Perfecte Ouders
We zitten ermee in ons maag. Richard is weer eens aan het ‘doordraaien’, wat in zijn geval betekent dat hij met deuren smijt, hard schreeuwt, door de gangen struint en vreselijk ontredderd kan zijn. Enerzijds hulpeloos, anderzijds alle hulp afwijzend.
Het wordt weer ‘zo’n weekend’.
Richard is onze jongste patiënt, zo rond de 18. Zijn diagnose luidt: schizofrenie. Die diagnose is ‘voorlopig’, want er is nog onderzoek en observatie gaande. Hij verblijft nu een week of acht bij ons.
Zijn ouders zijn trouwe mensen. Zij komen elke zondag bij Richard op bezoek.
We krijgen in de gaten dat dat in de hand werkt dat bij Richard zo vanaf donderdag de spanning begint op te lopen. “M’n moeder komt”, zegt hij dan steeds. “En m’n vader”.
Vader en moeder wonen best een eind weg van ons psychiatrisch ziekenhuis en dat zij steeds elk weekend komen wil wel zeggen dat zij iets voor hun zoon over hebben. Als zij de afdelingsgang oplopen dan zien wij een lijdzame vrouw die Richard een vluchtige kus geeft, waarna haar man Richard stevig en hartelijk omhelst.
De moeder van Richard had actrice willen worden. Zij zag haar carrière gedwarsboomd door een ongewenste zwangerschap. Er waren indertijd allerlei redenen om de zwangerschap te voldragen. Dat op het moment dat Richard werd geboren de haar voorgenomen toekomstdromen in rook opgingen, dat was enerzijds een ramp natuurlijk, maar ja….moederschap was natuurlijk óok een zegen. Je krijgt een kind, het is jouw kind, dus…je houdt ervan.
Voor de vader was het een ander verhaal. Hij hield van de vrouw, actrice of geen actrice, alles best, en dat hij een zoon kreeg, dat was een feestje. Een onverwacht, maar zeer welkom geschenk.
We geven ouders en omgeving niet de schuld van de ernstige stoornis die Richard in zijn greep heeft, dat zou onzin zijn. Wat we wel waarnemen kunnen we interpreteren als een onvermogen bij de vrouw tot een meer oprechte liefde. Haar verloren carrière is als een onvervulde belofte in haar leven, zij leek het nooit echt te boven gekomen te zijn. Zij zegt de woorden ‘Ik hou van jou’ tegen Richard, terwijl we zien dat Richard haar dan aankijkt met ogen waarin je kan lezen dat die boodschap niet overkomt. Hij klinkt als ‘niet gemeend’. Dat heeft wél betekenis.
Zoals gezegd: we zitten ermee in ons maag. Richard is weer eens aan het ‘doordraaien’. Dat gebeurt eigenlijk steeds als het weekend nadert. Het weekend waarin zijn ouders hem trouw komen opzoeken.
De psycholoog introduceert een manier om met ons samen te onderzoeken wat de opties zijn om dit gedrag van Richard te voorkomen.
We pakken een flap-over en een stift en we worden aangemoedigd om allerlei oplossingen te roepen. Alles mag worden uitgekraamd. Als na enkele suggesties een collega uit balorigheid roept: ‘het zou het beste zijn als de ouders zouden overlijden’ en we na een inventarisatie alle opmerkingen doorlopen, haken we op deze uitspraak. Wat staat er eigenlijk? Wat er eigenlijk staat is dat we willen dat de ouders een tijd niet komen, in plaats van trouw elke week. Maar hoe communiceer je dat op een manier dat deze ouders zich niet weggezet voelen?
We leren ‘positief herformuleren’.
De psycholoog complimenteert het weekend daarop de ouders met hun trouw en met daarmee goede ouders te zijn. ‘ Weet u, u kunt nog betere ouders zijn als u het op zou kunnen brengen om de komende vier weken niet op bezoek te komen. Denkt u dat dat u zou kunnen lukken?’
Een andere perceptie.
De ouders zijn vier weken niet geweest. Het lost natuurlijk het gestoorde beeld niet op. Het geeft Richard en ons wel de ruimte om een andere balans te vinden en te werken aan een nieuwe vorm van enige stabiliteit in zijn leven.
We horen later dat de ouders het zich hebben gepermitteerd samen 14 dagen op vakantie te gaan. ‘Het kostte ons moeite en we hebben natuurlijk veel aan Richard gedacht. Toch konden we ook weer wat genieten.’
De boven beschreven behoedzame aanpak vond plaats in 1978 en zal anno nu misschien als weinig doortastend worden betiteld. Het is in alles een idee over goede zorgverlening.