Na afloop van een bijeenkomst voor Vrijwilligers van een Kloosterverzorgingshuis vraag ik hen:
Tevreden? Ja. ‘Maar’, zei de Vrijwilligster, ‘we hebben nog geen concreet antwoord gehad op de vraag hoe we het beste kunnen reageren op de opmerking van de zuster: ‘Er wordt hier gestolen!’.
Ai, dat zint me niet. En dus, aan het werk. Misschien wel beginnen aan het boek dat eigenlijk niet geschreven kan worden. Omdat er geen beste manier is. Misschien dan een paar manieren aangeven, met hun mogelijke effecten. Plus opnieuw onderstrepen dat de hulpverlener/vrijwilliger zich bewust moet zijn van wat hij/zij eigenlijk wil bereiken, wat hij/zij zich ten doel stelt. Bewust, maar vooral ook onbewust. Onbewuste drijfveren zijn de lastigste en soms de gevaarlijkste. Zij dwingen je iets na te streven dat vaak niet reëel is, dat onmogelijk is. Dat bereik je dus niet. Dat je dat niet bereikt betekent nog niet dat je een ondeugdelijke hulpverlener/vrijwilliger bent. Je moet je doelen bijstellen, accepteren dat je niet kunt bereiken wat je niet kunt bereiken. Je moet je geen illusies maken.
Ik ga wat gesprekjes uitschrijven. Ik wil u vragen kritisch te zijn naar uzelf als u verder leest en er een reactie bij u opkomt in de trant van: maar dit WERKT zo niet, de praktijk is anders…. . Op zo’n moment ben ik er haast van overtuigd dat u een effect bij de zuster wenst, wat ongeveer betekent dat het gedrag van de zuster verandert of zelfs ophoudt. Dat kunt u willen en wensen, maar dat gaat niet gebeuren. Dit gedrag bij de zuster zet waarschijnlijk door. Het is misschien haar manier om op een symbolische manier aan te geven dat zij zichzelf verliest. Haar (zelf-)verdediging is om dit in de vorm te gieten waarin zij anderen beschuldigt. Dus inderdaad, alles wat ik nu verder schrijf WERKT dus niet zo dat dat verandert of zelfs ophoudt. Wat het wel doet is dat u eventueel kontakt krijgt en houdt met de zuster, dat zij zich niet afgewezen voelt, misschien zelfs gesteund voelt. Dat is wat deze bejegening beoogt te bereiken en dat is wat mijns inziens vaak WEL mogelijk is.
Dat anderen, mede-zusters, er op een vervelende manier door geraakt worden, neem ik voor lief en zet daar ook een bepaalde bejegening tegenaan, zodat zij zich op hun beurt serieus genomen voelen en gesteund.
Dat de sfeer er soms onder te lijden heeft neem ik voor lief. Ik heb en houd het ook graag gezellig. Maar het leven is ook (samen) lijden en dat vraagt ruimte en eist zijn tol. Het zij zo. Stop ermee u dat zo persoonlijk aan te trekken, als u dat al doet.
Terug naar de opmerking: Er wordt hier gestolen.
Laten we eerst een paar logische dingen vaststellen.
Als er werkelijk sprake is van een vorm van stelen, iets dat in werkelijkheid helaas ook in de zorg voorkomt, dan dienen we te handelen overeenkomstig deze realiteit. Je zoekt de dader, doet eventueel aangifte als het een medewerker betreft, etc.
In het geval van deze zuster is het waarschijnlijk niet de werkelijke waarheid. Het is de manier waarop de zuster vermoedelijk aangeeft dat zij de grip op haar leven aan het verliezen is. Dat ze voor haar belangrijke dingen te goed verstopt, vergeet waar zij ze laat, en dan roept dat er wordt gestolen. Datzelfde kan ook zonder dat zij feitelijk voorwerpen te goed verstopt. Het kan puur beleving zijn.
Er wordt hier gestolen! Te goed verstopt
Stel dat het gaat om spulletjes waarvan onze ervaring leert dat zij ze waarschijnlijk goed verstopt heeft, dan hebben we een aanleiding om te gaan zoeken of met haar te gaan zoeken en vinden. En dat dan op een manier dat zij zich niet voor schut gezet voelt.
