Te jong

Te jong

Ik ben drie jaar als mijn opa, de vader van mijn moeder, overlijdt. Hij woont al een tijdje bij ons in huis en hoewel het een nurkse, stille man is, mag ik hem graag. Het is voor mij niet duidelijk waarom hij bij ons woont. Daar ben ik dan ook drie voor. Ik herinner me geen duidelijke aanwezigheid door hem in ons gezin. Hij ís er en zít, in de luie stoel, en observeert waarschijnlijk de drukte – voor hem dan- om zich heen.

Opeens is hij niet meer in beeld. Achteraf weet ik dat hij naar het Marine Hospitaal is gebracht en daar heel naar heeft geleden aan maagkanker.

Opa was een stille man, introvert zeggen we nu. En stug. Zijn zoon, de jongere broer van mijn moeder, oom Piet, heeft veel van hem weg. Ik weet nog goed dat ik toch graag naast zijn stoel op de grond zat, dat voelde stabiel en veilig.

De dag van de begrafenis in de kerk van Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten in Haarlem-Noord worden mijn twee jaar oudere zus José en ik achtergelaten in een lokaal van de kleuterschool, voor de duur van de uitvaart. Men vindt ons te jong om daar bij te kunnen zijn. Achteraf denk ik dat men mij te jong vond en mijn zusje José met mij mee liet gaan, waardoor het verblijf in dat lokaal me minder zou opvallen. In ieder geval waren we daar samen ’te gast’ in een klas met kleuters. Wat een pech voor de familie, die dacht zonder ons opa ten grave te kunnen dragen: de supergrote ruit van het lokaal biedt een pontificaal uitzicht op de kerkdeur van waaruit opa richting begraafplaats wordt gebracht. En ja hoor. Opeens zwiept die kerkdeur open en daar verschijnen de dragers met de kist. Opa!!! Ik zie mijn vader, moeder, ooms en tantes, mijn broers en oudste zus, iedereen loopt daar! En ik? En wij? En ik? Wat! De hel breekt los en José en ik gaan  staan rammen op die ruit. En …..dat haalt niets uit. Woedend ben ik en wat voel ik me belazerd, al is dat niet de vertaling van een driejarige.( Ik haal het gevoel nog steeds heel gemakkelijk terug).  Ik ben er van overtuigd dat als José en ik gewoon bij de uitvaart waren geweest dan was er punt 1 niets gebeurd, behalve dat we af en toe ‘sssst’ te horen hadden gekregen, en ‘zit stil’, en punt 2, belangrijker, dan was die woede, dat ‘er niet bij mogen horen’ – gevoel, en belazerd worden, niet zo diep in de groeven van mijn ziel terecht gekomen.

Opa wordt begraven op het kerkhof bij de Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten-kerk, onze parochie-kerk. We bezoeken de jaren erna vaak zijn graf. Een paar jaar later, december 1956, wordt mijn vriendje van school, Nolly Rootlieb, vlakbij hem begraven en voor mij ontstaat er iets tussen die twee. Opa waakt over hem. Zo beleef ik dat.