Beste Baas

 

Beste Baas

Ergens in mijn carrière heb ik de niet erg goed doordachte zet gedaan om Hoofd Zorg te worden van een zorginstelling van een bepaalde, niet alledaagse signatuur.  Dat bleek om meerdere redenen een vergissing.

Ik had mijn eenmansbedrijf QuaZijn, voor trainingen in de Zorg, en dacht dat dat wel samen kon gaan met een driedaagse werkweek in de functie Hoofd Zorg. Vergissing.
Als je een eigen bedrijf hebt dan doe je alleen dat bedrijf en geen andere echte baan ernaast, dat is een miskleun, je kunt echt geen twee heren dienen.

In  mijn reflectie achteraf moest ik vaststellen dat deze organisatie, althans haar leiding, helemaal niet op zoek was naar een inhoudelijk gedreven Hoofd Zorg, maar eerder voor de goede orde een dergelijke functieplaats moest invullen. Voor de inspectie kon je het toch niet maken om geen Hoofd Zorg te hebben? Na slechts een gesprek met de Directrice (noem haar voor het gemak The Queen ) tevens ook Raad van Bestuur in haar eentje, nam zij mij aan en stelde mij later aan de bewoners voor met de, als een verrassing klinkende,  opening: ‘ Dames en Heren, ik heb een Parrrrrtnerrrrrr!!!!  Jaha, ik heb een echte Parrrrrrrtnerrrrrr. ‘  Dat bleek ik te zijn.

Zelden heb ik een bedrijf meegemaakt dat zo dreef op familie/vrienden/ en partnerrelaties als daar. Noem het inteelt. En alles wat er gebeurde werd openlijk, en vaak ook versluierd, geregisseerd door The Queen. Ik voelde me een pion, werd geacht een marionet te zijn binnen de selectie marionetten. Deels gaf het me in het begin ook waar ik natuurlijk zelf naar zocht, waar ik zelf behoefte aan had. Een  ‘samen’, een weinig hiërarchische setting met een gezamenlijke missie en passie. Je moet erin zitten om te merken dat het niet deugt.
Er werden valkuilen voor me gegraven.
Mijn lijf gaf me te kennen dat ik daar weg moest. Dat vond The Queen ook. Haar compliment, en daarmee haar reden, was dat ik ‘ Te Groot’ bleek voor deze organisatie. Bedankt hoor. Wegwezen.
Ik nam er onder andere uit mee dat een heldere hiërarchie een stuk transparanter werkt dan de slangenkuil die ik hier trof.

Er waren enkele leuke momenten:

Ik ben Hoofd Zorg en als zodanig kan ik betrokken worden bij de omgangsvormen tussen bewoners onderling. En dat blijkt vandaag nodig.

Mijnheer Planteijn is een man met een deftige, haast aristocratische uitstraling. Verplaatst zich met de rolstoel. Er zijn weinig mannen in deze gemeenschap, dus voor de grap zegt men weleens dat hij het rijk alleen heeft.

Bij gelegenheid gaan een aantal dames, gauw een stuk of acht, in een kring zitten, al of niet met rolstoel, om samen koffie te drinken en wat bij te kletsen. Dat doen ze op een vrij deftige manier ook, dus bijkletsen is niet zo’n goede beschrijving.

Mijnheer Planteijn schuift graag aan en is dan zeker de enige man in die kring. Hij geniet en laat zich horen. En in die setting gebeurt het: hij zegt ongepaste dingen van seksuele aard. Plagerijtjes zogenaamd, maar totaal ongewenst.  Vermaningen uit de groep komen niet bij hem aan, dus er is een klacht. En die gaat naar mij. Ik mag hem gaan aanspreken.

Mijnheer Planteijn rolt met zijn rolstoel mijn kantoor in en ik geef hem een plaats tegenover mij. Tegenover, want niet gebroederlijk. Enige autoriteit lijkt geboden.

Na de eerste algemene openingszinnen zeg ik hem waarvoor ik hem heb uitgenodigd. Ik vertel hem de klacht die in de groep leeft.  Na mijn woorden wordt hij bleek, vervolgens rood in zijn gezicht en reageert woedend.
‘Watttt!!!! Dat wordt over MIJ gezegd!??! Laat ik u wat vertellen, mijnheer. Ik heb van de grond af aan een fabriek opgebouwd en had daar honderden vrouwelijke medewerkers! Vraag het na, vraag het ze! Je zult er niet éen vinden die iets over mij zal miszeggen!!! Niet éen!! Dit is te idioot voor woorden. Hoe durven ze, hoe dúrft u?!’

Mijnheer Planteijn raast zo nog wat door en ik reageer met een mix van luisteren, doorvragen, om begrip voor de dames vragen, etc. Hij vertelt me over zijn fabriek en over hoe hij daar respectvol met de dames omging. ‘Ik ben een goeie baas geweest! Ik werd op handen gedragen. Ze huilden toen ik er wegging. ’ Daar zag ik trots. En nu zag ik boosheid, gekrenktheid en wat verslagenheid.

Ik zeg hem nog dat ik in mijn functie van Hoofd Zorg wél de taak heb om het hem voor te leggen en van hem te vragen vanaf nu wat beter op te letten tegen wie hij wat zegt.

Hij valt wat stil weg. Leunt wat naar achteren in zijn rolstoel. Kijkt me aan. Ernstig en dan meer samenzweerderig:

‘Wil je het weten?’ vraagt hij me.
‘Wat wil ik weten?’ vraag ik hem.

Hij buigt zich opeens jongensachtig naar me toe en zegt:

‘Ik lust er wel pap van…….’

Mensen als mijnheer Planteijn lopen al gauw het risico slachtoffer te worden van onkunde, onbegrip, persoonlijk geraakte en gekwetste mensen met nare ervaringen, meningen, oordelen, die niet zo snel in staat zijn dieper in de materie van een man als mijnheer Planteijn te duiken. Er is hier namelijk sprake van decorumverlies.
Decorum bestaat uit geschreven en ongeschreven regels hoe je je hoort te gedragen in gezelschap. Om dat te kunnen heb je een gezond functionerend brein nodig. Als je dat niet meer hebt, zoals bij mijnheer Planteijn  het geval is, dan zeg je dingen die je normaal -bewust en/of onbewust- in je Persoonlijke Schaduw hebt en daar ook bij voorkeur houdt. Omdat je weet dat je jezelf weinig populair maakt als je alles uitkraamt wat daar ronddoolt. Er zijn legio aandoeningen en aanleidingen waar materiaal uit de Schaduw in het licht stapt. Ongewild. Want voor de Wil is een goed werkend bewustzijn nodig. Dat is er dan helaas niet.

Mensen als mijn heer Planteijn mogen worden bijgestuurd, dat zijn goede pogingen. Echter, als die niet slagen dan mogen we het de mens Planteijn niet kwalijk nemen. Er is geen vermogen tot Verantwoordelijk kunnen zijn, er is dan ook geen Schuld.

Ik weet het, er lopen mensen rond die hiermee een spelletje kunnen spelen en kunnen doen alsof ze niet toerekeningsvatbaar zijn. Toch, in verhouding zijn dat er niet voldoende om steevast over te gaan, of te blijven volharden, in het oordeel en het aan de kant zetten van mensen als mijnheer Planteijn. Niet altijd makkelijk, maar wel rechtvaardiger.  Misschien moeten we ons ervan bewust zijn hoe snel we soms liever oordelen in plaats van empathisch of beter geïnformeerd te zijn.