Het te goed verstoppen komt veelal voort uit de ervaring dat je regelmatig je spulletjes kwijt bent, ze kostbaar of belangrijk vindt en ze dus op een plaats neerlegt waar je ze zelf kunt terugvinden en anderen niet. Echter, je geheugen laat je in de steek, je vergeet de goede verstopplaats en het kwaad is geschiedt. Soms weet een beginnend dementerende heel goed dat het aan het falen van het eigen geheugen ligt. Dan nog moet je wel erg stoer zijn wil je zeggen: tja, sorry, ik ben vergeetachtig, het is mijn eigen schuld. Veel beginnend dementerenden schamen zich, zijn bang door de mand te vallen en een voor de hand liggende optie is dan om een ander de schuld te geven. Dat kost je je relaties misschien, maar dat is soms de prijs van het voorkomen van gezichtsverlies wel waard.
Een gesprekje hierover kan dan als volgt verlopen:
Zr: Er wordt hier gestolen!
Vw: Zuster, wat bent u kwijt?
Zr: Mijn….. (zakdoeken, horloge, rozenkrans, wat dan ook)
Vw: Zuster, voordat we denken dat er gestolen wordt, waar kan het eventueel liggen?
Zr: Nergens, ik zeg toch dat hier gestolen wordt! Ik ben niet gek hoor!
Vw: Dat hoort u mij ook niet zeggen. Aan de andere kant kan ik niet zo gauw bedenken wie hier steelt. Het gebeurt ons allemaal wel eens dat je iets weglegt en dat je je dat niet kunt herinneren. Zou dat nu ook het geval kunnen zijn? Mag ik u eerst eens helpen zoeken….? In uw kamer misschien? Kom…
Zr. Nou, ik geloof er niks van!
Vw: Zullen we? (Biedt de zuster een arm, gaan naar haar kamer, en vinden samen wat kwijt was)
Vw: Kijk, volgens mij hebben we het hier. Is dit wat u bedoelt? ( En niet: ‘Ziet u wel, ik wist het wel, u hebt het hier gewoon zelf neergelegd en bent het vergeten…! ‘ Want dan wrijf je zout in de wond).
Er wordt hier gestolen! (terwijl er niets weg is feitelijk)
De uiting is misschien een symbolische manier waarop de zuster aangeeft in een belevingswereld te zijn waar alles haar ontglipt. Dat is ook de kern van het proces van dementie. Stukje bij beetje, en soms heel radicaal, verlies je de grip op dingen. Er is sprake van desoriëntatie, in tijd, in plaats en vervolgens in persoon. Ten diepste raakt de mens uiteindelijk volledig het besef kwijt van de eigen persoonlijkheid.
De beleving en de bijbehorende beeldende uitspraak: er wordt hier gestolen! zijn bij dementie heel bekend. Degene die reageert op de dementerende dient zich van dit proces bewust te zijn en dient in te calculeren dat de beleving van deze mens zich zal blijven herhalen, het is of wordt een patroon, niets aan te doen. Niets aan doen, dus. Accepteren en leren hanteren!
Wij moeten ons er van bewust zijn dat we, naast onze neiging om er iets aan te willen veranderen, de neiging hebben om ANTWOORD te willen geven op de situatie op FEITELIJK niveau.
Zr: Er wordt hier gestolen!
VW: Nou, dat zal wel niet, we zijn hier toch met zusters onder elkaar?
Of: U bent wel vaker wat kwijt, we gaan zo wel op uw kamer zoeken.
Het gaat er niet om dat deze reacties verkeerd zouden zijn. Het gaat erom dat we andere mogelijkheden krijgen als we meer belevingsgerichte reacties toepassen. De kern van deze reacties vinden jullie terug in de tijdens de ochtend uitgereikte reader.
Ik haal ze erbij en geef een voorbeeld per techniek.
7.2. Verbale technieken
- Stel open, onderzoekende vragen op een niet bedreigende wijze. Deze vragen beginnen met – wie, wat, waar, wanneer, hoe, etc. Stel liever niet ‘waarom’-vragen. ‘Waarom’ roept ter verantwoording, vraagt om een verklaring. En dat kan een gedesoriënteerde bijvoorbeeld vaak niet goed meer hanteren. Het schept afstand. Zoals: waarom huilt u zo? Waarom wilt u naar huis? Dus liever: waar wilt u heen? Wie is daar? Wat gaat u met ze doen? Hoe ver is dat wel niet? Bij dat soort vragen stroomt het gesprek meer.
Zuster, wat bent u kwijt?
Wat kan ik voor u doen?
Wat/wie zou u het beste hiermee kunnen helpen?
Wat betekenen die spulletjes voor u?
Wanneer heeft u … voor het laatst gezien?
Wanneer wordt er van u gestolen?
Wie heeft er volgens u gestolen? Wie niet?
Hoe is dat nou voor u dat uw spulletjes gestolen worden?
Hoezo denkt u dat u spulletjes gestolen zijn?
(verzin er zelf nog maar een paar bij en vis eens uit wat de beste reactie kan zijn in de situatie die u in de praktijk tegenkomt)
De essentie is dat de zuster zich serieus genomen voelt! Zo mag je stem dan ook klinken en je mimiek mag eraan meedoen…
- Herhalen van wat de persoon zojuist tegen je zegt, met dezelfde intonatie of met bevestigende of vragende toon. Door te herhalen volg je de persoon in zijn verhaal en bevestig je dat je erbij bent betrokken. Het lijkt op papegaaien, maar het heeft een andere bedoeling. Papegaaien is niet respectvol. Herhalen doe je met rapport, met de intentie om contact te maken.
Zuster: Er wordt hier gestolen!
VW: Er wordt hier gestolen!( op een toon welke overeenstemt met die van de zuster) Ook is alleen het herhalen van het woord ‘gestolen’ hier voldoende.
Zuster: Ja, ze komen hier zo maar aan je spulletjes
VW: Zomaar..
Zuster: Ja, als je d’r niet bent natuurlijk ook nog…
——- ————- ————— —————– ————- —————- ————-
VW: Dat is heel vervelend, want je wil de mensen kunnen vertrouwen ( is andere techniek)
. Samenvatten, het bij elkaar rapen van de belangrijkste dingen die er gezegd zijn, met dezelfde sleutelwoorden. Door het verhaal samen te vatten bied je overzicht en rust. De ander krijgt tijd om op verhaal te komen.
VW: Dus, zuster, u had een tijdje terug uw horloge nog en nu is het weg en u heeft de overtuiging dat iemand het gestolen heeft en daar bent u boos over ( gevolgd door een vraag, zoals: ‘En zuster, wat nu? Zullen we….’, etc)
- Woorden gebruiken die verschillende dingen tegelijk kunnen betekenen. Dat heet ‘Meerduidigheid’. Voorbeelden van dat soort woorden zijn: iets, het, dat, zij, hij, etc. Vooral als je niet zeker weet wat er bedoeld wordt en je wilt toch aansluiten. Dan klopt een meerduidig woord in feite altijd. En dan blijf je in contact. Voorbeeld: de bewoner zucht. Je weet niet waarom, maar je zegt: het valt ook niet mee. Waar het ook over gaat, het woordje het is in dit geval altijd goed. “Vindt u het moeilijk?” Zucht ! “Wat is dat mooi, hè?”
Zuster: Er wordt hier gestolen!
VW: Dat is vervelend voor u. Of: het is erg hoor!
- Benoem door jou waargenomen emoties als je denkt dat dat ondersteunend werkt. Als je een ervaren gevoel benoemt en het klopt, dan voelt de ander zich meteen begrepen. Voorbeeld: een bewoner komt zenuwachtig over. Je zegt “ U bent báng….”
De bewoner reageert meteen, heftig knikkend, en pakt je hand vast.( Dat was raak, goed zo.) Als de bewoner je vreemd aankijkt dan was het mis. Nou en? Volgende poging. ‘Ach nee, u bent verbaasd!” (Yes! Raak!)
Zuster: Er wordt hier gestolen!
VW: Verschrikkelijk! Of: U bent verbijsterd ( geschokt, boos, verdrietig, bang) Het maakt u razend. Het is niet fijn om ergens te zijn waar u denkt bestolen te worden!
Of: u raakt alles steeds meer kwijt….! ( met mededogen, en uitnodigend om er zo eens naar te kijken….)
- Reminiscentie, herinneringen ophalen – hoe was het vroeger, hoe ging het voordat…
eventueel aan de hand van een opgesteld Levensboek. Dat ophalen van herinneringen kan betekenis krijgen, omdat men daarmee meer zicht krijgt op hoe men vroeger problemen oploste en die manier ook zou kunnen gebruiken in het hier en nu. Men kan zich weer trots voelen om dingen die men heeft meegemaakt of gepresteerd. Foto’s aan de wand, spulletjes op het kastje, allemaal materiaal om reminiscentie toe te kunnen passen.
Zuster: Er wordt hier gestolen! ->Deze techniek is hierbij niet direct van toepassing)
- Vraag naar uitersten: wat vindt u het mooiste, ergste, fijnste, beste, etc. Door het uiterste beet te pakken wordt de beleving preciezer en (her-)beleeft de persoon ook het intense gevoel dat daarbij hoort. Het werkt versnellend, je komt al gauw tot de kern waar het om draait. De toon waarop je deze vraag stelt is erg belangrijk. Deze dient uitnodigend te zijn. Risico is anders dat de uiterste-vraag als vijandig kan worden ervaren.
