Het is avond en zoals vaker het geval is zit ze met gebogen hoofd op een stoel in haar eentje in een hoek van de huiskamer. Ze heeft haar damestas op schoot. Dat doen veel vrouwen, dus dat is niet zo bijzonder. Wat het bij haar echter bijzonder maakt is dat zij daar een erg gespannen houding bij heeft. En als je goed kijkt dan zie je dat zij met haar beide tengere, witte, sterke handen met kracht de sluiting van haar tasje dichtklemt. Heel zacht maar beslist zegt zij regelmatig: ‘Nee, nee…..hij komt er niet meer in….’.
Indertijd hebben we als hulpverleners eens in alle rust haar gedrag geanalyseerd, want we begrepen haar niet en dat had tot ernstig gevolg dat mevrouw zich, op haar beurt, niet door ons begrepen voelde. En dat is juist iets wat wij niet zomaar kunnen accepteren. We besloten er eens in mee en op in te gaan en zo ontvouwde zich een tijd geleden de inhoud van haar innerlijke wereld. Toen mevrouw op een moment zei: ‘Nee, nee…..hij komt er niet meer in….’, ben ik bij haar gaan zitten. Je moet dan kiezen uit: naast haar, tegenover haar, dichtbij, wat verder af, aanraken of niet. Oogkontakt? Talloze mogelijkheden die een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan het al of niet welslagen van het kontakt. Naast haar zittend, zonder haar aan te raken, zei ik: ‘Dat had hij ook niet mogen doen….”
Na een korte, onbeweeglijke stilte keek mevrouw naar me op en zei beslist en met heftige kilte in haar stem: “Nee, maar hij doet het wel!” en bleef me strak aankijken.
Soms voel je uit het niets een ingeving komen, nagenoeg een zekerheid en een innerlijk weten. Een voelbaar, nog ongeweten drama, dat tot woord gaat komen. Vanuit die bron reageerde ik met: ‘Dat horen vaders niet te doen…” . met als een onmiddellijke reactie van mevrouw: “Nee, maar hij doet het wel!”
Bewijzen doe je zoiets nooit en we zijn op onze hoede voor te snelle of te eenvoudige aannames. Hier echter ontstond een patroon van iets wat zij in ieder geval als waarheid hanteerde en – als je er in meeging- kon je merken dat zij zich in ieder geval begrepen voelde. In haar angst, haar alleen-zijn, haar momenten van afschuw, kilte, woede. Een begripvolle houding, inclusief de moed van de gesprekspartner om er de passende woorden aan te geven, bezorgden haar momenten van begrepen-worden, erkend- worden, saamhorigheid.
Je zou het willen kunnen oplossen, totdat je begrijpt dat al dat soort pogingen stranden op de harde, haast niet te verteren realiteit dat dat onmogelijk is en dat het je eigenlijk uit kontakt met haar houdt.
Sinds we het ‘weten’ zorgen we ervoor dat we haar regelmatig bejegenen op een wijze die we Presentie noemen. Een eeuwenoude wijsheid in een nieuwe mantel. Met als kernwaarde dat de beleving van mevrouw – en daarmee mevrouw zelf- de essentie is en derhalve centraal staat. Dat het ons er niet om begonnen is om iets van haar weg te willen halen of persé aan haar toe te willen voegen. Mevrouw ontmoeten in wie zij is. Onszelf aan haar aan te bieden, ‘om niet’, om te zijn, te luisteren, om soms vanuit onze eigen diepte woord te geven aan het schijnbare onzegbare, waardoor er herkenning ontstaat en begrip. Dat zij ervaart dat zij geweten wordt en er toe doet.
Dat loslaten van doelen als: ‘haar gelukkiger maken dan zij nu is’, iets dat wel in de genen van hulpverleners lijkt te zitten, is voor velen al een grote opgave. Het aanleren en toepassen van vaardigheden in het maken en aangaan/afbouwen van kontakt is vaak eerder een noodzakelijke bewustwording van kundigheden die veel hulpverleners al onbewust toepassen. Eenvoudigweg het stellen van de juiste vraag. Open of gesloten? Het maakt echt een wereld van verschil. De kundigheid en de moed om iets, wat je vermoed dat het bij iemand speelt, te benoemen en vervolgens af te wachten of het bij de ander past of niet. Waardoor iemand zich herkend en begrepen weet. Dat!
Het durven hanteren van de accepterende stilte, waarin ongeduld doodeenvoudig niet past.
Als we er ruimte voor kunnen creeren dan kunnen er mooie momenten ontstaan. Het is nooit standaard, ze zijn van allerlei kleur, hoewel zich soms een patroon kan aftekenen. Een voorbeeld:
Mevrouw zit in de huiskamer, zoals hierboven werd beschreven. Dan ga ik naast haar zitten. Stilte. Ook als zij zegt: ..Hij komt er niet meer in….’. Stilte. Accepterende stilte. Dan leg ik voorzichtig mijn hand op haar handen. Haar handen zijn koud, stijf en vol van kracht. De mijne zijn warm en ontspannen. Zij merkt dat en na een volle minuut zegt ze: ….Hij komt er niet meer in….’.
“Zo is het”, zeg ik. Na enige tijd zegt zij resoluut: “Amen”. Na weer een volle minuut lijkt het alsof haar handen zich bewust worden van de mijne. Haar handen ontspannen zich, haar schouders volgen, zij zakt wat in en zucht. Ik zeg: ‘Een zucht verlucht……” “Een hart vol smart…..”. “Zo is het” reageer ik, en het lijkt haast voorspelbaar wat er nu volgt….. en daar komt het: “Amen”. Zij sluit haar ogen. Niet van devotie, voel ik, maar van moeheid en rust. Ik streel haar ontspannen handen tot ik ze los kan laten en haar met zichzelf alleen kan laten. Zo is het goed. Beter, in ieder geval.