Kom maar mee, zegt ze

‘Kom maar mee’, zegt ze,         
‘dan gaan we het doen.
Heb je alles?’

Ze kijkt even naar het werkblad met alle spullen erop die nodig zijn voor het toedienen van mijn allereerste echte injectie aan een echte patiënt.
Zij is de instructie-zuster van deze afdeling. Een potige en pittige tante die graag wil weten dat ze al wel van alles heeft voorbij zien komen. Meteen haar mening over iemand klaar, niet teveel denken maar gewoon doen. Stiekeme blosjes op haar wangen als het over mannen en seks dreigt te gaan. Ze is alleenstaand en zegt daar ook genoeg reden voor te hebben. Mensen die haar meemaken denken dat mogelijke relatie-kandidaten ook een goede reden hebben om haar vooral alleenstaand te laten blijven zijn.

‘Eén ding, je hebt leren spuiten op school op een sinaasappel. Dat is aardig, maar niet zoals de praktijk. Een sinaasappelschil is minder dik dan mensenhuid. Dus je moet meer kracht zetten. Spuit erin, optrekken en in één keer het spul erin.
Oké, alles is compleet. We gaan.’

De patiënt ligt in bed. Een kwetsbaar uitziende oude man met een spierwitte borstelige haardos, met een slappe en weke huid, zo ook het dunne bovenbeen waar ik de injectie zal moeten plaatsen. Ik aarzel bij zoveel kwetsbaarheid.

‘Toe dan, niet treuzelen’, zegt ze.
Omdat ik meen te moeten kunnen rekenen op de juiste informatie van mijn instructiezuster over de aspecten van de patiëntenhuid in vergelijking met de oefen-sinaasappel van school, steek ik de naald met enige kracht in ’s mans bovenbeen.
De man schiet een stukje omhoog, kermt het uit. Ik trek, zoals het hoort, de naald op en zuig bloed op. ‘Je zit in het bot. Stukje terug en inspuiten nu. In één keer’. De man lijdt zichtbaar, maar klemt de kaken op elkaar. Hij is bang van haar, voel ik.  Zo mag dit helemaal niet, zoveel hardheid en kou. Het deugt niet. De injectie betreft ook nog eens de pijnstiller Pethidine, waarvan ik later op school leer dat het erg pijnlijk is bij inspuiten. Daar hoor je minuten over te doen en bij te gaan zitten!
Ik neem me voor in mijn vak een goede spuiter te worden en ik meen dat me dat gelukt is.

Dat is m’n eerste ervaring met spuiten. De naam van de man staat in mijn geheugen gegrifd. Wat ik er van leer is dat het zo in ieder geval niet moet. Een ernstige les is daarnaast dat ik er niet op mag rekenen dat elke hulpverlener goede bedoelingen heeft en een zekere integriteit bezit.
Deze instructiezuster vertoont sadistische trekken, vooral bij kwetsbare mannen.  Zo sommeert ze mij op een ander moment om de mijnheer van bed 4 uit zijn bed te praten, want hij moet mobiliseren. Ik maak daar een begin mee en de man zegt het niet te kunnen. Als ik aandring komen de medepatiënten in het geweer en nemen het voor de man op. Hij kan het niet, dat zie je toch, sodemieter op!
De man heeft de ziekte  Morbus Kahler. Dat krijg ik later op school. Bij ‘MB’ is er sprake van ernstige botontkalking, broosheid, breekbaar-gevaar van alle botten en ernstige pijn. En dodelijk. Vreselijk voor de man en een onzinnige opdracht van een instructiezuster aan een eerstejaars. Er klopt hier echt iets niet.

Als ik later mijn ervaring en vermoeden deel met een subhoofd van een andere afdeling, dan geeft deze aan mij aan dat je zulke dingen niet zomaar mag beweren over collega’s en dat het beter is te zwijgen. Andere tijden.

 

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *