Hij komt er niet meer in

Hij komt er niet meer in!

Het is avond en zoals vaker het geval is zit ze met gebogen hoofd op een stoel in haar eentje in een hoek van de huiskamer. Ze heeft haar damestas op schoot. Dat doen veel vrouwen, dus dat is niet zo bijzonder. Wat het bij haar echter bijzonder maakt is dat zij daar een erg gespannen houding bij heeft. En als je goed kijkt dan zie je dat zij met haar beide tengere, witte, sterke handen met kracht de sluiting van haar tasje dichtklemt. Heel zacht maar beslist zegt zij regelmatig: ‘Nee, nee…..hij komt er niet meer in….’.

Indertijd hebben we als hulpverleners eens in alle rust haar gedrag geanalyseerd, want we begrepen haar niet en dat had tot ernstig gevolg dat mevrouw zich, op haar beurt, niet door ons begrepen voelde. En dat is juist iets wat wij niet zomaar kunnen accepteren. We besloten er een keer in mee, en op in, te gaan en zo ontvouwde zich een tijd geleden de inhoud van haar innerlijke wereld.

Daar komen wel een aantal speciale deskundigheden bij kijken. In deze situatie kiezen we ervoor om een interpretatie toe te passen die staat beschreven in de Validation Theorie van Naomi Feil. Mensen met dementie bedienen zich vaak van symbooltaal. Daarmee drukken ze zich bijvoorbeeld via voorwerpen uit en dan zal je de dieperliggende betekenis moeten zien te ontdekken. Daar is soms ook moed, lef en durf voor nodig. Maar er is geen alternatief, behalve dan dat je het niet doet, waardoor een persoon zich misschien nooit meer begrepen zal voelen. In het geval van deze mevrouw zou het kunnen dat het damestasje symbool staat voor vrouwelijke intimiteit. Voor vagina. U begrijpt dat daar durf voor nodig is, en respect. Voor mevrouw, ja, maar ook voor de hulpverlener die het aangaat om dit zo mee te nemen in het kontakt.

‘Nee, nee…..hij komt er niet meer in….’, zegt ze en ik besluit bij haar te gaan zitten.
Ik moet dan kiezen uit: naast haar, tegenover haar, dichtbij, wat verder af, aanraken of niet. Oogkontakt? Talloze mogelijkheden die een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het al of niet welslagen van het kontakt. Naast haar zittend, zonder haar aan te raken, zeg ik: ‘Dat had hij ook niet mogen doen….” (ik realiseer me achteraf dat ik het zeg in de verleden tijd’. Sterker is: ‘Dat mag hij ook niet doen!’ want voor mevrouw gebeurt het in het Nu).
Na een korte, onbeweeglijke stilte kijkt mevrouw naar me op en zegt beslist en met scherpe stem: “Nee, maar hij doet het wel!” en blijft me strak aankijken.
Soms voel je uit het niets een ingeving komen, nagenoeg een zekerheid, een innerlijk weten. Een voelbaar, nog ongeweten drama, dat tot woord gaat komen. Vanuit die bron reageer ik met: ‘Dat horen vaders niet te doen…” .  met als een onmiddellijke reactie van mevrouw: “Nee, maar hij doet het wel!”

Bewijzen doe je zoiets nooit en we zijn op onze hoede voor te snelle of te eenvoudige aannames. Hier echter ontstaat een patroon van iets wat zij in ieder geval als waarheid ervaart en – als je er in meegaat- kan je merken dat zij zich in ieder geval begrepen voelt. In haar angst, haar alleen-zijn, haar momenten van afschuw, kilte, woede. Een begripvolle houding, inclusief de moed van de gesprekspartner om er de passende woorden aan te geven, bezorgen haar momenten van begrepen-worden, erkend- worden, saamhorigheid.
Je zou het willen kunnen oplossen, totdat je begrijpt dat al dat soort pogingen stranden op de harde, haast niet te verteren realiteit dat dat onmogelijk is en dat het je eigenlijk uit kontakt met haar houdt.

Sinds we het ‘weten’ zorgen we ervoor dat we haar regelmatig bejegenen op een wijze die we Validation noemen en Presentie. Een eeuwenoude wijsheid in een nieuwe mantel. Met als kernwaarde dat de beleving van mevrouw – en daarmee mevrouw zelf- de essentie is en derhalve centraal staat. Dat het ons er niet om begonnen is om iets van haar weg te willen halen of persé aan haar toe te willen voegen. Mevrouw ontmoeten in wie zij is. Onszelf aan haar aan te bieden, ‘om niet’,  om te zijn, te luisteren, om soms vanuit onze eigen diepte woord te geven aan het schijnbare onzegbare, waardoor er herkenning ontstaat en begrip. Dat zij ervaart dat zij geweten wordt en er toe doet. Waardoor zij mogelijk de veiligheid van een begrijpende ander ervaart.

Dat loslaten van doelen als: ‘haar gelukkiger maken dan zij nu is’, iets dat wel in de genen van hulpverleners lijkt te zijn gaan zitten, is voor velen al een grote opgave. Het aanleren en toepassen van vaardigheden in het maken en aangaan/afbouwen van kontakt is vaak eerder een noodzakelijke bewustwording van kundigheden die veel hulpverleners al onbewust toepassen. Eenvoudigweg het stellen van de juiste vraag.  Open of gesloten? Het maakt echt een wereld van verschil. De kundigheid en de moed om iets, waarvan je vermoedt dat het bij iemand speelt, te benoemen en vervolgens af te wachten of het bij de ander past of niet. Waardoor iemand zich herkend en begrepen weet. Dat!
Het durven hanteren van de accepterende stilte, waarin ongeduld doodeenvoudig niet past.

Als we er ruimte voor kunnen creëren dan kunnen er mooie momenten ontstaan. Het is nooit standaard, ze zijn van allerlei kleur, hoewel zich soms een patroon kan aftekenen. Een voorbeeld:

Mevrouw zit in de huiskamer, zoals hierboven wordt beschreven. Dan ga ik naast haar zitten. Stilte. Ook als zij zegt: .’Hij komt er niet meer in….’.  Stilte. Accepterende stilte. Dan leg ik voorzichtig mijn hand op haar handen. Haar handen zijn koud, verstijfd en vol kracht. De mijne zijn warm en ontspannen. Zij merkt dat en na een volle minuut zegt ze, wat zachter nu:  ….’Hij komt er niet meer in….’.

‘Zo is het’, zeg ik. Na enige tijd zegt zij resoluut: ‘Amen’. Na weer een volle minuut lijkt het alsof haar handen zich bewust worden van de mijne. Haar handen ontspannen zich, haar schouders volgen, zij zakt wat in en zucht.
Ik zeg: ‘Een zucht verlucht……’
‘Een hart vol smart…..’.  ‘ Zo is het’ reageer ik,
en het lijkt haast voorspelbaar wat er nu volgt….. en daar komt het: ‘Amen’. Zij sluit haar ogen. Niet van devotie, voel ik, maar van moeheid, overgave en rust. Ik streel haar ontspannen handen tot ik ze los kan laten en haar handen in elkaar vlecht. Dat maakt de gevoelsbaan rond namelijk. Zo kan ik haar met zichzelf alleen laten. Zo is het goed. Beter, in ieder geval.