Ah, dat is iets voor mij….
Het valt me niet mee.
M’n eerste schreden in de ‘B’. Ik heb zojuist de opleiding tot A-verpleegkundige afgerond en heb in de Deo in Haarlem een heerlijke tijd gehad. Ik voelde me daar gewenst, kundig en ik deed ertoe.
Nu ben ik geplaatst op een “chronische afdeling”. Een 18-tal vrouwelijke patiënten die het met elkaar hebben te doen. De sfeer is merendeels goed, de dames zijn ook wel aardig voor elkaar en daarnaast vliegen de vloeken en de scheldwoorden je om de oren en heb je de taak om de vrouwen uit elkaars greep te verlossen. Doordeweeks overdag zijn de meeste dames naar ‘therapie’. Vaak iets van dagbesteding.
Ik voel me er niet meteen op mijn plaats. Ik heb veel van een ‘doener’ in me en daar is op deze afdeling niet veel sprake van. Ik verveel me, voel me niet productief. Dat verandert als ik merk dat er een aquarium staat waar mogelijk vissen in zitten. Die vissen zijn niet echt te zien. Het glas is groen, dik groen. Een dikke laag alg.
Ah, denk ik, dat is iets voor mij.
Twee uur later is het aquarium schoner en zien de dames weer wat voorbij zwemmen.
Er is een Pietje, een goudgele kanarie, in een kooi op de hoge kast. Het zit er een beetje droevig, het kooitje is troeperig.
Ah, denk ik, dat is iets voor mij.
Een uurtje later zit Pietje in een glanzend schone kooi. Schelpzand had ik zelf gekocht en meegenomen, het ruikt en oogt super-fris. Pietje fluit een keer, nog eens, en zowaar, een uur later blijkt het te kunnen zingen. Het valt de dames op en een paar mevrouwen moedigen Pietje tot verder fluiten aan. Klus geklaard. En tevreden. Dit was nuttig.
Er is een medicijnklapper. Daarin worden de actueel gebruikte medicijnen bijgehouden en uitgelegd naar werking, bijwerking, dosering. Dan hoef je het hele dikke repertorium er niet steeds erbij te pakken. Handig…als het bijgehouden is. Niet dus.
Ah, denk ik, dat is iets voor mij.
Ik heb er een week of twee voor nodig om alles opnieuw uit te zoeken, te verzamelen en overzichtelijk te rubriceren. Het geeft me een heerlijke energie. Met voldoening doe ik de klapper een aantal malen open en dicht en vind dat de bevalling geslaagd en achter de rug is.
De collega’s zijn er blij mee, zo ook de teamleider.
Die roept me bij zich. “Ron, kan ik je even hebben?’ We zitten samen in kantoor en ze steekt van wal.
“Ron, ik ben erg over je te spreken. Je bent een aardige kerel, je gaat over het algemeen leuk met de dames om en wat me vooral opvalt is hoe goed je wat achterstallig onderhoud oppakt en uitvoert. We zien de vissen weer zwemmen, Pietje heeft een schone kooi en fluit weer, en we hebben een goed lopende medicijnklapper. Complimenten! Wat ik me alleen afvraag? Hoe is het met jou en mevrouw Arends?”
Stilte.
Mevrouw Arends…. Mevrouw Arends is de enige bewoner die door de weeks niet naar ‘therapie’ gaat en de hele dag in de huiskamer in een hoekje op dezelfde stoel zit. Stilzwijgend. Een bril met dikke glazen op haar neus en steeds één traan die over haar linkerwang biggelt.
Met haar kan ik nog niks. Wat een confrontatie is dit.
“Dus dat is, denk ik, wel iets voor jou om mee aan de slag te gaan….?” vraagt m’n teamleider.
Niet ‘doen’ maar ‘zijn’. Ik realiseer me dat ik nog heel veel te leren heb.