Zuster: Er wordt hier gestolen!
VW: Wat vindt u het ergste? Wat mist u het meeste? Wat maakt u het meest boos, verdrietig?
- Vraag naar het tegengestelde – wanneer gaat het wél goed, wat deed u de vorige keer toen dit gebeurde, wat doet u om zich beter te voelen? Deze vragen helpen bij de zoektocht om de juiste verhouding terug te vinden tussen twee situaties.
Zuster: Er wordt hier gestolen!
VW: wanneer had u het nog? Waar vond u het de vorige keer? Waar legt u uw kostbare spulletjes het liefste neer of weg? Bij wie voelt u zich het meest op uw gemak?
- Samen een oplossing vinden: wat deed u de vorige keer toen dit gebeurde, wat doet u gewoonlijk om zich beter te voelen?
Zuster: Er wordt hier gestolen!
VW: wat kunnen we nu het beste doen? En wat als het kwijt blijft? Hoe doen we dat een volgende keer beter?
- Leg een relatie tussen het gedrag en een mogelijke behoefte waar blijkbaar niet aan is voldaan: liefde, veiligheid, nuttig zijn en breng dit onder woorden: ‘Bent u zo vaak in de steek gelaten? Dat doet pijn, hè?’ Of, zo het te pas komt, kun je iets plaatsvervangends inbrengen: “ als ik uw mede-zuster was dan zou ik blij zijn met zo’n wijze vrouw als u….”
Zuster: Er wordt hier gestolen!
VW: Het valt ook niet mee als dingen je zo ontglippen, dat maakt onzeker, he?
U heeft graag alles onder controle, dat voelt het veiligste, toch?
U heeft altijd alles onder controle gehad en dan valt het niet mee als je merkt dat je dingetjes begint te vergeten..?
Of: je wilt je toch graag veilig voelen als je hier met elkaar woont, toch?
Of: ook niet gemakkelijk om met zoveel mensen in een huis te wonen…
Of: je wil liever mensen kunnen vertrouwen, toch?
- Een algemeen geldende wijsheid verwoorden. Bijvoorbeeld : een moeder is altijd blij met een dochter die zo goed helpt. Nuttig zijn is belangrijk. Ieder huisje heeft zijn kruisje. Zoals het klokje thuis tikt…. Dat geeft het gevoel dat we dat samen eens zijn, delen. En dat voelt prettig. Spreekwoorden gebruiken is vaak heel welkom.
Zuster: Er wordt hier gestolen!
( Ha, geachte lezer van dit artikel, ik kom hier in alle stoutheid op: ‘zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten’, maar dat lijkt me geen goeie! Denkt u eens mee en stuur me eens wat op? Ron.)
VW: …..
- Sluit aan op het voorkeurszintuig, zoals al eerder aangegeven: wij gebruiken in ons taalgebruik woorden als horen, zien etc. We hebben, ook al zijn we ons dat niet bewust, allemaal een voorkeur voor een zintuig. We gebruiken die woorden in onze eigen communicatie. “Ik zie het anders….”. “Het voelt niet goed”. Welk zintuiglijk woord gebruikt een ander het meest? Sluit aan bij dat favoriete zintuig van de ander. Het bevordert het contact. Vaak kun je het favoriete zintuig ontdekken door goed op de woorden te letten die een gedesoriënteerde gebruikt.
Zuster: Er wordt hier gestolen!
Afhankelijk van het gegeven of de zuster een ziener, voeler, ruiken, proever of hoorder is kunt u de keus maken voor een reactie op dat zintuiglijk niveau:
Wanneer heeft u het voor het laatst gezien? (zien)
Hoe is dat voor u om … kwijt te zijn? (voelen)
Dat klinkt niet best (horen)
Daar zit een luchtje aan (ruiken)
Daar zit een vervelende bijsmaak aan ( proeven)
Een belevingsgericht gesprek kan leiden naar de werkelijk onderliggende pijn en wanhoop die de zuster van binnen ervaart. Een fantasie:
Zuster: Er wordt hier gestolen!
V: Gestolen! Dat is niet best! Wat bent u kwijt? ( benoemen en open vraag)
Zr: Mijn geld. Ik had een briefje van tien los in de zak van mijn vest en het is weg!
V: Ach, da’s niks voor u, u bent altijd zo zorgvuldig op uw spulletjes…. ( bevestigen, plus onderstrepen dat de zuster altijd zo is geweest. Dat maakt de pijn meer voelbaar dat het nu niet meer zo is. ) Waar kan het nou zijn?
Zr: Dat zeg ik: gestolen!
