel en ook veel heftige gevoelens alleen en eenzaam geweest. lk heb manieren gevonden om gevaren te ontwijken. Aardig zijn, interesse tonen voor de menselijke aspecten van de leraar, ziek melden, je anders voordoen dan je je voelt, dan je bent, introvert worden, van alles.

Van mijn ouders uit was er geen echte interesse voor mijn schoolprestaties. Als ik nu mijn rapporten bekijk dan ziet elke pedagoog/opvoeder/leraar waar de dip-periode zit. Niemand heeft daar iets mee gedaan naar mij toe. Geldt voor de lagere en de middelbare school.

In de tijd van de middelbare school speelde de CVA van mijn vader. lk doubleerde in de 1 e klas. lk zal er niet om gevraagd hebben, maar er was ook niemand die een extra hand naar me uitstak. Ben daar nu achteraf heel boos om. Het kind in mij is niet gehoord en in de steek gelaten, in de kou blijven staan. lk had behoefte aan erkenning, begrip en troost. lk wilde erbij horen, bij de klasgenoten, deed wel eens iets stoers en werd dan vreemd aangekeken. lk deed kinderlijk voor mijn leeftijd, dat voelde ik toen en kan er nu woorden aan geven. lk keek op tegen stoere binken, de jongens met losse tientjes in hun zakken. lk was een waardeloze voetballer voor een blauwe maandag, ik was een vergeetachtige misdienaar voor een paar maanden. Uiteindelijk werd ik goed in muziek en daarmee veroverde ik mijn eerste vriendschappen. lk werd betekenisvol.

lk ging bij een koor als organist bij het combo, vrienden geworden. Nog een vriend aan overgehouden sinds 1968 ! lk kon en kan goed zingen, ging gitaar spelen en daarmee werd ik wel gezien. Dat deed me ook goed. Het compenseerde veel. lk kan improviseren, heb een absoluut gehoor, maak eigen teksten en muziek, dus alle gevoelens kunnen wegstromen en hun plek vinden. Dat geldt nu ook voor schilderen en andere creatieve hobby’s.

 

 

lk ben a-politiek, ben niet georiënteerd op maatschappelijke processen, ben niet thuis in het geldwezen. lk ben een romanticus, een schepper/dromer. Vorm dof materiaal om tot goud, kan behoorlijk inspireren.

lk pak de draad van schrijven weer op:

Even aan de hand van de vragenlijst:

lk heb me ongemakkelijk gevoeld met m’n lange lijf. lk had op school wel vrienden, maar keek vooral tegen hén op. Later heb ik ervaren dat er ook naar mij werd opgekeken. Daar heb ik stilletjes van van genoten toen. Nu zoek ik dat niet meer. Nu gaat het vooral om binnenkant-bevestiging.