V: Dat zou wel erg zijn, dat betekent dat iemand anders hier een dief zou zijn… Voor we zover gaan, waar kunnen we samen even zoeken? Mogen we even naar uw kamer?
Zr: Dat heeft geen zin, daar is het niet. ( maar de zuster loopt wel met me mee)
Op de kamer, even gezocht, maar niet gevonden. Want het was feitelijk ook niet weg, het tientje heeft nooit in dat vest gezeten, het is een symbolische vertaling van alles wat de zuster kwijtraakt momenteel)
V: We vinden het niet he?
Zr: ik raak ook alles kwijt!
V: Ja, het wordt erger, zuster, dat u dingetjes vergeet… (benoemen)( ik maak het soms expres kleiner –dingetjes- als dat ik het aanvoel, om wat boosheid los te maken, een sleutel naar openingen)
Zr: : Dingetjes…!? Het is om ellendig van te worden. Je weet niet wat je gebeurt. Wanhopig word ik ervan! ( in haar stem iets van een snik)
V: vreselijk. Het is ook niks voor u. Dat is het hem juist: het gebeurt u wel! Erg, he?
Zr. Het maakt me zo bang…
V: waar bent u het meeste bang voor….? (uiterste vraag)
Zr: dat je alles kwijtraakt, dat je straks niks meer weet! Dat is toch vreselijk, dat wil toch niemand? Hoe moet dat dan verder?
V: dat zijn vragen waar niemand een antwoord op heeft, moeilijk is dat, he? (algemeen geldende wijsheid)
Is er iets of iemand waar u troost of steun bij vindt?
Zr: Nou, op zo’n moment denk je dan dat God….maar dat valt niet mee, hoor. Je voelt je in de steek gelaten..
V: Zo alleen voelt u zich dan wel op zo’n moment…(benoemen)
Zr: Ja, dat is best gek voor een zuster, maar het is wel zo. Waar is Ie dan op zo’n moment?
V: Niemand schijnt aan zijn eigen lijden te kunnen ontkomen…. (algemeen geldende wijsheid)
Zr: Dat is zo. Kracht naar kruis, zei mijn moeder altijd.
V: een wijze vrouw, uw moeder….?
Zr. Ze had wijze kanten…..
V: heeft u iets van haar, of meer van uw vader….?
Zr. Ik ben meer mijn vader. Ik doe altijd alles in mijn eentje…..
V: dan is het wel heel bijzonder dat we dit nu even samen mogen delen. Dank u wel voor uw vertrouwen.
Zr. Jij bedankt……. Ik wil wel even rusten nu, kan dat?
V: Tuurlijk. Wanneer zal ik u komen roepen? Met de thee? En dan nog kunt u zelf bekijken of u er al weer aan toe bent…?
Zr: Ja, dat is fijn. Dank je. Tot straks dan.
Natuurlijk kan een dergelijk gesprek alle kanten op. Deze loopt mooi. Vaak lopen ze mooi. De kans dat het mooi loopt hangt voornamelijk af van de begripvolle, maar evengoed confronterende, houding van de gesprekspartner. Ik, Ron, houd van de weg van de Milde Confrontatie. Ik merk dat die vaak de weg vrijmaakt voor een werkelijke ontmoeting. Voor een noodzakelijke en gewenste ontmaskering.
Wees iemand waar de ander zichzelf bij durft te zijn. Delf mijn gezicht op, maak en houd mij mooi….
Het was me een genoegen jullie te spreken afgelopen week. Ook vond ik het prettig dit er nog even achteraan te doen. Ik hoop dat u er iets aan heeft bij uw eigen zoektocht naar de manier van reageren.
De kernbegrippen zijn:
Bewustwording bij uzelf, van uw eigen wensen, behoeften, prikkels
Invoelend vermogen verder ontwikkelen
De ander niet willen veranderen
Acceptatie van het gedrag van de ander
Zoeken naar de symbolische betekenis ervan
Meebewegen en ombuigen
Zo nodig het gedrag begrenzen ( Zuster! Zuster ….. steelt niet en u mag zulke dingen niet zomaar beweren)
Niet bang zijn voor heftiger emoties. Geef ze de ruimte en bescherm de persoon/anderen.
Voel uzelf niet te verantwoordelijk voor een goede sfeer. Een sfeer kan ook een goede sfeer zijn als het af en toe eens mag spetteren en weer opklaren.
Succes ermee en wie weet zien we elkaar nog eens.
Ron Overtoom, QuaZijn
Geschreven op zaterdag 23 maart 2013, naar aanleiding van een cursus Bejegening voor Vrijwilligers in een Kloosterverzorgingshuis te Amersfoort.